Netherlands · Corporate tax

Dutch Corporate Income Tax Act, Arts. 15b–16: earnings stripping, exit tax and the object exemption

The earnings-stripping rule (24.5% of EBITDA or €1 million), minimum capital for banks and insurers, final settlement on emigration, the object exemption for foreign permanent establishments, and gifts. Full English translation, with the Dutch original under every paragraph.

In force, version of 1 January 202618 articlesPart 7 of 9Official text: wetten.overheid.nl

Part 7 of 9 of the English translation of the Dutch Corporate Income Tax Act 1969. The overview has the card, a summary, our commentary and the amendment history.

Full text in English

Read:

Division 2.9a – Earnings-stripping ruleAfdeling 2.9a – Generieke renteaftrekbeperking

Article 15bEarnings-stripping rule: limitation of net interest

Current wording: Stb. 2024, 434, in force 1 January 2025

Art. 15b(1)#

In determining the profit derived in a year, the net interest expense is not deductible to the extent that it exceeds the higher of the following amounts:

a. 24.5% of the adjusted profit;

b. €1,000,000.

Original (Dutch)

Bij het bepalen van de in een jaar genoten winst komt het saldo aan renten niet in aftrek voor zover dat meer bedraagt dan het hoogste van de volgende bedragen:

a. 24,5% van de gecorrigeerde winst;

b. € 1.000.000.

Art. 15b(2)#

The net interest expense is the amount of interest expenses in respect of loans less the amount of interest income in respect of loans, where those interest expenses and that interest income are taken into account, without application of this Article and before application of Articles 15be and 15bf, in determining the profit derived in a year. The net interest expense is at least nil.

Original (Dutch)

Het saldo aan renten is het bedrag aan rentelasten ter zake van geldleningen verminderd met het bedrag aan rentebaten ter zake van geldleningen, welke rentelasten en rentebaten zonder toepassing van dit artikel en vóór toepassing van de artikelen 15be en 15bf in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de in een jaar genoten winst. Het saldo aan renten bedraagt ten minste nihil.

Art. 15b(3)#

The adjusted profit referred to in paragraph 1 is the profit as determined without application of paragraph 1:

a. increased by the amount of the depreciation on a business asset for the year as determined without application of paragraph 7;

b. increased by the amount of the write-downs of a business asset to a lower going-concern value for the year and reduced by the amount of the reversals of write-downs of a business asset to a lower going-concern value for the year; and

c. increased by the net interest expense for the year, with the exception of the amount of interest in respect of loans as referred to in paragraph 6(d) that is included in that net interest expense;

with the adjusted profit being set at not less than nil.

Original (Dutch)

De gecorrigeerde winst, bedoeld in het eerste lid, is de winst zoals die zonder toepassing van het eerste lid wordt bepaald:

a. vermeerderd met het bedrag van de afschrijvingen op een bedrijfsmiddel van het jaar zoals dat zonder toepassing van het zevende lid wordt bepaald;

b. vermeerderd met het bedrag van de afwaarderingen tot lagere bedrijfswaarde van een bedrijfsmiddel van het jaar en verminderd met het bedrag van de terugnamen van afwaarderingen tot lagere bedrijfswaarde van een bedrijfsmiddel van het jaar; en

c. vermeerderd met het saldo aan renten van het jaar, met uitzondering van het in dat saldo begrepen bedrag aan renten ter zake van geldleningen als bedoeld in het zesde lid, onderdeel d;

waarbij de gecorrigeerde winst ten minste op nihil wordt gesteld.

Art. 15b(4)#

The net interest expense does not include interest expenses in respect of loans and interest income in respect of loans to the extent that they form part of profit from another state as referred to in Article 15e to which the object exemption for foreign business profits applies.

Original (Dutch)

Onder het saldo aan renten worden niet begrepen rentelasten ter zake van geldleningen en rentebaten ter zake van geldleningen voor zover die deel uitmaken van winst uit een andere staat als bedoeld in artikel 15e waarop de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten van toepassing is.

Art. 15b(5)#

To the extent that in a year the net interest expense is not deductible pursuant to paragraph 1, it is carried forward to the following year and is deductible in determining the profit for that year to the extent that the net interest expense for that year is lower than the higher of the amounts referred to in paragraph 1. Net interest expense amounts that were not deductible pursuant to paragraph 1 are deducted in the order in which those amounts arose. The inspector determines the net interest expense of a year to be carried forward by means of a decision open to objection.

Original (Dutch)

Voor zover in een jaar het saldo aan renten ingevolge het eerste lid niet in aftrek komt, wordt dat voortgewenteld naar het volgende jaar en komt dat in aftrek bij het bepalen van de winst van dat jaar, voor zover het saldo aan renten van dat jaar lager is dan het hoogste van de bedragen, bedoeld in het eerste lid. Het in aftrek brengen van saldi aan renten die ingevolge het eerste lid niet in aftrek zijn gekomen, geschiedt in de volgorde waarin die saldi zijn ontstaan. De inspecteur stelt het voort te wentelen saldo aan renten van een jaar vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Art. 15b(6)#

For the purposes of this Article:

a. a loan means: a claim or debt arising from a loan agreement or a comparable agreement;

b. interest expenses in respect of loans also include: costs in respect of loans and in respect of legal acts intended to hedge interest rate risks or currency risks in respect of loans;

c. interest expenses in respect of loans and interest income in respect of loans also include: currency results in respect of loans, as well as results in respect of legal acts intended to hedge interest rate risks or currency risks in respect of loans;

d. interest expenses in respect of loans also include: interest in respect of loans that, before application of paragraph 7, is capitalised as production costs of an asset, disregarding the fact that such interest is not taken into account as such in determining the profit derived in a year;

e. interest expenses in respect of loans also include: amounts of dual inclusion income that are deductible in determining the profit pursuant to Article 12af(1), to the extent that, through the application of Article 12af(2) or (3), those amounts are deemed to consist of interest deduction or of interest income, respectively.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van dit artikel:

a. wordt onder een geldlening verstaan: een vordering of schuld die voortvloeit uit een overeenkomst van geldlening of een daarmee vergelijkbare overeenkomst;

b. worden onder rentelasten ter zake van geldleningen mede begrepen: kosten ter zake van geldleningen en ter zake van rechtshandelingen die strekken tot het afdekken van renterisico’s of valutarisico’s ter zake van geldleningen;

c. worden onder rentelasten ter zake van geldleningen en rentebaten ter zake van geldleningen mede begrepen: valutaresultaten ter zake van geldleningen, alsmede resultaten ter zake van rechtshandelingen die strekken tot het afdekken van renterisico’s of valutarisico’s ter zake van geldleningen;

d. worden onder rentelasten ter zake van geldleningen mede begrepen: renten ter zake van geldleningen die vóór toepassing van het zevende lid als voortbrengingskosten van een activum worden geactiveerd, waarbij buiten beschouwing blijft dat die renten niet als zodanig in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de in een jaar genoten winst;

e. worden onder rentelasten ter zake van geldleningen mede begrepen: bedragen van dubbel in aanmerking genomen inkomen die op grond van artikel 12af, eerste lid, in aftrek komen bij het bepalen van de winst, voor zover deze bedragen door de toepassing van artikel 12af, tweede of derde lid, worden geacht te bestaan uit renteaftrek, onderscheidenlijk uit rentebaten.

Art. 15b(7)#

To the extent that an amount of interest as referred to in paragraph 6(d) exceeds the higher of the amounts referred to in paragraph 1, that interest is, by way of derogation from Article 8 in conjunction with Articles 3.25 and 3.29b of the Income Tax Act 2001 (Wet inkomstenbelasting 2001), not capitalised as production costs of the asset and is not deductible in determining the profit derived in a year. In this respect, if the net interest expense in a year consists, in addition to interest in respect of loans as referred to in paragraph 6(d), of other interest expenses in respect of loans, those other interest expenses are the first to be non-deductible in that year.

Original (Dutch)

Voor zover een bedrag aan renten als bedoeld in het zesde lid, onderdeel d, meer bedraagt dan het hoogste van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, worden die renten in afwijking van artikel 8 juncto artikel 3.25 en 3.29b van de Wet IB 2001, niet geactiveerd als voortbrengingskosten van het activum en komen die renten niet in aftrek bij het bepalen van de in een jaar genoten winst. Daarbij geldt dat indien het saldo aan renten in een jaar naast uit renten ter zake van geldleningen als bedoeld in het zesde lid, onderdeel d, bestaat uit overige rentelasten ter zake van geldleningen, die overige rentelasten in dat jaar bij voorrang niet in aftrek komen.

Article 15baChange of ultimate interest: forfeiture of carry-forward

Inserted by: Stb. 2018, 505, in force 1 January 2020

Art. 15ba(1)#

If it is plausible that, compared with the beginning of the oldest year whose net interest expense as referred to in Article 15b has not yet been fully deducted, the ultimate interest in the taxpayer has changed to a significant extent, the net interest expense amounts that arose before the time at which the change took place are, by way of derogation to that extent from Article 15b(5), no longer taken into account in determining the profit after the time of that change. The net interest expense that, in the year in which the change referred to in the first sentence took place, arose after the time at which that change took place is not taken into account in that year in determining the profit derived before the time of that change. For the purposes of the first and second sentences, the net interest expense and the adjusted profit before and after the time of the change referred to in the first sentence are determined separately in the year in which the change referred to in the first sentence took place, and the amount specified in Article 15b(1)(b) is taken into account in that year on a time-apportioned basis.

Original (Dutch)

Indien aannemelijk is dat in vergelijking met het begin van het oudste jaar waarvan een saldo aan renten als bedoeld in artikel 15b nog niet volledig in aftrek is gekomen, het uiteindelijke belang in de belastingplichtige in belangrijke mate is gewijzigd, worden de saldi aan renten die zijn ontstaan vóór het tijdstip waarop de wijziging heeft plaatsgevonden, in afwijking in zoverre van artikel 15b, vijfde lid, niet meer in aanmerking genomen bij het bepalen van de winst na het tijdstip van de bedoelde wijziging. Het saldo aan renten dat in het jaar waarin de wijziging, bedoeld in de eerste zin, heeft plaatsgevonden, is ontstaan na het tijdstip waarop die wijziging heeft plaatsgevonden, wordt in dat jaar niet in aanmerking genomen bij het bepalen van de winst genoten vóór het tijdstip van die wijziging. Voor de toepassing van de eerste en de tweede zin worden het saldo aan renten en de gecorrigeerde winst vóór en na het tijdstip van de wijziging, bedoeld in de eerste zin, in het jaar waarin de wijziging, bedoeld in de eerste zin, heeft plaatsgevonden afzonderlijk bepaald en wordt het bedrag, genoemd in artikel 15b, eerste lid, onderdeel b, in dat jaar naar tijdsgelang in aanmerking genomen.

Art. 15ba(2)#

For the purposes of paragraph 1, Article 20a(2) to (8), (10)(a), (b) and (c), and (11) applies mutatis mutandis, on the understanding that, for the mutatis mutandis application of Article 20a(4), (6), (7) and (11), “loss” is to be read as: net interest expense.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van het eerste lid is artikel 20a, tweede tot en met achtste lid, tiende lid, onderdelen a, b en c, en elfde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de overeenkomstige toepassing van artikel 20a, vierde, zesde, zevende en elfde lid, voor verlies wordt gelezen: saldo aan renten.

Article 15bbDecision on net interest carried forward

Inserted by: Stb. 2019, 512, in force 1 January 2020

Art. 15bb(1)#

The inspector determines the amount of the net interest expense to be carried forward referred to in Article 15b(5) by means of a decision open to objection, at the same time as the assessment for the year in which that net interest expense arose. The amount referred to in the first sentence is stated separately on the assessment notice.

Original (Dutch)

De inspecteur stelt het bedrag van het voort te wentelen saldo aan renten, bedoeld in artikel 15b, vijfde lid, vast bij voor bezwaar vatbare beschikking, gelijktijdig met de aanslag over het jaar waarin dat saldo is ontstaan. Het bedrag, bedoeld in de eerste zin, wordt op het aanslagbiljet afzonderlijk vermeld.

Art. 15bb(2)#

If any fact gives rise to a presumption that the amount referred to in paragraph 1 has been determined at too high an amount, the inspector may revise the decision referred to in that paragraph by means of a decision open to objection. A fact that was known, or could reasonably have been known, to the inspector cannot constitute grounds for revision, except in cases where the taxpayer acted in bad faith with regard to that fact. Article 16(2), opening words and (c), (3) and (4) of the General State Taxes Act (Algemene wet inzake rijksbelastingen) applies mutatis mutandis.

Original (Dutch)

Indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat het bedrag, bedoeld in het eerste lid, te hoog is vastgesteld, kan de inspecteur de beschikking, bedoeld in dat lid, herzien bij voor bezwaar vatbare beschikking. Een feit dat de inspecteur bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond voor herziening opleveren, behoudens in de gevallen waarin de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is. Artikel 16, tweede lid, aanhef en onderdeel c, derde lid en vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing.

Article 15bcDecision on deducted carried-forward net interest

Inserted by: Stb. 2019, 512, in force 1 January 2020

Art. 15bc(1)#

The carried-forward net interest expense that is deductible pursuant to Article 15b(5) in determining the profit for a year is determined by the inspector, at the same time as the assessment for that year is issued, by means of a decision open to objection.

Original (Dutch)

Het voortgewentelde saldo aan renten dat ingevolge artikel 15b, vijfde lid, in aftrek komt bij het bepalen van de winst van een jaar wordt door de inspecteur, gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over dat jaar, vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Art. 15bc(2)#

The amount of the carried-forward net interest expense that has been deducted is stated separately on the assessment notice.

Original (Dutch)

Het bedrag van het in aftrek gekomen voortgewentelde saldo aan renten wordt op het aanslagbiljet afzonderlijk vermeld.

Art. 15bc(3)#

Legal remedies against the decision referred to in paragraph 1 may relate solely to the application of Articles 15b(5) and 15ba.

Original (Dutch)

Rechtsmiddelen tegen de beschikking, bedoeld in het eerste lid, kunnen uitsluitend betrekking hebben op de toepassing van de artikelen 15b, vijfde lid, en 15ba.

Division 2.9b – Minimum capital rule for banks and insurersAfdeling 2.9b – Minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars

Article 15bdDefinitions for the minimum capital rule

Current wording: Stb. 2025, 445, in force 1 January 2026

Art. 15bd(1)#

For the purposes of this Division:

a. loan means: a debt arising from a loan agreement or a comparable agreement or from a deposit as referred to in Article 1:1 of the Financial Supervision Act (Wet op het financieel toezicht) or a deposit under the law of another state that is comparable in nature and purpose;

b. interest in respect of loans means: interest expenses and costs in respect of loans that are taken into account, without application of Articles 15b, 15be and 15bf, in determining the profit derived in a year, as well as amounts of dual inclusion income that are deductible in determining the profit for that year pursuant to Article 12af(1), to the extent that, through the application of Article 12af(2), those amounts are deemed to consist of interest deduction;

c. banking business means: a business for which a licence has been granted as referred to in Article 2:11(1), 2:16(1) or 2:20 of the Financial Supervision Act or in respect of which a notification has been received as referred to in Article 2:14(1) or (2) of that Act;

d. insurance business means: a business for which a licence has been granted as referred to in Article 2:26a(1), 2:26c(1), 2:26d(1), 2:27(1), 2:36(1), 2:40(1), 2:48(1) or 2:50(1) of the Financial Supervision Act or in respect of which a notification has been received as referred to in Article 2:34(1) of that Act;

e. Capital Requirements Regulation means: Regulation (EU) No 575/2013 of the European Parliament and of the Council of 26 June 2013 on prudential requirements for credit institutions and investment firms and amending Regulation (EU) No 648/2012 (OJ 2013, L 176);

f. Solvency II Directive means: Directive 2009/138/EC of the European Parliament and of the Council of 25 November 2009 on the taking-up and pursuit of the business of insurance and reinsurance (Solvency II) (OJ 2009, L 335);

g. Solvency II Regulation means: Commission Delegated Regulation (EU) No 2015/35 of 10 October 2014 supplementing Directive 2009/138/EC of the European Parliament and of the Council on the taking-up and pursuit of the business of insurance and reinsurance (Solvency II) (OJ 2015, L 12);

h. group entities means: all entities with which the taxpayer is affiliated in a group within the meaning of Article 24b of Book 2 of the Civil Code (Burgerlijk Wetboek).

Original (Dutch)

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

a. geldlening: een schuld die voortvloeit uit een overeenkomst van geldlening of een daarmee vergelijkbare overeenkomst of uit een deposito als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een naar aard en strekking daarmee vergelijkbaar deposito volgens het recht van een andere staat;

b. renten ter zake van geldleningen: rentelasten en kosten ter zake van geldleningen die zonder toepassing van de artikelen 15b, 15be en 15bf in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de in een jaar genoten winst, alsmede bedragen van dubbel in aanmerking genomen inkomen die op grond van artikel 12af, eerste lid, in aftrek komen bij het bepalen van de winst van dat jaar, voor zover deze bedragen door de toepassing van artikel 12af, tweede lid, worden geacht te bestaan uit renteaftrek;

c. het bedrijf van bank: een bedrijf waartoe een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:11, eerste lid, 2:16, eerste lid, of 2:20 van de Wet op het financieel toezicht of ter zake waarvan een mededeling is ontvangen als bedoeld in artikel 2:14, eerste of tweede lid, van die wet;

d. het bedrijf van verzekeraar: een bedrijf waartoe een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:26a, eerste lid, 2:26c, eerste lid, 2:26d, eerste lid, 2:27, eerste lid, 2:36, eerste lid, 2:40, eerste lid, 2:48, eerste lid, of 2:50, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht of ter zake waarvan een mededeling is ontvangen als bedoeld in artikel 2:34, eerste lid, van die wet;

e. verordening kapitaalvereisten: Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2013, L 176);

f. richtlijn solvabiliteit II: Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2009, L 335);

g. verordening solvabiliteit II: Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2015, L 12);

h. groepslichamen: alle lichamen waarmee de belastingplichtige is verbonden in een groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Art. 15bd(2)#

For the purposes of this Division, interest in respect of loans does not include:

a. interest in respect of loans to the extent that it forms part of profit from another state as referred to in Article 15e(1) to which the object exemption for foreign business profits applies;

b. interest in respect of loans obtained from group entities to the extent that the taxpayer makes it plausible that those loans are not directly connected with loans obtained from non-group entities or natural persons.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van deze afdeling worden onder renten ter zake van geldleningen niet begrepen:

a. renten ter zake van geldleningen voor zover die deel uitmaken van winst uit een andere staat als bedoeld in artikel 15e, eerste lid, waarop de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten van toepassing is;

b. renten ter zake van geldleningen die zijn verkregen van groepslichamen voor zover de belastingplichtige aannemelijk maakt dat deze geldleningen niet direct verband houden met geldleningen die zijn verkregen van niet-groepslichamen of natuurlijke personen.

Article 15beMinimum capital rule for banks

Current wording: Stb. 2023, 499, in force 1 January 2024

Art. 15be(1)#

If a taxpayer carries on a banking business, the portion of the interest in respect of loans that is set at (10.6-L)/(100-L) is not deductible in determining the profit derived in a year. In this respect, L means the adjusted leverage ratio as at 31 December of the calendar year preceding the calendar year in which the year referred to in Article 7(4) begins. If no calendar year precedes the calendar year in which the year referred to in Article 7(4) begins, L means the adjusted leverage ratio as at 31 December of the calendar year in which the year referred to in Article 7(4) begins. The adjusted leverage ratio is at most 10.6.

Original (Dutch)

Indien een belastingplichtige het bedrijf van bank uitoefent, komt bij het bepalen van de in een jaar genoten winst niet in aftrek het gedeelte van de renten ter zake van geldleningen dat wordt gesteld op (10,6-L)/(100-L). Daarbij wordt onder L verstaan de aangepaste leverage ratio met betrekking tot 31 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin het jaar, bedoeld in artikel 7, vierde lid, aanvangt. Indien geen kalenderjaar voorafgaat aan het kalenderjaar waarin het jaar, bedoeld in artikel 7, vierde lid, aanvangt, wordt onder L verstaan de aangepaste leverage ratio met betrekking tot 31 december van het kalenderjaar waarin het jaar, bedoeld in artikel 7, vierde lid, aanvangt. De aangepaste leverage ratio bedraagt ten hoogste 10,6.

Art. 15be(2)#

For the purposes of paragraph 1, the adjusted leverage ratio means the percentage, rounded to one decimal place, resulting from the calculation of the leverage ratio with regard to the taxpayer pursuant to Part 7 of the Capital Requirements Regulation, on the understanding that in that calculation, in determining the capital measure with regard to the taxpayer, the capital instruments referred to in Article 51 of the Capital Requirements Regulation are disregarded.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder aangepaste leverage ratio verstaan het op een decimaal afgeronde percentage dat volgt uit de berekening van de leverage ratio met betrekking tot de belastingplichtige ingevolge deel 7 van de verordening kapitaalvereisten, met dien verstande dat in die berekening bij het bepalen van de kapitaalmaatstaf met betrekking tot de belastingplichtige de kapitaalinstrumenten, genoemd in artikel 51 van de verordening kapitaalvereisten, buiten beschouwing blijven.

Art. 15be(3)#

For the purposes of paragraph 2, the basis is the leverage ratio calculated with regard to the taxpayer on the basis of the consolidated situation referred to in Part 1, Title II, Chapter 2 of the Capital Requirements Regulation or, if no leverage ratio is calculated with regard to the taxpayer on the basis of the consolidated situation, the leverage ratio calculated with regard to the taxpayer on an individual basis referred to in Part 1, Title II, Chapter 1 of the Capital Requirements Regulation.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van het tweede lid wordt uitgegaan van de leverage ratio die met betrekking tot de belastingplichtige wordt berekend op basis van de geconsolideerde situatie, bedoeld in deel 1, titel II, hoofdstuk 2 van de verordening kapitaalvereisten, dan wel, indien met betrekking tot de belastingplichtige niet op basis van de geconsolideerde situatie een leverage ratio wordt berekend, van de leverage ratio die met betrekking tot de belastingplichtige wordt berekend op individuele basis, bedoeld in deel 1, titel II, hoofdstuk 1, van de verordening kapitaalvereisten.

Article 15bfMinimum capital rule for insurers

Current wording: Stb. 2023, 499, in force 1 January 2024

Art. 15bf(1)#

If a taxpayer carries on an insurance business, the portion of the interest in respect of loans that is set at (10.6-ER)/(100-ER) is not deductible in determining the profit derived in a year. In this respect, ER means the equity ratio on 31 December of the calendar year preceding the calendar year in which the year referred to in Article 7(4) begins. If no calendar year precedes the calendar year in which the year referred to in Article 7(4) begins, ER means the equity ratio on 31 December of the calendar year in which the year referred to in Article 7(4) begins. The equity ratio is at most 10.6.

Original (Dutch)

Indien een belastingplichtige het bedrijf van verzekeraar uitoefent, komt bij het bepalen van de in een jaar genoten winst niet in aftrek het gedeelte van de renten ter zake van geldleningen dat wordt gesteld op (10,6-ER)/(100-ER). Daarbij wordt onder ER verstaan de eigenvermogenratio op 31 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin het jaar, bedoeld in artikel 7, vierde lid, aanvangt. Indien geen kalenderjaar voorafgaat aan het kalenderjaar waarin het jaar, bedoeld in artikel 7, vierde lid, aanvangt, wordt onder ER verstaan de eigenvermogenratio op 31 december van het kalenderjaar waarin het jaar, bedoeld in artikel 7, vierde lid, aanvangt. De eigenvermogenratio bedraagt ten hoogste 10,6.

Art. 15bf(2)#

For the purposes of paragraph 1, the equity ratio means the equity expressed as a percentage, rounded to one decimal place, of the balance sheet total as it can be determined for the group of which the taxpayer forms part on the basis of the published report on the solvency and financial condition of the group referred to in Article 256 of the Solvency II Directive. In this respect:

a. equity means:

1°. the items referred to in Article 69(a) of the Solvency II Regulation that have the features referred to in Article 71 of that Regulation, on the understanding that the item referred to in Article 69(a)(vi) of that Regulation is not reduced by the element referred to in Article 70(b) of that Regulation;

2°. the items referred to in Article 72(a) of the Solvency II Regulation that have the features referred to in Article 73 of that Regulation;

3°. the items referred to in Article 74(a), (b), (c), (g) and (h) of the Solvency II Regulation that have the features referred to in Article 75 of that Regulation; and

4°. the items referred to in Article 76(a) of the Solvency II Regulation that have the features referred to in Article 77 of that Regulation;

b. balance sheet total means: the total of the assets described pursuant to Article 296(1)(a) of the Solvency II Regulation.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder eigenvermogenratio verstaan het eigen vermogen uitgedrukt in een op een decimaal afgerond percentage van het balanstotaal zoals dat voor de groep waarvan de belastingplichtige deel uitmaakt, kan worden bepaald aan de hand van het openbaar gemaakte verslag over de solvabiliteit en financiële toestand van de groep, bedoeld in artikel 256 van de richtlijn solvabiliteit II. Daarbij wordt verstaan onder:

a. eigen vermogen:

1°. de bestanddelen, genoemd in artikel 69, onderdeel a, van de verordening solvabiliteit II, die de kenmerken, bedoeld in artikel 71 van die verordening, bezitten, met dien verstande dat het bestanddeel, genoemd in artikel 69, onderdeel a, onder vi, van die verordening, niet wordt verminderd met het element, genoemd in artikel 70, onderdeel b, van die verordening;

2°. de bestanddelen, genoemd in artikel 72, onderdeel a, van de verordening solvabiliteit II, die de kenmerken, bedoeld in artikel 73 van die verordening, bezitten;

3°. de bestanddelen, genoemd in artikel 74, onderdelen a, b, c, g en h, van de verordening solvabiliteit II, die de kenmerken, bedoeld in artikel 75 van die verordening, bezitten; en

4°. de bestanddelen, genoemd in artikel 76, onderdeel a, van de verordening solvabiliteit II, die de kenmerken, bedoeld in artikel 77 van die verordening, bezitten;

b. balanstotaal: het totaal van de ingevolge artikel 296, eerste lid, onderdeel a, van de verordening solvabiliteit II beschreven activa.

Art. 15bf(3)#

If no report on the solvency and financial condition of the group as referred to in Article 256 of the Solvency II Directive is published with regard to the taxpayer, for the purposes of paragraph 1 the equity ratio means the equity expressed as a percentage, rounded to one decimal place, of the balance sheet total as it can be determined for the taxpayer on the basis of the published report on solvency and financial condition referred to in Article 51 of that Directive.

Original (Dutch)

Indien met betrekking tot de belastingplichtige niet een verslag over de solvabiliteit en financiële toestand van de groep wordt openbaar gemaakt als bedoeld in artikel 256 van de richtlijn solvabiliteit II, wordt voor de toepassing van het eerste lid onder eigenvermogenratio verstaan het eigen vermogen uitgedrukt in een op een decimaal afgerond percentage van het balanstotaal zoals dat voor de belastingplichtige kan worden bepaald aan de hand van het openbaar gemaakte rapport over de solvabiliteit en financiële positie, bedoeld in artikel 51 van die richtlijn.

Art. 15bf(4)#

If the taxpayer is an insurer with a limited risk profile as referred to in Article 1:1 of the Financial Supervision Act and publishes its annual accounts, management report and other information pursuant to Article 3:72(5) or 3:73c(2) of that Act, the equity ratio for the purposes of paragraph 1 is determined on the basis of the equity and balance sheet total included therein.

Original (Dutch)

Indien de belastingplichtige een verzekeraar met beperkte risico-omvang als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht is en ingevolge de artikelen 3:72, vijfde lid, of 3:73c, tweede lid, van die wet de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens openbaar maakt, wordt voor de toepassing van het eerste lid de eigenvermogenratio bepaald aan de hand van het daarin opgenomen eigen vermogen en balanstotaal.

Article 15bgTaxpayers carrying on banking and insurance business

Inserted by: Stb. 2019, 510, in force 1 January 2020

Art. 15bg#

If a taxpayer carries on both a banking business and an insurance business in a year, Article 15be or Article 15bf applies in that year, depending on which of those business activities of the taxpayer is the largest in size, determined on the basis of the balance sheet total on 31 December of the calendar year preceding the calendar year in which the year referred to in Article 7(4) begins. If no calendar year precedes the calendar year in which the year referred to in Article 7(4) begins, the size of the business activities of the taxpayer in that year is determined on the basis of the balance sheet total on 31 December of the last-mentioned calendar year.

Original (Dutch)

Ingeval een belastingplichtige in een jaar zowel het bedrijf van bank als het bedrijf van verzekeraar uitoefent, vindt in dat jaar artikel 15be of artikel 15bf toepassing, al naar gelang van welk van die bedrijfsactiviteiten van de belastingplichtige de omvang, bepaald aan de hand van het balanstotaal op 31 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin het jaar, bedoeld in artikel 7, vierde lid, aanvangt, het grootst is. Indien geen kalenderjaar voorafgaat aan het kalenderjaar waarin het jaar, bedoeld in artikel 7, vierde lid, aanvangt, wordt de omvang van de bedrijfsactiviteiten van de belastingplichtige in dat jaar bepaald aan de hand van het balanstotaal op 31 december van het laatstbedoelde kalenderjaar.

Article 15bhInteraction with the earnings-stripping rule

Inserted by: Stb. 2019, 510, in force 1 January 2020

Art. 15bh#

To the extent that, as a result of the application of Article 15b, a net interest expense is not deductible in determining the profit derived in a year, then, for the purposes of Articles 15be and 15bf, the portion of the interest in respect of loans that, under those Articles and without application of this Article, is not deductible in determining the profit derived in that year is reduced by that net interest expense, but not below nil.

Original (Dutch)

Voor zover door de toepassing van artikel 15b bij het bepalen van de in een jaar genoten winst een saldo aan renten niet in aftrek komt, wordt voor de toepassing van de artikelen 15be en 15bf het gedeelte van de renten ter zake van geldleningen zoals dat op grond van die artikelen zonder toepassing van dit artikel niet in aftrek komt bij het bepalen van de in dat jaar genoten winst met dat saldo verminderd, doch niet verder dan tot nihil.

Division 2.10 – Final settlementAfdeling 2.10 – Eindafrekening

Article 15cFinal settlement on ceasing Dutch residence

Current wording: Stb. 2010, 363, in force 10 October 2010

Art. 15c(1)#

If, for the purposes of this Act or of a convention for the avoidance of double taxation or the Tax Arrangement for the Kingdom (Belastingregeling voor het Koninkrijk) or the Tax Arrangement for the country of the Netherlands (Belastingregeling voor het land Nederland), a taxpayer is no longer regarded as a resident of the Netherlands, the components of its assets the benefits from which are consequently no longer included in the taxable profit are deemed to have been disposed of at fair market value at the time immediately preceding the termination of that residence.

Original (Dutch)

Indien een belastingplichtige voor de toepassing van deze wet of een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting dan wel de Belastingregeling voor het Koninkrijk, de Belastingregeling voor het land Nederland niet meer wordt aangemerkt als inwoner van Nederland, worden de bestanddelen van zijn vermogen waarvan de voordelen dientengevolge niet meer begrepen worden in de belastbare winst, op het tijdstip onmiddellijk voorafgaande aan het ophouden van het hiervoor bedoelde inwonerschap geacht te zijn vervreemd tegen de waarde in het economische verkeer.

Art. 15c(2)#

Paragraph 1 applies mutatis mutandis with regard to the assets in a fiscal unity that originate from a subsidiary if a circumstance as referred to in paragraph 1 occurs with regard to that subsidiary.

Original (Dutch)

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de vermogensbestanddelen die bij een fiscale eenheid afkomstig zijn van een dochtermaatschappij indien zich ten aanzien van die dochtermaatschappij een omstandigheid voordoet als bedoeld in het eerste lid.

Article 15dFinal settlement on ceasing Dutch taxable profit

Current wording: Stb. 2001, 641, in force 1 January 2002

Art. 15d#

Benefits that have not already been taken into account on other grounds are included in the profit for the year in which the taxpayer ceases to derive taxable profit in the Netherlands. In that case, the components of its assets are deemed, for the purposes of the disinvestment addition, to have been disposed of at fair market value.

Original (Dutch)

Voordelen die niet reeds uit anderen hoofde in aanmerking zijn genomen, worden gerekend tot de winst van het jaar waarin de belastingplichtige ophoudt in Nederland belastbare winst te genieten. In dat geval worden de bestanddelen van zijn vermogen voor de toepassing van de desinvesteringsbijtelling geacht te zijn vervreemd tegen de waarde in het economische verkeer.

Division 2.10a – Object exemption for foreign business profitsAfdeling 2.10a – Objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten

Article 15eObject exemption for foreign business profits

Current wording: Stb. 2024, 435, in force 1 January 2025

Art. 15e(1)#

In the case of a taxpayer with profit from another state, the profit is reduced by the positive and the negative amounts of the profit from that state (object exemption for foreign business profits).

Original (Dutch)

Bij de belastingplichtige met winst uit een andere staat wordt de winst verminderd met de positieve en de negatieve bedragen van de winst uit die staat (objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten).

Art. 15e(2)#

Profit from another state means:

a. to the extent that, in relation to the other state, a convention applies or an arrangement has been made that provides for rules on the taxation of the components of the profit of the taxpayer: the aggregate amount of:

1°. the profit attributable to a foreign enterprise in that state, being an enterprise, or part of an enterprise, carried on through a permanent establishment within the territory of that state;

2°. the income included in the profit, less the related costs, from immovable property situated in that state; and

3°. the other benefits included in the profit, less the related costs, from that state that are allocated to that state for taxation under that convention or that arrangement, respectively;

to the extent that, under that convention or that arrangement, respectively, the Netherlands must grant an exemption for the avoidance of double taxation for the profit from such an enterprise, for the income from such immovable property and for such other benefits, if those profits, income and benefits were positive;

b. to the extent that, in relation to the other state, no convention as referred to in point (a) applies and no arrangement as referred to in point (a) has been made: the aggregate amount of:

1°. the profit from a foreign enterprise earned in that state, being an enterprise, or part of an enterprise, carried on through a permanent establishment within the territory of that state;

2°. the income included in the profit, less the related costs, from immovable property situated within the territory of the other state, including rights relating directly or indirectly to such immovable property; and

3°. the income included in the profit, less the related costs, from rights to shares in the profit of an enterprise whose management is located in the other state, to the extent that those rights do not arise from holdings of securities.

Original (Dutch)

Onder winst uit een andere staat wordt verstaan:

a. voor zover in de relatie tot de andere staat een verdrag van toepassing is dat, of een regeling is getroffen die, voorziet in een regeling voor de heffing over de bestanddelen van de winst van de belastingplichtige: het gezamenlijke bedrag van:

1°. de winst die toerekenbaar is aan een buitenlandse onderneming in die staat, zijnde een onderneming die, of een gedeelte van een onderneming dat, wordt gedreven met behulp van een vaste inrichting binnen het gebied van die staat;

2°. de in de winst begrepen opbrengsten, verminderd met de daarmee verband houdende kosten, uit de in die staat gelegen onroerende zaken, en

3°. de in de winst begrepen overige voordelen, verminderd met de daarmee verband houdende kosten, uit die staat die op grond van dat verdrag, onderscheidenlijk die regeling, ter heffing aan die staat zijn toegewezen;

voor zover Nederland op grond van dat verdrag, onderscheidenlijk die regeling, voor de winst uit een dergelijke onderneming, voor de opbrengsten uit dergelijke onroerende zaken en voor dergelijke overige voordelen, zo deze winsten, opbrengsten en voordelen positief zouden zijn, een vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting dient te verlenen;

b. voor zover in de relatie tot de andere staat niet een verdrag als bedoeld in onderdeel a van toepassing is en niet een regeling als bedoeld in onderdeel a is getroffen: het gezamenlijke bedrag van:

1°. de in die staat behaalde winst uit buitenlandse onderneming, zijnde een onderneming die, of een gedeelte van een onderneming dat, wordt gedreven met behulp van een vaste inrichting binnen het gebied van die staat;

2°. de in de winst begrepen opbrengsten, verminderd met de daarmee verband houdende kosten, uit binnen het gebied van de andere staat gelegen onroerende zaken, daaronder begrepen rechten die direct of indirect betrekking hebben op dergelijke onroerende zaken, en

3°. de in de winst begrepen opbrengsten, verminderd met de daarmee verband houdende kosten, uit rechten op aandelen in de winst van een onderneming waarvan de leiding in de andere staat is gevestigd voor zover deze rechten niet opkomen uit effectenbezit.

Art. 15e(3)#

For the purposes of paragraph 2(b), activities carried on for a continuous period of at least 30 days in, on or above the extraction area of the other state are also regarded as a foreign enterprise. The extraction area of another state consists of the territorial sea of that state and the part of the seabed and its subsoil situated outside the territorial sea, to the extent that the other state may exercise sovereign rights there under international law.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, worden mede als buitenlandse onderneming beschouwd werkzaamheden die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 30 dagen in, op of boven het winningsgebied van de andere staat worden verricht. Het winningsgebied van een andere staat bestaat uit de territoriale zee van die staat alsmede het buiten de territoriale zee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, voor zover de andere staat daar op grond van het internationale recht soevereine rechten mag uitoefenen.

Art. 15e(4)#

For the purposes of paragraph 2(b), the territory of another state means: the land territory of that state, including the area outside the territorial sea of that state to the extent that that state may exercise sovereign rights there in accordance with international law.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, wordt onder het gebied van een andere staat verstaan: het grondgebied van die staat, daaronder begrepen het gebied buiten de territoriale zee van die staat voor zover deze daar in overeenstemming met het internationale recht soevereine rechten mag uitoefenen.

Art. 15e(5)#

For the purposes of paragraph 2(b), income from the operation of ships or aircraft in international traffic is taken into account as profit from a foreign enterprise only to the extent that that income is subject to a tax levied on profits in the state in which the permanent establishment is situated.

Original (Dutch)

Inkomen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in het internationale verkeer wordt voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, alleen als winst uit buitenlandse onderneming in aanmerking genomen voor zover dat inkomen in de staat waar de vaste inrichting is gelegen in een belastingheffing naar de winst wordt betrokken.

Art. 15e(6)#

For the purposes of paragraph 2(b), in determining the profit from a foreign enterprise, that foreign enterprise is allocated the benefits that it would be deemed to earn, in particular in its dealings with other parts of the enterprise, if it were a separate and independent enterprise engaged in the same or similar activities under the same or similar conditions, taking into account the functions performed, assets used and risks assumed by the taxpayer through the foreign enterprise and through the other parts of the enterprise.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, worden bij het bepalen van de winst uit een buitenlandse onderneming aan die buitenlandse onderneming de voordelen toegerekend die deze geacht zou worden te behalen – in het bijzonder bij haar handelen met andere onderdelen van de onderneming – indien zij een zelfstandige en onafhankelijke onderneming zou zijn, die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden, hierbij in aanmerking nemende de door de belastingplichtige door middel van de buitenlandse onderneming en andere delen van de onderneming uitgeoefende functies, gebruikte activa en gelopen risico’s.

Art. 15e(7)#

The object exemption for foreign business profits does not apply to the profit from a low-taxed foreign portfolio enterprise as referred to in Article 15g, unless such profit qualifies in the Netherlands for an exemption for the avoidance of double taxation under a convention for the avoidance of double taxation.

Original (Dutch)

De objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten vindt geen toepassing op de winst uit een laagbelaste buitenlandse beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 15g, tenzij zodanige winst op grond van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting in Nederland voor een vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting in aanmerking komt.

Art. 15e(8)#

The object exemption for foreign business profits does not apply with regard to a taxpayer that is classified as an investment institution.

Original (Dutch)

De objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten vindt geen toepassing ten aanzien van een belastingplichtige die als beleggingsinstelling is aangemerkt.

Art. 15e(9)#

The object exemption for foreign business profits does not apply to the extent that the profit of a disregarded permanent establishment as referred to in Article 12ac(1)(b) is not subject to a tax levied on profits in the state in which that permanent establishment is regarded, for the purposes of this Article, as being situated.

Original (Dutch)

De objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten vindt geen toepassing voor zover de winst van een buiten beschouwing blijvende vaste inrichting als bedoeld in artikel 12ac, eerste lid, onderdeel b, niet is onderworpen aan een naar de winst geheven belasting in de staat waarin die vaste inrichting voor de toepassing van dit artikel wordt beschouwd te zijn gelegen.

Art. 15e(10)#

For the purposes of Articles 8, 10 and 13b, an arrangement for the avoidance of double taxation also includes the object exemption for foreign business profits referred to in this Article.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van de artikelen 8, 10 en 13b wordt onder regeling ter voorkoming van dubbele belasting mede verstaan de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten, bedoeld in dit artikel.

Art. 15e(11)#

The object exemption for foreign business profits does not apply to the tainted benefits referred to in Article 13ab(1) that are attributable to a permanent establishment, if that permanent establishment is situated in a designated state as referred to in Article 13ab(3). Article 13ab(2), (4)(a), (5) to (7) and (11), and Article 23e apply mutatis mutandis, on the understanding that “controlled entity” is to be read as: permanent establishment.

Original (Dutch)

De objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten vindt geen toepassing op de aan een vaste inrichting toerekenbare besmette voordelen, bedoeld in artikel 13ab, eerste lid, indien die vaste inrichting is gelegen in een aangewezen staat als bedoeld in artikel 13ab, derde lid. De artikelen 13ab, tweede lid, vierde lid, onderdeel a, vijfde tot en met zevende lid en elfde lid, en 23e zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daarbij voor gecontroleerd lichaam wordt gelezen: vaste inrichting.

Art. 15e(12)#

The profit realised on the transfer of an enterprise, or of an independent part of an enterprise, carried on through a permanent establishment is reduced by the tainted benefits directly connected with that profit to the extent that those benefits have already been taken into account under paragraph 11.

Original (Dutch)

De winst die wordt behaald met de overdracht van een onderneming die, of een zelfstandig onderdeel van een onderneming dat, wordt gedreven met behulp van een vaste inrichting wordt verminderd met de met die winst rechtstreeks samenhangende besmette voordelen voor zover die voordelen reeds in aanmerking zijn genomen op grond van het elfde lid.

Art. 15e(13)#

For the purposes of paragraph 5 and Articles 15g(1)(b) and 15h(3), a tax levied on profits and a tax on profits, respectively, also include a qualifying domestic top-up tax as referred to in Article 1.2 of the Minimum Tax Act 2024 (Wet minimumbelasting 2024).

Original (Dutch)

Voor de toepassing van het vijfde lid en de artikelen 15g, eerste lid, onderdeel b, en 15h, derde lid, wordt onder een belastingheffing naar de winst, onderscheidenlijk een belasting naar de winst, mede verstaan een kwalificerende binnenlandse bijheffing als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet minimumbelasting 2024.

Article 15fRepealed

Repealed by: Stb. 2019, 512, in force 1 January 2020

Art. 15f#

Repealed.

Original (Dutch)

Vervallen

Article 15gLow-taxed foreign portfolio enterprise

Inserted by: Stb. 2011, 639, in force 1 January 2012

Art. 15g(1)#

For the purposes of Article 15e(7), a foreign enterprise is a low-taxed foreign portfolio enterprise if:

a. the activities of the foreign enterprise, together with the activities of the entities in which the taxpayer, directly or indirectly, holds an interest of 5% or more that is attributable to the foreign enterprise, consist largely of investing or of directly or indirectly financing the taxpayer or entities related to the taxpayer, or of financing business assets used by the taxpayer or by entities related to the taxpayer, including making available the use or the right of use of such assets; and

b. the profit from the foreign enterprise is not subject, in the state in which it is earned, to a tax on profits that results in a realistic levy by Dutch standards.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van artikel 15e, zevende lid, is een buitenlandse onderneming een laagbelaste buitenlandse beleggingsonderneming indien:

a. de werkzaamheden van de buitenlandse onderneming tezamen met de werkzaamheden van de lichamen waarin de belastingplichtige, onmiddellijk dan wel middellijk, een belang van 5% of meer heeft dat toerekenbaar is aan de buitenlandse onderneming, grotendeels bestaan uit beleggen of het direct of indirect financieren van de belastingplichtige of met de belastingplichtige verbonden lichamen, dan wel van bedrijfsmiddelen die door de belastingplichtige of met de belastingplichtige verbonden lichamen worden gebruikt, daaronder begrepen het ter beschikking stellen van het gebruik of het gebruiksrecht daarvan, en

b. de winst uit de buitenlandse onderneming in de staat waarin deze is behaald niet is onderworpen aan een belasting naar de winst die resulteert in een naar Nederlandse begrippen reële heffing.

Art. 15g(2)#

There are no activities as referred to in paragraph 1(a) to the extent that:

a. the activities, pursuant to rules to be laid down by ministerial regulation, can be classified as active financing or leasing activities; or

b. the activities consist of holding immovable property, including rights relating directly or indirectly to immovable property, that is not held by an entity classified as an investment institution or as an exempt investment institution.

Original (Dutch)

Van werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is geen sprake voor zover:

a. de werkzaamheden ingevolge bij ministeriële regeling te stellen regels kunnen worden aangemerkt als actieve financierings- of terbeschikkingstellingswerkzaamheden, of

b. de werkzaamheden bestaan uit het houden van onroerende zaken – daaronder mede begrepen rechten die direct of indirect betrekking hebben op onroerende zaken – die niet in het bezit zijn van een lichaam dat is aangemerkt als beleggingsinstelling of vrijgestelde beleggingsinstelling.

Article 15hCredit for low-taxed foreign portfolio enterprises

Inserted by: Stb. 2011, 639, in force 1 January 2012

Art. 15h(1)#

If, in a year, the aggregate amount of profit from a foreign enterprise to which, pursuant to Article 15e(7), the object exemption for foreign business profits does not apply is positive, a reduction is granted, in order to credit the foreign profit tax borne by that profit, on the corporate income tax owed by the taxpayer for that year in accordance with Article 23d (credit for foreign business profits).

Original (Dutch)

Ingeval in een jaar het gezamenlijke bedrag aan winst uit buitenlandse onderneming waarop ingevolge artikel 15e, zevende lid, de objectvrijstelling voor buitenlandse-ondernemingswinsten geen toepassing vindt, positief is, wordt, ter verrekening van op die winst drukkende buitenlandse winstbelasting, op de door de belastingplichtige verschuldigde vennootschapsbelasting van dat jaar een vermindering verleend volgens artikel 23d (verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten).

Art. 15h(2)#

If, in a year, the aggregate amount of profit from a foreign enterprise to which, pursuant to Article 15e(7), the object exemption for foreign business profits does not apply is negative, the profit for that year is reduced by an amount equal to 5/H of that amount. In this respect, H stands for the percentage of the highest rate referred to in Article 22 applicable at the end of the year.

Original (Dutch)

Ingeval in een jaar het gezamenlijke bedrag aan winst uit buitenlandse onderneming waarop ingevolge artikel 15e, zevende lid, de objectvrijstelling voor buitenlandse-ondernemingswinsten geen toepassing vindt, negatief is, wordt de winst van dat jaar verminderd met een bedrag ter grootte van 5/H deel van dat bedrag. Daarbij staat H voor het percentage van het hoogste tarief, bedoeld in artikel 22, geldend aan het einde van het jaar.

Art. 15h(3)#

This Article does not apply if the taxpayer is exempt abroad from a tax on profits for the profit from the low-taxed foreign portfolio enterprise, or is subject there to a tax on profits that does not result in an actual levy.

Original (Dutch)

Dit artikel vindt geen toepassing ingeval de belastingplichtige voor de winst uit de laagbelaste buitenlandse beleggingsonderneming in het buitenland is vrijgesteld van een belasting naar de winst, of aldaar is onderworpen aan een belasting naar de winst die niet resulteert in een daadwerkelijke heffing.

Art. 15h(4)#

This Article does not apply with regard to a taxpayer that is classified as an investment institution.

Original (Dutch)

Dit artikel vindt geen toepassing ten aanzien van een belastingplichtige die als beleggingsinstelling is aangemerkt.

Article 15iCessation loss from foreign business

Current wording: Stb. 2020, 539, in force 1 January 2021

Art. 15i(1)#

If the taxpayer ceases to derive profit from another state, the object exemption for foreign business profits does not apply with regard to the loss from that state calculated in accordance with this Article (cessation loss).

Original (Dutch)

Ingeval de belastingplichtige ophoudt winst uit een andere staat te genieten, vindt de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten geen toepassing met betrekking tot het op de voet van dit artikel berekende verlies uit die staat (stakingsverlies).

Art. 15i(2)#

There is a cessation loss from a state if the amounts of profit from that state taken into account in accordance with Article 15e have resulted, on balance, in a negative amount, but only to the extent that no relief whatsoever has been granted in that other state in the taxation in respect of that negative balance.

Original (Dutch)

Van een stakingsverlies uit een staat is sprake ingeval de op de voet van artikel 15e in aanmerking genomen bedragen aan winst uit die staat per saldo hebben geleid tot een negatief bedrag, doch voor zover ter zake van dit negatieve saldo in die andere staat generlei tegemoetkoming bij de belastingheffing is verleend.

Art. 15i(3)#

The cessation loss is not taken into account to the extent that a person other than the taxpayer or an entity related to it is entitled in that other state to any relief in the taxation in respect of losses that form part of the cessation loss.

Original (Dutch)

Het stakingsverlies wordt niet in aanmerking genomen voor zover een ander dan de belastingplichtige of een met hem verbonden lichaam in die andere staat recht heeft op enigerlei tegemoetkoming bij de belastingheffing ter zake van verliezen die deel uitmaken van het stakingsverlies.

Art. 15i(4)#

Except to the extent that the cessation loss relates to immovable property held as an investment or to a co-entitlement to the assets of an enterprise, the cessation loss is not taken into account for an amount higher than €5,000,000, unless the taxpayer ceases to derive profit from another Member State of the European Union, another state that is a party to the Agreement on the European Economic Area or a state designated by ministerial regulation with which the European Union has concluded an association agreement.

Original (Dutch)

Behoudens voor zover het stakingsverlies betrekking heeft op een als belegging gehouden onroerende zaak of medegerechtigdheid tot het vermogen van een onderneming wordt het stakingsverlies niet tot een hoger bedrag dan € 5.000.000 in aanmerking genomen, tenzij de belastingplichtige ophoudt winst te genieten uit een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een bij ministeriële regeling aangewezen staat waarmee de Europese Unie een associatieovereenkomst heeft gesloten.

Art. 15i(5)#

The cessation loss is deductible at the time at which the taxpayer ceases to derive profit from the other state:

a. provided that the activities of the taxpayer in the other state have not already been, or are not being, continued to a significant extent by an entity related to the taxpayer;

b. provided that the taxpayer ceases to derive profit from the other state no later than in the third calendar year after the calendar year in which the activities of the taxpayer in the other state were wholly or almost wholly discontinued or, if earlier, in which it was decided to do so, unless the taxpayer demonstrates that ceasing to derive profit from that other state at a later time is not aimed at avoiding or deferring the levy of corporate income tax; and

c. to the extent that the taxpayer demonstrates the amount of the cessation loss to be taken into account and demonstrates that the condition in point (b) has been met.

Original (Dutch)

Het stakingsverlies komt in aftrek op het tijdstip waarop de belastingplichtige ophoudt winst uit de andere staat te genieten:

a. mits de activiteiten van de belastingplichtige in de andere staat niet in belangrijke mate reeds zijn of worden voortgezet door een met de belastingplichtige verbonden lichaam;

b. mits de belastingplichtige ophoudt winst uit de andere staat te genieten in uiterlijk het derde kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de activiteiten van de belastingplichtige in de andere staat geheel of nagenoeg geheel zijn gestaakt dan wel indien dat eerder is, daartoe is besloten, tenzij de belastingplichtige doet blijken dat het op een later tijdstip ophouden winst te genieten uit die andere staat niet is gericht op het ontgaan of uitstellen van de heffing van vennootschapsbelasting; en

c. voor zover de belastingplichtige de hoogte van het in aanmerking te nemen stakingsverlies doet blijken alsmede doet blijken dat is voldaan aan het bepaalde in onderdeel b.

Art. 15i(6)#

If, within three years after the time at which the cessation loss was deducted, the taxpayer again starts to derive profit from that other state, an amount equal to the loss deducted is added to the profit.

Original (Dutch)

Ingeval de belastingplichtige binnen drie jaren na het tijdstip waarop het stakingsverlies in aftrek is gekomen weer winst uit die andere staat gaat genieten, wordt een bedrag ter grootte van het in aftrek gekomen verlies aan de winst toegevoegd.

Art. 15i(7)#

The object exemption for foreign business profits does not apply to the addition to the profit referred to in paragraph 6. For the purposes of paragraph 2, the amount added to the profit is regarded as a negative amount of profit from the other state that has been taken into account in accordance with Article 15e.

Original (Dutch)

De objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten is niet van toepassing op de toevoeging aan de winst, bedoeld in het zesde lid. Het bedrag dat aan de winst is toegevoegd, wordt voor de toepassing van het tweede lid aangemerkt als een negatief bedrag aan winst uit de andere staat dat op de voet van artikel 15e in aanmerking is genomen.

Art. 15i(8)#

The balance of the positive and negative amounts of profit from another state is determined by the inspector, on request, by means of a decision open to objection, provided that the taxpayer has submitted a calculation on the basis of which, in its opinion, the balance should be determined. If the balance has been determined at an incorrect amount, the inspector may revise the decision by means of a decision open to objection. The power of revision lapses five years after the date on which the decision was made.

Original (Dutch)

Het saldo van de positieve en negatieve bedragen aan winst uit een andere staat wordt op verzoek door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld, mits de belastingplichtige een berekening heeft overgelegd waarop naar zijn oordeel het saldo zou moeten worden vastgesteld. Indien het saldo op een onjuist bedrag is vastgesteld, kan de inspecteur de beschikking bij voor bezwaar vatbare beschikking herzien. De bevoegdheid tot herziening vervalt door verloop van vijf jaren na de vaststelling van de beschikking.

Article 15jTransfer of balance on continuation by related entity

Inserted by: Stb. 2011, 639, in force 1 January 2012

Art. 15j(1)#

If the taxpayer ceases to derive profit from another state and the activities that gave rise to that profit have already been, or are being, continued to a significant extent by an entity related to the taxpayer, the balance of the positive and the negative amounts of profit from that other state taken into account by the taxpayer in accordance with Article 15e is rolled over to the related entity that continues the activities and is regarded, in the hands of that entity, as components taken into account by that entity in accordance with Article 15e. If the activities have been or are being continued by more than one entity related to the taxpayer, the first sentence applies proportionately.

Original (Dutch)

Indien de belastingplichtige ophoudt winst uit een andere staat te genieten en de activiteiten die tot die winst hebben geleid in belangrijke mate reeds zijn of worden voortgezet door een met de belastingplichtige verbonden lichaam, wordt het saldo van de positieve en de negatieve bedragen aan winst uit die andere staat dat bij de belastingplichtige in aanmerking is genomen op de voet van artikel 15e, doorgeschoven naar het verbonden lichaam dat de activiteiten voortzet en bij dat lichaam aangemerkt als bestanddelen die door dat lichaam op de voet van artikel 15e in aanmerking zijn genomen. Ingeval de activiteiten door meer dan een met de belastingplichtige verbonden lichaam zijn of worden voortgezet, vindt de eerste volzin naar evenredigheid toepassing.

Art. 15j(2)#

A continuation is not deemed to exist in the case of a continuation in contemplation of cessation. The rollover in accordance with paragraph 1 then does not apply. There is a continuation in contemplation of cessation if the continued activities are discontinued within three years after the start of the continuation, unless the related entity makes it plausible that the discontinuation takes place on the basis of business considerations that arose after the start of the continuation.

Original (Dutch)

Een voortzetting wordt niet aanwezig geacht in geval van een voortzetting in het zicht van staking. De doorschuiving op de voet van het eerste lid vindt dan geen toepassing. Van voortzetting in het zicht van staking is sprake ingeval de voortgezette activiteiten binnen drie jaar na de aanvang van de voortzetting worden gestaakt, tenzij het verbonden lichaam aannemelijk maakt dat de staking plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen die zijn opgekomen na de aanvang van de voortzetting.

Art. 15j(3)#

On a joint request made by the taxpayer and the continuing entity, the balance rolled over is determined by the inspector responsible for the assessment of the taxpayer by means of a decision open to objection. If the balance has been determined at an incorrect amount, the inspector may revise the decision by means of a decision open to objection. The power of revision lapses five years after the date on which the decision was made.

Original (Dutch)

Op een door de belastingplichtige en het voortzettende lichaam gezamenlijk gedaan verzoek wordt door de inspecteur belast met de aanslagregeling van de belastingplichtige het doorgeschoven saldo bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld. Indien het saldo op een onjuist bedrag is vastgesteld, kan de inspecteur de beschikking bij voor bezwaar vatbare beschikking herzien. De bevoegdheid tot herziening vervalt door verloop van vijf jaren na de vaststelling van de beschikking.

Division 2.11 – Deductible giftsAfdeling 2.11 – Aftrekbare giften

Article 16Deduction of gifts to public benefit organisations

Current wording: Stb. 2023, 498, in force 1 January 2024

Art. 16(1)#

Deductible gifts are gifts made in the year and substantiated by documentary evidence to public benefit organisations (algemeen nut beogende instellingen) and SBBI support foundations (steunstichtingen SBBI). The deduction amounts to at most 50 per cent of the profit, subject to a maximum of €100,000.

Original (Dutch)

Aftrekbare giften zijn de in het jaar gedane en met schriftelijke bescheiden gestaafde giften aan algemeen nut beogende instellingen en steunstichtingen SBBI. De aftrek bedraagt ten hoogste 50 percent van de winst met een maximum van € 100 000.

Art. 16(2)#

Gifts are benefits conferred out of generosity and contributions, whether or not obligatory, to the extent that they do not give rise to entitlements capable of valuation in money.

Original (Dutch)

Als giften worden aangemerkt bevoordelingen uit vrijgevigheid en al dan niet verplichte bijdragen, voor zover daardoor geen op geld waardeerbare aanspraken ontstaan.

Art. 16(3)#

A gift does not include a benefit or contribution in cash.

Original (Dutch)

Onder een gift wordt niet verstaan een bevoordeling of bijdrage in contant geld.

Art. 16(4)#

Gifts in kind with a total fair market value exceeding €10,000 per calendar year are taken into account to the extent that that fair market value follows from an independent valuation report or invoice that meets the rules to be laid down by ministerial regulation.

Original (Dutch)

Giften in natura waarvan de waarde in het economische verkeer in totaal meer bedraagt dan € 10.000 per kalenderjaar, worden in aanmerking genomen voor zover die waarde in het economische verkeer volgt uit een onafhankelijk taxatierapport dat of factuur die aan bij ministeriële regeling te stellen regels voldoet.

Art. 16(5)#

For the purposes of paragraph 4, gifts in kind also include a waiver of a claim that relates to one or more assets in kind.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van het vierde lid wordt onder giften in natura mede begrepen een kwijtschelding van een vordering die betrekking heeft op een of meer vermogensbestanddelen in natura.

Art. 16(6)#

The deduction referred to in paragraph 1 is increased by 50 per cent of the amount of the gifts made to a cultural institution, but by no more than €2,500.

Original (Dutch)

De aftrek, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met 50 percent van het bedrag van de giften die zijn gedaan aan een culturele instelling, doch ten hoogste met € 2500.

How to cite

Corporate Income Tax Act 1969 (Netherlands), Art. 15b (unofficial English translation, BCA EU Law Library), https://bcaeu.com/law-library/netherlands/corporate-income-tax-act-1969/interest-limitation-object-exemption#art-15b

Unofficial English translation by BCA EU, for information. Only the Dutch text has legal force. Article headings are editorial; chapter and division headings are the law’s own. Text checked against the consolidated version valid from 1 January 2026 on wetten.overheid.nl on 30 October 2026. This page is not legal or tax advice.

Setting up a Dutch holding or operating company?

We set up Dutch BVs, register them for corporate income tax and handle the returns, with the participation exemption and interest rules in mind from day one. Fixed fee agreed upfront.