Netherlands · Corporate tax

Dutch Corporate Income Tax Act, Arts. 7–12abis: taxable amount and general rules on profit

Taxable amount, the arm’s length principle and the 2022 mismatch rules, non-deductible costs, interest limitation for tainted related-party debt, and other profit rules. Full English translation, with the Dutch original under every paragraph.

In force, version of 1 January 202624 articlesPart 2 of 9Official text: wetten.overheid.nl

Part 2 of 9 of the English translation of the Dutch Corporate Income Tax Act 1969. The overview has the card, a summary, our commentary and the amendment history.

Full text in English

Read:

Chapter II – Object of the tax for resident taxpayersHoofdstuk II – Voorwerp van de belasting bij binnenlandse belastingplichtigen

Division 2.1 – Taxable amountAfdeling 2.1 – Belastbaar bedrag

Article 7Taxable amount, taxable profit and the year

Current wording: Stb. 2016, 479, in force 9 December 2016

Art. 7(1)#

In respect of resident taxpayers, the tax is levied on the taxable amount.

Original (Dutch)

Ten aanzien van binnenlandse belastingplichtigen wordt de belasting geheven naar het belastbare bedrag.

Art. 7(2)#

The taxable amount is the taxable profit obtained in a year, reduced by the losses to be set off in accordance with Chapter IV.

Original (Dutch)

Het belastbare bedrag is de in een jaar genoten belastbare winst verminderd met de op de voet van Hoofdstuk IV te verrekenen verliezen.

Art. 7(3)#

Taxable profit is the profit reduced by the deductible gifts.

Original (Dutch)

Belastbare winst is de winst verminderd met de aftrekbare giften.

Art. 7(4)#

Year means the financial year or, if the taxpayer does not keep regular accounts with regular annual closings, the calendar year. If, in the course of the financial year, the taxpayer, as a parent company as referred to in Article 15(2) or as a subsidiary, becomes or ceases to be part of a fiscal unity as referred to in Article 15(1) or (2), the part of that financial year in which the taxpayer is not part of that fiscal unity is treated as a separate year.

Original (Dutch)

Onder jaar wordt verstaan boekjaar, dan wel, zo de belastingplichtige niet regelmatig boekhoudt met geregelde jaarlijkse afsluitingen, kalenderjaar. Indien de belastingplichtige in de loop van het boekjaar als moedermaatschappij als bedoeld in artikel 15, tweede lid, of als dochtermaatschappij deel gaat uitmaken of ophoudt deel uit te maken van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, wordt het gedeelte van dat boekjaar waarin de belastingplichtige geen deel uitmaakt van die fiscale eenheid als afzonderlijk jaar aangemerkt.

Art. 7(5)#

Rules may be laid down by ministerial regulation on the cases in which the inspector may, at the taxpayer’s request and subject to conditions to be set by the inspector, permit the taxpayer to calculate the taxable amount in a currency other than the euro. Those rules will specify, among other things, the exchange rate at which the amounts in euros contained in the legislation are converted into the other currency and the exchange rate at which the taxable amount calculated in the other currency is converted into euros. The inspector decides on the request by a decision open to objection.

Original (Dutch)

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen de inspecteur onder door hem te stellen voorwaarden de belastingplichtige op zijn verzoek kan toestaan het belastbare bedrag te berekenen in een andere geldeenheid dan de euro. Daarbij wordt onder meer aangegeven tegen welke koers de in de wetgeving opgenomen bedragen in euro’s worden omgerekend in de andere geldeenheid en tegen welke koers het in de andere geldeenheid berekende belastbare bedrag wordt omgerekend in euro’s. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Division 2.2 – General articles on determining profitAfdeling 2.2 – Algemene artikelen inzake bepaling van de winst

Article 8Application of Income Tax Act profit rules

Current wording: Stb. 2025, 431, in force 1 January 2026

Art. 8(1)#

Profit is construed and determined in accordance with Articles 3.8, 3.11 and 3.12, 3.13(1)(g), (h) and (i), 3.14(1)(b) to (i) and (2) to (5), 3.21 to 3.30, 3.30a(1) to (7), 3.31 to 3.52, 3.53(1)(a) and (b) and (2), 3.54, 3.55 to 3.57, 10.10, 10a.2, 10a.3 and 10a.18 of the Income Tax Act 2001 (Wet inkomstenbelasting 2001), where “entrepreneur” is to be read as “taxpayer”.

Original (Dutch)

De winst wordt opgevat en bepaald op de voet van de artikelen 3.8, 3.11 en 3.12, 3.13, eerste lid, onderdelen g, h en i, 3.14, eerste lid, onderdelen b tot en met i, en tweede tot en met vijfde lid, 3.21 tot en met 3.30, 3.30a, eerste tot en met zevende lid, 3.31 tot en met 3.52, 3.53, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, 3.54, 3.55 tot en met 3.57, 10.10, 10a.2, 10a.3 en 10a.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, waarbij voor ondernemer wordt gelezen belastingplichtige.

Art. 8(2)#

Paragraph 1 does not apply to the extent that:

a. this Act, or a provision made under it, or a provision made under Article 3.65 of the Income Tax Act 2001, provides otherwise;

b. the contrary follows from the difference in nature between the taxpayer and a natural person.

Original (Dutch)

Het eerste lid is niet van toepassing voorzover:

a. bij of krachtens deze wet of krachtens artikel 3.65 van de Wet inkomstenbelasting 2001 anders is bepaald;

b. uit het verschil in wezen tussen de belastingplichtige en een natuurlijk persoon het tegendeel voortvloeit.

Art. 8(3)#

For the purposes of this Act and the provisions based on it, Article 2.14bis(1) to (3) of the Income Tax Act 2001 applies mutatis mutandis.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen is artikel 2.14bis, eerste tot en met derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 van overeenkomstige toepassing.

Art. 8(4)#

Profit does not include benefits obtained through creditors waiving claims that cannot be realised, to the extent that the benefits exceed the sum of any loss otherwise incurred in the year of the waiver and the losses from the past that are still to be set off. If the amount of losses from the past still to be set off exceeds €1,000,000, then, notwithstanding the first sentence, benefits obtained through creditors waiving claims that cannot be realised are not included in profit to the extent that the benefits exceed any loss otherwise incurred in the year of the waiver. In that case the losses from the past still to be set off are reduced by the amount of the benefits not included in profit referred to in the preceding sentence, in the order in which the losses arose. For the purposes of this paragraph, a claim becoming unenforceable pursuant to Article 358 of the Bankruptcy Act (Faillissementswet) is treated in the same way as the waiver of claims that cannot be realised.

Original (Dutch)

Tot de winst behoren niet voordelen verkregen door het prijsgeven van niet voor verwezenlijking vatbare rechten door schuldeisers, voor zover de voordelen de som van het verlies dat overigens mocht zijn geleden in het jaar van het prijsgeven en de te verrekenen verliezen uit het verleden overtreffen. Indien het bedrag aan te verrekenen verliezen uit het verleden meer bedraagt dan € 1.000.000, behoren in afwijking van de eerste zin de voordelen verkregen door het prijsgeven van niet voor verwezenlijking vatbare rechten door schuldeisers niet tot de winst, voor zover de voordelen het verlies dat overigens mocht zijn geleden in het jaar van het prijsgeven overtreffen. In dat geval worden de te verrekenen verliezen uit het verleden verminderd met het bedrag van de niet tot de winst behorende voordelen, bedoeld in de vorige zin, in de volgorde waarin de verliezen zijn ontstaan. Voor de toepassing van dit lid wordt met het prijsgeven van niet voor verwezenlijking vatbare rechten gelijkgesteld het niet afdwingbaar worden van een vordering ingevolge artikel 358 van de Faillissementswet.

Art. 8(5)#

If in a year there are one or more employees within the meaning of the Wages Tax Act 1964 (Wet op de loonbelasting 1964), profit is also construed and determined in accordance with Article 3.15(1), (2), (3) and (5) of the Income Tax Act 2001. For the purposes of the said paragraph 1, the amount stated there is replaced by 0.4% of the aggregate amount of the wages received in the year by the employees concerned on which tax is levied with application of Articles 20a, 20b, 26 and 26b of the Wages Tax Act 1964, if this outcome is higher than €5,700. If the taxpayer so elects in the tax return, wages from former employment are not included in wages for the purposes of the second sentence. For the purposes of the said paragraph 5, the percentage stated there is replaced by 73.5%.

Original (Dutch)

Bij aanwezigheid in een jaar van een of meer werknemers in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt de winst mede opgevat en bepaald op de voet van artikel 3.15, eerste, tweede, derde en vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001. Daarbij wordt voor de toepassing van genoemd eerste lid het aldaar vermelde bedrag vervangen door 0,4% van het gezamenlijke bedrag van het door de desbetreffende werknemers in het jaar genoten loon waarover met toepassing van de artikelen 20a, 20b, 26 en 26b van de Wet op de loonbelasting 1964 belasting wordt geheven indien deze uitkomst hoger is dan € 5.700. Indien de belastingplichtige daarvoor bij de aangifte kiest, wordt voor de toepassing van de tweede zin tot het loon niet gerekend het loon uit een vroegere dienstbetrekking. Voor de toepassing van genoemd vijfde lid wordt het aldaar vermelde percentage vervangen door 73,5%.

Art. 8(6)#

For the purposes of Article 3.30a of the Income Tax Act 2001:

a. an entity related to the taxpayer means: what is meant by it in Article 10a(4) and (7);

b. a person related to the taxpayer means: a natural person for whom the taxpayer is a related entity as referred to in Article 3.30a(10) of the Income Tax Act 2001.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van artikel 3.30a van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt verstaan onder:

a. een met de belastingplichtige verbonden lichaam: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 10a, vierde en zevende lid;

b. een met de belastingplichtige verbonden persoon: een natuurlijk persoon voor wie de belastingplichtige een verbonden lichaam is als bedoeld in artikel 3.30a, tiende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Art. 8(7)#

Article 3.53(1)(a) of the Income Tax Act 2001 does not apply to costs and expenses in connection with an early retirement scheme as referred to in Article 32ba of the Wages Tax Act 1964 for the benefit of employees as referred to in Article 12a of that Act. A provision in respect of such an early retirement scheme for those employees is not permitted. The first and second sentences apply mutatis mutandis to a firm intention to grant pension entitlements to employees as referred to in Article 12a of the Wages Tax Act 1964.

Original (Dutch)

Artikel 3.53, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is niet van toepassing op kosten en lasten in verband met een regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in artikel 32ba van de Wet op de loonbelasting 1964 ten behoeve van werknemers als bedoeld in artikel 12a van die wet. Een voorziening ter zake van een zodanige regeling voor vervroegde uittreding voor bedoelde werknemers is niet mogelijk. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een stellig voornemen tot het toekennen van pensioenaanspraken aan werknemers als bedoeld in artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964.

Art. 8(8)#

For the purposes of Articles 3.40 to 3.46 of the Income Tax Act 2001, no account is taken of obligations entered into by a public limited company (NV) or private limited liability company (BV):

a. in respect of the acquisition of an enterprise or part of an enterprise in exchange for the issue of shares;

b. towards a person or entity that is, or in the course of the last five years has been, a direct or indirect shareholder in that company for at least one third of the nominal paid-up capital;

c. towards another NV or BV, if either the taxpayer in that company, or a third party in both companies, is, or in the course of the last five years has been, a direct or indirect shareholder for at least one third of the nominal paid-up capital.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van de artikelen 3.40 tot en met 3.46 van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden niet in aanmerking genomen verplichtingen aangegaan door een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid:

a. ter zake van de verwerving van een onderneming of een gedeelte van een onderneming tegen uitreiking van aandelen;

b. tegenover een persoon die of een lichaam dat voor ten minste een derde gedeelte van het nominaal gestorte kapitaal onmiddellijk of middellijk aandeelhouder is of in de loop van de laatste vijf jaren is geweest in die vennootschap;

c. tegenover een andere naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, indien hetzij de belastingplichtige in die vennootschap, hetzij een derde in beide vennootschappen voor ten minste een derde gedeelte van het nominaal gestorte kapitaal onmiddellijk of middellijk aandeelhouder is of in de loop van de laatste vijf jaren is geweest.

Art. 8(9)#

Articles 3.40 to 3.46 of the Income Tax Act 2001 do not apply in respect of entities that have been designated as an investment institution.

Original (Dutch)

De artikelen 3.40 tot en met 3.46 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn niet van toepassing ten aanzien van lichamen welke als beleggingsinstelling zijn aangemerkt.

Art. 8(10)#

For the purposes of Article 3.47 of the Income Tax Act 2001, at the end of the year preceding the year from which an entity is designated as an investment institution, the assets of such an entity are deemed to have been disposed of for their fair market value.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van artikel 3.47 van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aan het einde van het jaar, voorafgaande aan dat met ingang waarvan een lichaam als beleggingsinstelling wordt aangemerkt, de goederen van zulk een lichaam geacht te zijn vervreemd voor de waarde in het economische verkeer van die goederen.

Art. 8(11)#

The Minister may determine that paragraph 8 does not apply.

Original (Dutch)

Onze Minister kan bepalen dat het achtste lid niet van toepassing is.

Art. 8(12)#

Article 3.55 of the Income Tax Act 2001 does not apply if the shares or profit-sharing certificates disposed of form part of the assets of an entity designated as an investment institution.

Original (Dutch)

Artikel 3.55 van de Wet inkomstenbelasting 2001 vindt geen toepassing ingeval de aandelen of winstbewijzen die worden vervreemd behoren tot het vermogen van een lichaam dat als beleggingsinstelling is aangemerkt.

Art. 8(13)#

For the purposes of Article 3.54 of the Income Tax Act 2001, a participation as referred to in Article 13 is not regarded as a business asset.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van artikel 3.54 van de Wet inkomstenbelasting 2001, wordt een deelneming als bedoeld in artikel 13 niet tot de bedrijfsmiddelen gerekend.

Art. 8(14)#

The amount stated at the end of paragraph 5 is replaced by operation of law at the beginning of the calendar year by the amount fixed under Article 10.1 of the Income Tax Act 2001 to replace the amount stated in Article 3.15(1) of that Act.

Original (Dutch)

Het in het vijfde lid aan het slot vermelde bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door het bedrag dat krachtens artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt vastgesteld ter vervanging van het in artikel 3.15, eerste lid, van die wet vermelde bedrag.

Art. 8(15)#

For the purposes of Articles 8c, 10a, 12a, 13b, 13ba, 20a, 25 and 28, Articles 2.14a and 10a.7 of the Income Tax Act 2001 apply mutatis mutandis, on the understanding that Article 2.14a(7) of the Income Tax Act 2001 does not apply for the purposes of Article 10a.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van de artikelen 8c, 10a, 12a, 13b, 13ba, 20a, 25 en 28 zijn de artikelen 2.14a en 10a.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat artikel 2.14a, zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor de toepassing van artikel 10a buiten toepassing blijft.

Art. 8(16)#

Paragraph 4 does not apply if the taxpayer has been part of a fiscal unity and less than six years have elapsed since the time of separation from the fiscal unity, except to the extent that the taxpayer makes it plausible that the benefits referred to in that paragraph would not form part of its profit had it not been part of the fiscal unity. Article 15ac(2), second sentence, applies mutatis mutandis.

Original (Dutch)

Het vierde lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige deel heeft uitgemaakt van een fiscale eenheid en sinds het ontvoegingstijdstip minder dan zes jaren zijn verstreken, behoudens voor zover de belastingplichtige aannemelijk maakt dat de in dat lid bedoelde voordelen niet tot zijn winst zouden behoren, indien hij geen deel zou hebben uitgemaakt van de fiscale eenheid. Artikel 15ac, tweede lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing.

Article 8aDividend tax reduction excluded from profit

Inserted by: Stb. 1994, 938, in force 1 January 1995

Art. 8a#

Profit does not include the amount by which the dividend tax to be remitted has been reduced pursuant to Article 11(1) of the Dividend Tax Act 1965 (Wet op de dividendbelasting 1965).

Original (Dutch)

Tot de winst behoort niet het bedrag waarmee de af te dragen dividendbelasting ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 is verminderd.

Article 8bArm’s length principle for transfer pricing

Current wording: Stb. 2014, 481, in force 1 January 2015

Art. 8b(1)#

If an entity participates, directly or indirectly, in the management of, the supervision of, or the capital of another entity, and conditions are agreed or imposed between those entities in respect of their mutual legal relationships (transfer prices) that differ from the conditions that would have been agreed between independent parties, the profit of those entities is determined as if the latter conditions had been agreed.

Original (Dutch)

Indien een lichaam, onmiddellijk of middellijk, deelneemt aan de leiding van of het toezicht op, dan wel in het kapitaal van een ander lichaam en tussen deze lichamen ter zake van hun onderlinge rechtsverhoudingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd (verrekenprijzen) die afwijken van voorwaarden die in het economische verkeer door onafhankelijke partijen zouden zijn overeengekomen, wordt de winst van die lichamen bepaald alsof die laatstbedoelde voorwaarden zouden zijn overeengekomen.

Art. 8b(2)#

Paragraph 1 applies mutatis mutandis if the same person participates, directly or indirectly, in the management of, in the supervision of, or in the capital of both the one entity and the other.

Original (Dutch)

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien een zelfde persoon, onmiddellijk of middellijk, deelneemt aan de leiding van of aan het toezicht op, dan wel in het kapitaal van het ene en het andere lichaam.

Art. 8b(3)#

The entities referred to in paragraphs 1 and 2 must include in their records information showing how the transfer prices referred to in that paragraph have been established and from which it can be ascertained whether the transfer prices established reflect conditions that would have been agreed between independent parties.

Original (Dutch)

De in het eerste en tweede lid bedoelde lichamen nemen in hun administratie gegevens op waaruit blijkt op welke wijze de in dat lid bedoelde verrekenprijzen tot stand zijn gekomen en waaruit kan worden opgemaakt of er met betrekking tot de totstandgekomen verrekenprijzen sprake is van voorwaarden die in het economische verkeer door onafhankelijke partijen zouden zijn overeengekomen.

Article 8baDefinitions for transfer pricing mismatch rules

Inserted by: Stb. 2021, 654, in force 1 January 2022

Art. 8ba#

For the purposes of Articles 8bb, 8bc, 8bd and 35:

a. the arm’s length principle means: determining profit in accordance with Article 3.8 of the Income Tax Act 2001 and Article 8b;

b. an entity affiliated with the taxpayer means: an entity with which the taxpayer is affiliated within the meaning of Article 8b.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van de artikelen 8bb, 8bc, 8bd en 35 wordt verstaan onder:

a. het zakelijkheidsbeginsel: het bepalen van de winst overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 8b;

b. een aan de belastingplichtige gelieerd lichaam: een lichaam waarmee de belastingplichtige is gelieerd in de zin van artikel 8b.

Article 8bbNo downward adjustment without corresponding upward adjustment

Inserted by: Stb. 2021, 654, in force 1 January 2022

Art. 8bb(1)#

In determining profit, no account is taken of a downward adjustment of profit in respect of a mutual legal relationship between the taxpayer and an entity affiliated with it, to the extent that the taxpayer does not make it plausible that a corresponding upward adjustment in respect of that legal relationship is included by that affiliated entity in a tax levied on profit.

Original (Dutch)

Bij het bepalen van de winst blijft buiten aanmerking een neerwaartse aanpassing van de winst ter zake van een onderlinge rechtsverhouding tussen de belastingplichtige en een aan hem gelieerd lichaam voor zover de belastingplichtige niet aannemelijk maakt dat ter zake van die rechtsverhouding bij dat gelieerde lichaam een corresponderende opwaartse aanpassing wordt betrokken in een naar de winst geheven belasting.

Art. 8bb(2)#

A downward adjustment of profit is the taking into account, pursuant to the arm’s length principle, of higher expenses or lower income in respect of a mutual legal relationship than the expenses or the income, respectively, that would be taken into account in determining the taxpayer’s profit on the basis of the conditions agreed or imposed in respect of that legal relationship.

Original (Dutch)

Een neerwaartse aanpassing van de winst is het ingevolge het zakelijkheidsbeginsel in aanmerking nemen van hogere lasten dan wel lagere baten ter zake van een onderlinge rechtsverhouding dan de lasten, onderscheidenlijk de baten, die op basis van de overeengekomen of opgelegde voorwaarden ter zake van die rechtsverhouding in aanmerking zouden worden genomen bij het bepalen van de winst van de belastingplichtige.

Art. 8bb(3)#

Paragraph 1 does not apply to the extent that the taxpayer makes it plausible that:

a. the affiliated entity with which the mutual legal relationship exists is not treated, under the tax rules of the state under whose law that entity was incorporated, as the entity entitled in that state to the income from the mutual legal relationship or as owing the expenses in respect of that legal relationship, because that entity is not resident in that state under its tax rules, and that entity is not resident in another state under the tax rules of that other state; and

b. an entity or natural person that has an interest in the entity referred to in point (a) is treated, under the tax rules of the state in which the first-mentioned entity is resident or in which that natural person lives, respectively, as the entity or the natural person, respectively, entitled in that state to the income from the mutual legal relationship or owing the expenses in respect of that legal relationship, and a corresponding upward adjustment in respect of that legal relationship is included by that entity or that natural person, respectively, in a tax levied on profit or on income, respectively.

Original (Dutch)

Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de belastingplichtige aannemelijk maakt dat:

a. het gelieerde lichaam waarmee de onderlinge rechtsverhouding bestaat volgens de fiscale regelgeving van de staat op grond van wiens recht dat lichaam is opgericht aldaar niet wordt behandeld als het lichaam dat gerechtigd is tot de baten ter zake van de onderlinge rechtsverhouding dan wel de lasten ter zake van die rechtsverhouding is verschuldigd omdat dat lichaam volgens de fiscale regelgeving van die staat niet aldaar is gevestigd, en dat lichaam niet volgens de fiscale regelgeving van een andere staat in laatstbedoelde staat is gevestigd; en

b. een lichaam dat of natuurlijk persoon die een belang heeft in het lichaam, bedoeld in onderdeel a, volgens de fiscale regelgeving van de staat waarin het eerstgenoemdelichaam is gevestigd, onderscheidenlijk die natuurlijk persoon woont, aldaar wordt behandeld als het lichaam dat, onderscheidenlijk de natuurlijk persoon die, gerechtigd is tot de baten ter zake van de onderlinge rechtsverhouding dan wel de lasten ter zake van die rechtsverhouding is verschuldigd, en bij dat lichaam, onderscheidenlijk die natuurlijk persoon, een corresponderende opwaartse aanpassing ter zake van die rechtsverhouding wordt betrokken in een naar de winst, onderscheidenlijk het inkomen, geheven belasting.

Art. 8bb(4)#

An interest as referred to in paragraph 3(b) also includes an indirect interest, provided that paragraph 3(a) would apply to the entity or entities through which the indirect interest is held if that entity or those entities, respectively, were the entity with which the mutual legal relationship exists.

Original (Dutch)

Onder een belang als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, wordt mede verstaan een middellijk belang, mits op het lichaam of de lichamen via welke het middellijke belang wordt gehouden, het derde lid, onderdeel a, van toepassing zou zijn, indien dit lichaam, onderscheidenlijk die lichamen, het lichaam waarmee de onderlinge rechtsverhouding bestaat zou, onderscheidenlijk zouden, zijn.

Article 8bcStep-up limited on acquisition from affiliated entity

Inserted by: Stb. 2021, 654, in force 1 January 2022

Art. 8bc(1)#

If in the year the taxpayer acquires an asset, other than a debt, from an entity affiliated with it and, in respect of that acquisition, the transfer price determined in accordance with the arm’s length principle is higher than the transfer price agreed or imposed between the taxpayer and the affiliated entity, then, for the recognition of that asset in the taxpayer’s books, the increase from the latter transfer price to the transfer price determined in accordance with the arm’s length principle is taken into account only to the extent that the taxpayer makes it plausible that the higher transfer price is included by the affiliated entity in a tax levied on profit.

Original (Dutch)

Indien de belastingplichtige in het jaar een vermogensbestanddeel, niet zijnde een schuld, verkrijgt van een aan hem gelieerd lichaam en ter zake van die verkrijging de met inachtneming van het zakelijkheidsbeginsel bepaalde verrekenprijs hoger is dan de tussen de belastingplichtige en het gelieerde lichaam overeengekomen of opgelegde verrekenprijs, wordt voor de teboekstelling van dat vermogensbestanddeel de verhoging van de laatstbedoelde verrekenprijs naar de met inachtneming van het zakelijkheidsbeginsel bepaalde verrekenprijs slechts in aanmerking genomen voor zover de belastingplichtige aannemelijk maakt dat bij het gelieerde lichaam die hogere verrekenprijs wordt betrokken in een naar de winst geheven belasting.

Art. 8bc(2)#

If in the year the taxpayer acquires a debt from an entity affiliated with it and, in respect of that acquisition, the transfer price determined in accordance with the arm’s length principle is lower than the transfer price agreed or imposed between the taxpayer and the affiliated entity, then, for the recognition of that debt in the taxpayer’s books, the reduction from the latter transfer price to the transfer price determined in accordance with the arm’s length principle is taken into account only to the extent that the taxpayer makes it plausible that the difference between the agreed or imposed transfer price and the transfer price determined in accordance with the arm’s length principle is included by the affiliated entity in a tax levied on profit.

Original (Dutch)

Indien de belastingplichtige in het jaar een schuld verkrijgt van een aan hem gelieerd lichaam en ter zake van die verkrijging de met inachtneming van het zakelijkheidsbeginsel bepaalde verrekenprijs lager is dan de tussen de belastingplichtige en het gelieerde lichaam overeengekomen of opgelegde verrekenprijs, wordt voor de teboekstelling van die schuld de verlaging van de laatstbedoelde verrekenprijs naar de met inachtneming van het zakelijkheidsbeginsel bepaalde verrekenprijs slechts in aanmerking genomen voor zover de belastingplichtige aannemelijk maakt dat bij het gelieerde lichaam het verschil tussen de overeengekomen of opgelegde verrekenprijs en de met inachtneming van het zakelijkheidsbeginsel bepaalde verrekenprijs wordt betrokken in een naar de winst geheven belasting.

Art. 8bc(3)#

For the purposes of paragraphs 1 and 2, the assessment of which amount in respect of the transfer of the asset is included in a tax levied on profit is made at the level of the entity or natural person referred to in point (b), where, in the case of a natural person, “a tax levied on profit” is to be read as “a tax levied on income”, if the taxpayer makes it plausible that:

a. the affiliated entity transferring the asset to the taxpayer is not treated, under the tax rules of the state under whose law that entity was incorporated, as the entity to which the asset is attributed in that state immediately before the transfer, because that entity is not resident in that state under its tax rules, and that entity is not resident in another state under the tax rules of that other state; and

b. an entity or natural person that has an interest in the entity referred to in point (a) is treated, under the tax rules of the state in which the first-mentioned entity is resident or in which that natural person lives, respectively, as the entity or the natural person, respectively, to which the asset is attributed in that state immediately before the transfer.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van het eerste en tweede lid vindt de beoordeling welk bedrag ter zake van de overdracht van het vermogensbestanddeel wordt betrokken in een naar de winst geheven belasting plaats bij het lichaam of de natuurlijk persoon, bedoeld in onderdeel b, waarbij in geval van een natuurlijk persoon voor «een naar de winst geheven belasting» wordt gelezen «een naar het inkomen geheven belasting», indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat:

a. het gelieerde lichaam dat het vermogensbestanddeel overdraagt aan de belastingplichtige volgens de fiscale regelgeving van de staat op grond van wiens recht dat lichaam is opgericht aldaar niet wordt behandeld als het lichaam waaraan het vermogensbestanddeel direct voorafgaande aan de overdracht wordt toegerekend omdat dat lichaam volgens de fiscale regelgeving van die staat niet aldaar is gevestigd, en dat lichaam niet volgens de fiscale regelgeving van een andere staat in laatstbedoelde staat is gevestigd; en

b. een lichaam dat of natuurlijk persoon die een belang heeft in het lichaam, bedoeld in onderdeel a, volgens de fiscale regelgeving van de staat waarin het eerstgenoemde lichaam is gevestigd, onderscheidenlijk die natuurlijk persoon woont, aldaar wordt behandeld als het lichaam waaraan, onderscheidenlijk de natuurlijk persoon aan wie, het vermogensbestanddeel direct voorafgaande aan de overdracht wordt toegerekend.

Art. 8bc(4)#

An interest as referred to in paragraph 3(b) also includes an indirect interest, provided that paragraph 3(a) would apply to the entity or entities through which the indirect interest is held if the asset were transferred by that entity or those entities, respectively.

Original (Dutch)

Onder een belang als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, wordt mede verstaan een middellijk belang, mits op het lichaam of de lichamen via welke het middellijke belang wordt gehouden, het derde lid, onderdeel a, van toepassing zou zijn, indien het vermogensbestanddeel zou worden overgedragen door dit lichaam, onderscheidenlijk die lichamen.

Article 8bdValuation of assets received through equity transactions

Inserted by: Stb. 2021, 654, in force 1 January 2022

Art. 8bd(1)#

If in the year the taxpayer acquires an asset, other than a debt, from an entity affiliated with it by way of a capital contribution, profit distribution, repayment of paid-up capital, liquidation distribution or a comparable legal act, and the fair market value of that asset at the time of acquisition is higher than the value that the affiliated entity includes in a tax levied on profit in respect of the transfer of that asset, the latter value is taken into account for the recognition of that asset in the taxpayer’s books. The taxpayer must make plausible the value that the affiliated entity includes in a tax levied on profit.

Original (Dutch)

Indien de belastingplichtige in het jaar een vermogensbestanddeel, niet zijnde een schuld, verkrijgt van een aan hem gelieerd lichaam door middel van een kapitaalstorting, winstuitdeling, teruggaaf van gestort kapitaal, liquidatie-uitkering of een daarmee vergelijkbare rechtshandeling, en de waarde in het economische verkeer van dat vermogensbestanddeel op het tijdstip van de verkrijging hoger is dan de waarde die bij het gelieerde lichaam ter zake van de overdracht van dat vermogensbestanddeel wordt betrokken in een naar de winst geheven belasting, wordt voor de teboekstelling van dat vermogensbestanddeel de laatstbedoelde waarde in aanmerking genomen. De belastingplichtige dient de waarde die bij het gelieerde lichaam wordt betrokken in een naar de winst geheven belasting aannemelijk te maken.

Art. 8bd(2)#

If in the year the taxpayer acquires a debt from an entity affiliated with it by way of a capital contribution, profit distribution, repayment of paid-up capital, liquidation distribution or a comparable legal act, and the fair market value of that debt at the time of acquisition is lower than the value of that debt determined at the level of the affiliated entity in respect of the capital contribution, profit distribution, repayment of paid-up capital, liquidation distribution or comparable legal act, then, for the recognition of that debt in the taxpayer’s books, the fair market value is increased by the difference between the value determined at the level of the affiliated entity in respect of the capital contribution, profit distribution, repayment of paid-up capital, liquidation distribution or comparable legal act and the fair market value, to the extent that the taxpayer does not make it plausible that this difference is included by the affiliated entity in a tax levied on profit.

Original (Dutch)

Indien de belastingplichtige in het jaar een schuld verkrijgt van een aan hem gelieerd lichaam door middel van een kapitaalstorting, winstuitdeling, teruggaaf van gestort kapitaal, liquidatie-uitkering of een daarmee vergelijkbare rechtshandeling, en de waarde in het economische verkeer van die schuld op het tijdstip van de verkrijging lager is dan de ter zake van de kapitaalstorting, winstuitdeling, teruggaaf van gestort kapitaal, liquidatie-uitkering of een daarmee vergelijkbare rechtshandeling bepaalde waarde van die schuld bij het gelieerde lichaam, wordt voor de teboekstelling van die schuld de waarde in het economische verkeer verhoogd met het verschil tussen de ter zake van de kapitaalstorting, winstuitdeling, teruggaaf van gestort kapitaal, liquidatie-uitkering of een daarmee vergelijkbare rechtshandeling bepaalde waarde bij het gelieerde lichaam en de waarde in het economische verkeer voor zover de belastingplichtige niet aannemelijk maakt dat dit verschil bij het gelieerde lichaam wordt betrokken in een naar de winst geheven belasting.

Art. 8bd(3)#

For the purposes of paragraphs 1 and 2, the acquisition of an asset in the context of a merger or division in which assets and liabilities are acquired under universal title is deemed to be a legal act comparable to the legal acts referred to in paragraphs 1 and 2. The first sentence does not apply to the extent that, under the rules applicable to the merger or division, the asset is recognised in the books at the value at which it was carried, at the time of the merger or division, by the affiliated entity transferring its assets and liabilities under universal title in the context of the merger or division.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt de verkrijging van een vermogensbestanddeel in het kader van een fusie of splitsing waarbij vermogen onder algemene titel wordt verkregen geacht een met de rechtshandelingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, vergelijkbare rechtshandeling te zijn. De eerste zin is niet van toepassing voor zover het vermogensbestanddeel op grond van de van toepassing zijnde regels voor de fusie of splitsing te boek wordt gesteld op de waarde waarvoor het ten tijde van de fusie of splitsing te boek stond gesteld bij het gelieerde lichaam dat zijn vermogen in het kader van de fusie of splitsing onder algemene titel overdraagt.

Art. 8bd(4)#

For the purposes of paragraphs 1 and 2, Article 8bc(3) and (4) applies mutatis mutandis to the acquisition of an asset, including a debt, by way of a capital contribution or a comparable legal act. The first sentence does not apply to an acquisition as referred to in paragraph 3.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is artikel 8bc, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing op de verkrijging van een vermogensbestanddeel, waaronder een schuld, door middel van een kapitaalstorting of een daarmee vergelijkbare rechtshandeling. De eerste zin is niet van toepassing op een verkrijging als bedoeld in het derde lid.

Article 8cIntra-group financing and licensing without real risk

Current wording: Stb. 2017, 518, in force 1 January 2018

Art. 8c(1)#

In determining profit, no account is taken of the following, received by the taxpayer from, and paid by the taxpayer to, respectively, entities or natural persons belonging to the group of which the taxpayer forms part:

a. interest in respect of money loans that are directly or indirectly linked in law or in fact, or

b. royalties in respect of legal relationships that are directly or indirectly linked in law or in fact,

if, on balance, the taxpayer does not run any real risks with regard to those money loans or legal relationships.

Original (Dutch)

Bij het bepalen van de winst blijven buiten aanmerking de door de belastingplichtige van onderscheidenlijk aan lichamen of natuurlijke personen die behoren tot het concern waarvan de belastingplichtige deel uitmaakt, ontvangen en betaalde:

a. renten ter zake van rechtens dan wel in feite direct of indirect samenhangende geldleningen, of

b. royalty's ter zake van rechtens dan wel in feite direct of indirect samenhangende rechtsverhoudingen,

indien door de belastingplichtige met betrekking tot die geldleningen of rechtsverhoudingen per saldo geen reële risico's worden gelopen.

Art. 8c(2)#

A taxpayer is deemed to run real risks with regard to linked money loans if the equity appropriate to cover the risks amounts to at least the lower of the following amounts:

a. 1% of the amount of the outstanding money loans, or

b. €2,000,000.

The taxpayer must make it plausible that this amount of equity is available to cover the risks concerned and that it will be affected if those risks materialise.

Original (Dutch)

Een belastingplichtige wordt met betrekking tot samenhangende geldleningen geacht reële risico's te lopen indien het eigen vermogen dat passend is ter dekking van de risico's ten minste bedraagt het laagste van de volgende bedragen:

a. 1% van het bedrag van de uitstaande geldleningen, of

b. € 2 000 000.

De belastingplichtige dient aannemelijk te maken dat dit bedrag aan eigen vermogen aanwezig is ter dekking van de desbetreffende risico's en dat dit wordt aangetast als deze risico's zich manifesteren.

Art. 8c(3)#

Without prejudice to paragraph 1, the taxpayer’s profit includes a remuneration, to be determined with due regard to Article 8b, for the functions performed by the taxpayer in relation to the linked money loans or legal relationships.

Original (Dutch)

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, wordt tot de winst van de belastingplichtige gerekend een met inachtneming van artikel 8b te bepalen vergoeding voor de door de belastingplichtige uitgeoefende functies die betrekking hebben op de samenhangende geldleningen of rechtsverhoudingen.

Art. 8c(4)#

Group means: the taxpayer together with the entities and natural persons related to it referred to in Article 10a(4) and (7), and (5), respectively.

Original (Dutch)

Onder een concern wordt verstaan: de belastingplichtige tezamen met de met hem verbonden lichamen en verbonden natuurlijke personen, bedoeld in artikel 10a, vierde en zevende lid, onderscheidenlijk vijfde lid.

Article 8dExclusion of housing subsidies from profit

Current wording: Stb. 2015, 145, in force 1 July 2015

Art. 8d#

In determining profit, no account is taken of the subsidies referred to in Article 57(1) of the Housing Act (Woningwet) received by associations and foundations that have been admitted by Royal Decree, in accordance with the Housing Act, as institutions working in the interest of public housing.

Original (Dutch)

Bij het bepalen van de winst blijven buiten aanmerking de subsidies, bedoeld in artikel 57, eerste lid, van de Woningwet, ontvangen door verenigingen en stichtingen die op de voet van de Woningwet bij koninklijk besluit zijn toegelaten als instellingen die in het belang van de volkshuisvesting werkzaam zijn.

Article 8eGovernment bodies: exempt activities and definitions

Current wording: Stb. 2023, 508, in force 1 January 2025

Art. 8e(1)#

In determining the profit of an entity as referred to in Article 2(1)(g) or (2), or Article 3(3)(a), no account is taken of benefits from:

a. activities performed for:

1°. the entity itself;

2°. a private-law government entity of the entity;

3°. a public-law legal person of the State, if the activities are performed by the State;

4°. the State, if the activities are performed by a public-law legal person of the State;

5°. a public-law legal person of the State, if the activities are performed by another public-law legal person of the State;

6°. a private-law government entity of a public-law legal person that is the State, if the activities are performed by a public-law legal person of the State; or

7°. a public-law legal person or a private-law government entity under a service agreement, if the benefits from those activities would not be taken into account in determining the profit of that public-law legal person or that private-law government entity had those activities been performed by that legal person or that entity itself, and the activities at that public-law legal person or that private-law government entity would be activities as referred to in point (b);

b. activities performed in connection with the exercise of a public task or of a public-law power of the public-law legal person, unless those activities compete with enterprises carried on by natural persons or by entities as referred to in Article 2(1)(a), (b), (c), (d) and (e);

c. activities performed in the context of a collaborative arrangement between public-law legal persons or private-law government entities, provided that:

1°. the activities are performed for the public-law legal persons and private-law government entities participating directly or indirectly in the collaborative arrangement, or for private-law government entities of those public-law legal persons;

2°. the activities would not give rise to tax liability, or the benefits from them would be exempt, had the activities been performed by the directly or indirectly participating legal persons or entities, and

3°. those legal persons and entities contribute to the costs of the collaborative arrangement in proportion to their take-up of the activities.

Original (Dutch)

Bij het bepalen van de winst van een lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel g, of tweede lid, dan wel artikel 3, derde lid, onderdeel a, blijven buiten aanmerking voordelen uit:

a. activiteiten verricht voor:

1°. het lichaam zelf;

2°. een privaatrechtelijk overheidslichaam van het lichaam;

3°. een publiekrechtelijke rechtspersoon van de Staat, indien de activiteiten worden verricht door de Staat;

4°. de Staat, indien de activiteiten worden verricht door een publiekrechtelijke rechtspersoon van de Staat;

5°. een publiekrechtelijke rechtspersoon van de Staat, indien de activiteiten worden verricht door een andere publiekrechtelijke rechtspersoon van de Staat;

6°. een privaatrechtelijk overheidslichaam van een publiekrechtelijke rechtspersoon zijnde de Staat, indien de activiteiten worden verricht door een publiekrechtelijke rechtspersoon van de Staat; of

7°. een publiekrechtelijke rechtspersoon of een privaatrechtelijk overheidslichaam in het kader van een dienstverleningsovereenkomst, indien de voordelen uit deze activiteiten bij die publiekrechtelijke rechtspersoon of dat privaatrechtelijke overheidslichaam bij het bepalen van de winst buiten aanmerking zouden blijven indien deze activiteiten door die rechtspersoon of dat lichaam zelf zouden zijn verricht en bij die publiekrechtelijke rechtspersoon of dat privaatrechtelijke overheidslichaam sprake zou zijn van activiteiten als bedoeld in onderdeel b;

b. activiteiten verricht in verband met de uitoefening van een overheidstaak of van een publiekrechtelijke bevoegdheid van de publiekrechtelijke rechtspersoon, tenzij met die activiteiten in concurrentie wordt getreden met ondernemingen gedreven door natuurlijke personen dan wel door lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b, c, d en e;

c. activiteiten verricht in het kader van een samenwerkingsverband tussen publiekrechtelijke rechtspersonen of privaatrechtelijke overheidslichamen, mits:

1°. de activiteiten worden verricht voor de onmiddellijk of middellijk in het samenwerkingsverband deelnemende publiekrechtelijke rechtspersonen en privaatrechtelijke overheidslichamen, of voor privaatrechtelijke overheidslichamen van genoemde publiekrechtelijke rechtspersonen;

2°. de activiteiten niet tot belastingplicht zouden leiden of de voordelen hieruit zouden zijn vrijgesteld indien de activiteiten zouden zijn verricht door de onmiddellijk of middellijk deelnemende rechtspersonen of lichamen, en

3°. door deze rechtspersonen en lichamen naar evenredigheid van de afname van de activiteiten wordt bijgedragen in de kosten van het samenwerkingsverband.

Art. 8e(2)#

At the entity’s request, paragraph 1 is not applied.

Original (Dutch)

Op verzoek van het lichaam blijft de toepassing van het eerste lid achterwege.

Art. 8e(3)#

The request referred to in paragraph 2 must be made before the first year for which the entity wishes paragraph 1 not to be applied. The inspector decides on the request by a decision open to objection.

Original (Dutch)

Het verzoek, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan voorafgaand aan het eerste jaar waarover het lichaam de toepassing van het eerste lid achterwege wil laten. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Art. 8e(4)#

If the request referred to in paragraph 2 is granted, it applies until revoked by the entity; revocation is possible only with effect from the fifth year after the end of the first year to which the request relates or from one of the following years. After revocation, no request as referred to in paragraph 2 may be made for a period of five years from the time at which paragraph 1 again applies.

Original (Dutch)

Bij inwilliging van het verzoek, bedoeld in het tweede lid, geldt dit tot wederopzegging door het lichaam, waarbij wederopzegging alleen mogelijk is met ingang van het vijfde jaar na het einde van het eerste jaar waarop het verzoek betrekking heeft of een van de daaropvolgende jaren. Na wederopzegging kan voor een periode van vijf jaren vanaf het tijdstip waarop het eerste lid weer van toepassing is, geen verzoek worden gedaan als bedoeld in het tweede lid.

Art. 8e(5)#

For the purposes of this Act, a private-law government entity means:

a. an entity without shareholders, partners, beneficiaries or members, whose directors are appointed and dismissed, directly or indirectly, exclusively by public-law legal persons and whose assets on liquidation become available exclusively to public-law legal persons, and;

b. an entity whose shareholders, partners, beneficiaries or members, directly or indirectly, are exclusively public-law legal persons or entities as referred to in point (a).

Original (Dutch)

Onder een privaatrechtelijk overheidslichaam worden voor de toepassing van deze wet verstaan:

a. een lichaam zonder aandeelhouders, vennoten, deelgerechtigden en leden waarvan de bestuurders uitsluitend door publiekrechtelijke rechtspersonen, onmiddellijk of middellijk, worden benoemd en ontslagen en waarvan het vermogen bij liquidatie uitsluitend ter beschikking van publiekrechtelijke rechtspersonen komt, en;

b. een lichaam waarvan uitsluitend publiekrechtelijke rechtspersonen of lichamen als bedoeld in onderdeel a, onmiddellijk of middellijk, aandeelhouders, vennoten, deelgerechtigden of leden zijn.

Art. 8e(6)#

For the purposes of this Act, a private-law government entity of a public-law legal person means a private-law government entity:

a. whose directors are appointed and dismissed, directly or indirectly, exclusively by that public-law legal person and whose assets on liquidation accrue exclusively to that public-law legal person, or

b. of which exclusively that public-law legal person or one or more entities as referred to in point (a) is or are, respectively, directly or indirectly, shareholder, partner, beneficiary or member.

Original (Dutch)

Onder een privaatrechtelijk overheidslichaam van een publiekrechtelijke rechtspersoon wordt voor de toepassing van deze wet verstaan een privaatrechtelijk overheidslichaam waarvan:

a. de bestuurders uitsluitend, onmiddellijk of middellijk, door die publiekrechtelijke rechtspersoon worden benoemd en ontslagen en waarvan het vermogen bij liquidatie uitsluitend toekomt aan die publiekrechtelijke rechtspersoon, of

b. uitsluitend die publiekrechtelijke rechtspersoon of een of meer lichamen als bedoeld in onderdeel a onmiddellijk of middellijk aandeelhouder, vennoot, deelgerechtigde of lid is, onderscheidenlijk zijn.

Art. 8e(7)#

For the purposes of this Act, a public-law legal person of the State means a public-law legal person whose directors are appointed and dismissed, directly or indirectly, exclusively by the State or the Minister concerned or by Royal Decree.

Original (Dutch)

Onder een publiekrechtelijke rechtspersoon van de Staat wordt voor de toepassing van deze wet verstaan een publiekrechtelijke rechtspersoon waarvan de bestuurders uitsluitend, onmiddellijk of middellijk, door de Staat of Onze Minister die het aangaat of bij koninklijk besluit worden benoemd en ontslagen.

Art. 8e(8)#

Paragraph 1 does not apply to:

a. activities as referred to in Article 6b, and

b. the production, transport or supply of gas, electricity or heat and the construction or management of networks or pipelines for the transport of gas, electricity or heat.

Original (Dutch)

Het eerste lid is niet van toepassing op:

a. activiteiten als bedoeld in artikel 6b, en

b. het produceren, transporteren of leveren van gas, elektriciteit of warmte en het aanleggen of beheren van netten of leidingen ten behoeve van het transport van gas, elektriciteit of warmte.

Art. 8e(9)#

In the case of entities as referred to in Article 2(2), paragraph 1(a) applies to activities performed for the State or for a private-law government entity of the State.

Original (Dutch)

Het eerste lid, onderdeel a, vindt bij lichamen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, toepassing op activiteiten verricht voor de Staat of voor een privaatrechtelijk overheidslichaam van de Staat.

Art. 8e(10)#

Paragraph 1(a)(2°) does not apply to the extent that:

a. the activities referred to in that point consist of making assets available; and

b. those assets are used, by the private-law government entity to which they are made available, for activities whose benefits are taken into account in determining profit.

Original (Dutch)

Het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, is niet van toepassing voor zover:

a. de activiteiten, bedoeld in dat onderdeel, bestaan uit het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen; en

b. die vermogensbestanddelen bij het privaatrechtelijke overheidslichaam waaraan die ter beschikking worden gesteld, worden aangewend ten behoeve van activiteiten waarvan de voordelen in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de winst.

Article 8fPrivate-law government entities: exempt activities

Current wording: Stb. 2019, 510, in force 1 January 2020

Art. 8f(1)#

In determining the profit of a private-law government entity, no account is taken of benefits from:

a. activities performed for:

1°. the public-law legal person with which that private-law government entity has a relationship as referred to in Article 8e(6), or for another private-law government entity of that public-law legal person;

2°. a public-law legal person of the State, if the activities are performed by a private-law government entity that has a relationship with the State as referred to in Article 8e(6); or

3°. a public-law legal person or a private-law government entity under a service agreement, if the benefits from those activities would not be taken into account in determining the profit of that public-law legal person or that private-law government entity had those activities been performed by that legal person or that entity itself, and the activities at that public-law legal person or that private-law government entity would be activities as referred to in point (b);

b. activities performed in connection with the exercise of a public task or of a public-law power of that private-law government entity, unless those activities compete with enterprises carried on by natural persons or by entities as referred to in Article 2(1)(a), (b), (c), (d) and (e);

c. activities performed in the context of a collaborative arrangement between public-law legal persons or private-law government entities, provided that:

1°. the activities are performed for the public-law legal persons and private-law government entities participating directly or indirectly in the collaborative arrangement, or for private-law government entities of those public-law legal persons;

2°. the activities would not give rise to tax liability, or the benefits from them would be exempt, had the activities been performed by the directly or indirectly participating legal persons or entities, and

3°. those legal persons and entities contribute to the costs of the collaborative arrangement in proportion to their take-up of the activities.

Original (Dutch)

Bij het bepalen van de winst van een privaatrechtelijk overheidslichaam blijven buiten aanmerking voordelen uit:

a. activiteiten verricht voor:

1°. de publiekrechtelijke rechtspersoon tot wie dat privaatrechtelijke overheidslichaam in een relatie staat als bedoeld in artikel 8e, zesde lid, of voor een ander privaatrechtelijk overheidslichaam van die publiekrechtelijke rechtspersoon;

2°. een publiekrechtelijke rechtspersoon van de Staat, indien de activiteiten worden verricht door een privaatrechtelijk overheidslichaam dat in een relatie als bedoeld in artikel 8e, zesde lid, staat tot de Staat; of

3°. een publiekrechtelijke rechtspersoon of een privaatrechtelijk overheidslichaam in het kader van een dienstverleningsovereenkomst, indien de voordelen uit deze activiteiten bij die publiekrechtelijke rechtspersoon of dat privaatrechtelijke overheidslichaam bij het bepalen van de winst buiten aanmerking zouden blijven indien deze activiteiten door die rechtspersoon of dat lichaam zelf zouden zijn verricht en bij die publiekrechtelijke rechtspersoon of dat privaatrechtelijke overheidslichaam sprake zou zijn van activiteiten als bedoeld in onderdeel b;

b. activiteiten verricht in verband met de uitoefening van een overheidstaak of van een publiekrechtelijke bevoegdheid van dat privaatrechtelijke overheidslichaam, tenzij met die activiteiten in concurrentie wordt getreden met ondernemingen gedreven door natuurlijke personen, dan wel door lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b, c, d en e;

c. activiteiten verricht in het kader van een samenwerkingsverband tussen publiekrechtelijke rechtspersonen of privaatrechtelijke overheidslichamen, mits:

1°. de activiteiten worden verricht voor de onmiddellijk of middellijk in het samenwerkingsverband deelnemende publiekrechtelijke rechtspersonen en privaatrechtelijke overheidslichamen, of voor privaatrechtelijke overheidslichamen van genoemde publiekrechtelijke rechtspersonen;

2°. de activiteiten niet tot belastingplicht zouden leiden of de voordelen hieruit zouden zijn vrijgesteld indien de activiteiten zouden zijn verricht door de onmiddellijk of middellijk deelnemende rechtspersonen of lichamen, en

3°. door deze rechtspersonen en lichamen naar evenredigheid van de afname van de activiteiten wordt bijgedragen in de kosten van het samenwerkingsverband.

Art. 8f(2)#

At the request of the private-law government entity, paragraph 1 is not applied.

Original (Dutch)

Op verzoek van het privaatrechtelijke overheidslichaam blijft toepassing van het eerste lid achterwege.

Art. 8f(3)#

Paragraph 1(a)(1°) does not apply to the extent that:

a. the activities referred to in that point consist of making assets available; and

b. those assets are used, by the public-law legal person or the private-law government entity to which they are made available, for activities whose benefits are taken into account in determining profit.

Original (Dutch)

Het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, is niet van toepassing voor zover:

a. de activiteiten, bedoeld in dat onderdeel, bestaan uit het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen; en

b. die vermogensbestanddelen bij de publiekrechtelijke rechtspersoon of het privaatrechtelijke overheidslichaam waaraan die ter beschikking worden gesteld, worden aangewend ten behoeve van activiteiten waarvan de voordelen in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de winst.

Art. 8f(4)#

Article 8e(3), (4) and (8) applies mutatis mutandis.

Original (Dutch)

Artikel 8e, derde, vierde en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.

Article 8gAcademic hospitals and Article 6b activities

Current wording: Stb. 2015, 540, in force 1 January 2016

Art. 8g(1)#

In determining profit, no account is taken of:

a. benefits from activities performed as an academic hospital as referred to in Article 6b(1)(a);

b. benefits from activities as referred to in Article 6b(1)(b).

Original (Dutch)

Bij het bepalen van de winst blijven buiten aanmerking:

a. voordelen uit als academisch ziekenhuis verrichte activiteiten als bedoeld in artikel 6b, eerste lid, onderdeel a;

b. voordelen uit activiteiten als bedoeld in artikel 6b, eerste lid, onderdeel b.

Art. 8g(2)#

At the taxpayer’s request, paragraph 1 is not applied.

Original (Dutch)

Op verzoek van de belastingplichtige blijft toepassing van het eerste lid achterwege.

Art. 8g(3)#

Articles 6b(2) and 8e(3) and (4) apply mutatis mutandis.

Original (Dutch)

De artikelen 6b, tweede lid, en 8e, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Article 9Additional deductible items in determining profit

Current wording: Stb. 2023, 508, in force 1 January 2025

Art. 9(1)#

The following are also deductible in determining profit:

a. profit shares granted to directors and other staff in respect of work performed in the enterprise;

b. profit shares that constitute the consideration for the grant of a concession or a licence under a patent, or for another similar performance, such as supplies or purchases, provided that these profit shares have not accrued to incorporators, shareholders, members, participants or beneficiaries in that capacity;

c. profit shares of an insurance undertaking to which insured persons are entitled under their insurance;

d. incorporation costs, as well as costs of changes to the capital;

e. the part of the profit of an entity as referred to in Article 2(11) that is included in a tax levied on profit at the level of the holders of voting rights, capital interests or profit rights in that entity who are resident or established in a state that does not regard that entity as a taxpayer for a tax levied on profit;

f. distributions by a cooperative or by an association on a cooperative basis out of the profit obtained over the year that is available for that purpose, in proportion to the transactions performed by or towards the members in that year - not including the provision of capital by members in that capacity - up to at most the amount of the part of the profit obtained over the year determined in accordance with paragraph 2, to the extent that those distributions have been granted to members who are natural persons;

g. in the case of a public benefit organisation and of an entity that serves a social interest and obtains its profit mainly by means of work performed by natural persons free of charge or for a wage that is substantially lower than what is customary in the market (volunteers): the costs that would be deductible in respect of volunteers if they were remunerated on the basis of the minimum wage, reduced by the actual costs.

Original (Dutch)

Bij het bepalen van de winst komen mede in aftrek:

a. aandelen in de winst aan bestuurders en verder personeel toegekend ter zake van in de onderneming verrichte arbeid;

b. aandelen in de winst welke de tegenprestatie vormen voor het verlenen van een concessie of een licentie op een octrooi, of voor een andere, soortgelijke prestatie, zoals leveringen of aankopen, mits deze aandelen in de winst niet aan oprichters, aandeelhouders, leden, deelnemers of deelgerechtigden als zodanig zijn opgekomen;

c. aandelen in de winst van een verzekeringsonderneming welke aan verzekerden krachtens hun verzekering toekomen;

d. oprichtingskosten, alsmede kosten van wijziging van het kapitaal;

e. het gedeelte van de winst van een lichaam als bedoeld in artikel 2, elfde lid, dat in een naar de winst geheven belasting wordt betrokken bij de houders van stemrechten, kapitaalbelangen of winstrechten in dat lichaam die woonachtig of gevestigd zijn in een staat die dat lichaam niet als een belastingplichtige voor een naar de winst geheven belasting beschouwt;

f. uitdelingen van een coöperatie of van een vereniging op coöperatieve grondslag uit de daartoe beschikbare over het jaar genoten winst, naar de maatstaf van de door of jegens de leden in dat jaar verrichte prestaties - daaronder niet begrepen kapitaalverstrekking door leden als zodanig - tot ten hoogste het bedrag van het op de voet van het tweede lid bepaalde gedeelte van de over het jaar genoten winst, voor zover die uitdelingen zijn toegekend aan leden, natuurlijke personen;

g. bij een algemeen nut beogende instelling en bij een lichaam dat een sociaal belang behartigt en de winst hoofdzakelijk behaalt met behulp van arbeid die door natuurlijke personen om niet of naar een loon dat in belangrijke mate lager is dan hetgeen in het economische verkeer gebruikelijk is, wordt verricht (vrijwilligers): de kosten die met betrekking tot vrijwilligers aftrekbaar zouden zijn indien hun beloning plaats zou vinden op basis van het minimumloon, verminderd met de werkelijke kosten.

Art. 9(2)#

The part referred to in paragraph 1(f) is the portion that bears the same proportion to the whole of the profit obtained over the year as the part of the total costs of the cooperative or of the association on a cooperative basis over the year that relates to transactions performed by or towards the members bears to those total costs, on the understanding that the portion so calculated is increased by €2,269 up to at most the amount of that profit. In calculating the part of the total costs, goods supplied by the members are taken into account only if they have been produced by the members in their own enterprise; goods supplied to the members, if manufactured by the cooperative or the association on a cooperative basis itself, are taken into account only up to the raw materials incorporated in them; and the only costs relating to goods taken into account are those that have benefited the suppliers themselves.

Original (Dutch)

Het in het eerste lid, onderdeel f, bedoelde gedeelte is het deel dat zich tot het geheel van de over het jaar genoten winst verhoudt als het gedeelte van de totale kosten van de coöperatie of de vereniging op coöperatieve grondslag over het jaar dat betrekking heeft op door of jegens de leden verrichte prestaties, zich verhoudt tot die totale kosten, met dien verstande dat het aldus berekende deel wordt vermeerderd met € 2269 tot ten hoogste het bedrag van die winst. Bij de berekening van het gedeelte van de totale kosten komen als door de leden geleverde zaken slechts in aanmerking die welke door hen in eigen onderneming zijn voortgebracht, komen aan de leden geleverde zaken, indien zij door de coöperatie of de vereniging op coöperatieve grondslag zelf vervaardigd zijn, slechts in aanmerking tot de daarin verwerkte grondstoffen en komen als op zaken betrekking hebbende kosten uitsluitend in aanmerking die welke aan de leveranciers zelf ten goede zijn gekomen.

Art. 9(3)#

To the extent that an entity as referred to in paragraph 1(g) makes it plausible that a wage higher than the minimum wage is customary in the market for a person referred to in that point, the deductible costs referred to there are calculated on the basis of that higher wage.

Original (Dutch)

Voorzover een lichaam als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, aannemelijk maakt dat in het economische verkeer met betrekking tot een in dat onderdeel bedoelde persoon een hoger loon dan het minimumloon gebruikelijk is, worden de daar bedoelde aftrekbare kosten berekend op basis van dat hogere loon.

Art. 9(4)#

The costs referred to in paragraph 1(g) are deductible only if the entity has specified them in its records per person referred to in that point, stating their name, address, place of residence and the remuneration actually paid to them.

Original (Dutch)

De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, komen slechts in aftrek indien het lichaam deze in zijn administratie heeft gespecificeerd naar de in dat onderdeel bedoelde personen onder opgave van hun naam, adres, woonplaats en de daadwerkelijk aan hen verstrekte beloningen.

Art. 9(5)#

The deduction under paragraph 1(g) is taken into account only to the extent that it exceeds the deduction under Article 9a. If the deduction under paragraph 1(g) would result in a negative amount in the calculation of taxable profit, the deduction is limited to an amount such that no negative amount arises. If, before the deduction under paragraph 1(g) is taken into account, the calculation of profit already results in a negative amount, that deduction does not apply.

Original (Dutch)

De aftrek van het eerste lid, onderdeel g, wordt slechts in aanmerking genomen voor zover deze meer bedraagt dan de aftrek ingevolge artikel 9a. Indien de berekening van de belastbare winst door de aftrek van het eerste lid, onderdeel g, zou leiden tot een negatief bedrag, blijft de aftrek beperkt tot een zodanig bedrag dat geen negatief bedrag ontstaat. Indien vóór het in aanmerking nemen van de aftrek van het eerste lid, onderdeel g, de berekening van de winst reeds leidt tot een negatief bedrag, vindt die aftrek geen toepassing.

Art. 9(6)#

In order to prevent distortion of competition, entities, groups of entities or activities may be excluded by ministerial regulation from the application of paragraph 1(g).

Original (Dutch)

Bij ministeriële regeling kunnen ter voorkoming van concurrentieverstoring, lichamen, groepen lichamen of activiteiten worden uitgezonderd van de toepassing van het eerste lid, onderdeel g.

Article 9aDeduction for overtly fundraising activities

Current wording: Stb. 2012, 544, in force 1 January 2013

Art. 9a(1)#

The following are also deductible in determining profit:

a. in the case of a public benefit organisation: an amount equal to the profit obtained from overtly fundraising activities;

b. in the case of a fundraiser: the distributions to a public benefit organisation.

Original (Dutch)

Bij het bepalen van de winst komen mede in aftrek:

a. bij een algemeen nut beogende instelling: een bedrag ter grootte van de winst behaald met kenbaar fondswervende activiteiten;

b. bij een fondswerver: de uitkeringen aan een algemeen nut beogende instelling.

Art. 9a(2)#

For the purposes of this Article:

a. overtly fundraising activities means:

1°. activities performed to a significant extent with the help of volunteers that consist of selling movable property or supplying services at a price higher than the price generally regarded in the market as an arm’s length price, where it has been made known to the buyer of the property or the recipient of the service that the proceeds will benefit exclusively or almost exclusively a public benefit organisation;

2°. activities performed to a significant extent with the help of volunteers that consist of selling movable property or supplying services at a price generally regarded in the market as an arm’s length price, but whose cost price is considerably lower than is customary in the market because volunteers make their work available for the manufacture of the property or the supply of the service, and where it has been made known to the buyer of the property or the recipient of the service that the proceeds will benefit exclusively or almost exclusively a public benefit organisation; or

3°. activities that consist of collecting movable property free of charge, where it has been made known to those who give up the property that the proceeds of what is collected will benefit exclusively or almost exclusively a public benefit organisation;

b. a fundraiser means: an entity that performs exclusively overtly fundraising activities.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

a. kenbaar fondswervende activiteiten:

1°. activiteiten die in belangrijke mate met behulp van vrijwilligers worden verricht en die bestaan uit het verkopen van roerende zaken of het leveren van diensten tegen een prijs die meer bedraagt dan de prijs die doorgaans in het economische verkeer als zakelijk wordt ervaren, en waarbij naar de koper van de zaak of de afnemer van de dienst kenbaar is gemaakt dat de opbrengst uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten goede komt aan een algemeen nut beogende instelling;

2°. activiteiten die in belangrijke mate met behulp van vrijwilligers worden verricht en die bestaan uit het verkopen van roerende zaken of het leveren van diensten tegen een prijs die doorgaans in het economische verkeer als zakelijk wordt ervaren, doch waarvan de kostprijs aanmerkelijk lager is dan in het economische verkeer gebruikelijk is omdat voor de vervaardiging van de zaak of de levering van de dienst vrijwilligers hun arbeid ter beschikking stellen en naar de koper van de zaak of de afnemer van de dienst kenbaar is gemaakt dat de opbrengst uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten goede komt aan een algemeen nut beogende instelling; of

3°. activiteiten die bestaan uit het inzamelen van roerende zaken om niet en waarbij naar degenen die de zaken afstaan kenbaar is gemaakt dat de opbrengst van het ingezamelde uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten goede komt aan een algemeen nut beogende instelling;

b. een fondswerver: een lichaam dat uitsluitend kenbaar fondswervende activiteiten verricht.

Art. 9a(3)#

The distributions referred to in paragraph 1(b) are taken into account only if:

a. the fundraiser has undertaken, under its articles of association or a written agreement, no later than at the start of the overtly fundraising activities, to distribute all or almost all of the proceeds, and

b. the distributions have been made no later than six months after the end of the year in which the funds intended for them were raised.

On request, the distributions referred to in point (b) of the first sentence are taken into account as early as the financial year in which the funds intended for them were raised.

Original (Dutch)

De uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden slechts in aanmerking genomen indien:

a. de fondswerver zich statutair of ingevolge schriftelijke overeenkomst uiterlijk bij aanvang van de kenbaar fondswervende activiteiten heeft verplicht de opbrengst geheel of nagenoeg geheel uit te keren, en

b. de uitkeringen zijn gedaan uiterlijk zes maanden na afloop van het jaar waarin de daarvoor bestemde gelden zijn verworven.

Op verzoek worden de in de eerste volzin, onderdeel b, bedoelde uitkeringen reeds in aanmerking genomen in het boekjaar waarin de daarvoor bestemde gelden zijn verworven.

Art. 9a(4)#

If the deduction under paragraph 1(b) would result in a negative amount in the calculation of profit, the deduction is limited to an amount such that no negative amount arises. If, before the deduction under paragraph 1(b) is taken into account, the calculation of profit already results in a negative amount, that deduction does not apply.

Original (Dutch)

Indien de berekening van de winst door de aftrek van het eerste lid, onderdeel b, zou leiden tot een negatief bedrag, blijft de aftrek beperkt tot een zodanig bedrag dat geen negatief bedrag ontstaat. Indien vóór het in aanmerking nemen van de aftrek van het eerste lid, onderdeel b, de berekening van de winst reeds leidt tot een negatief bedrag, vindt die aftrek geen toepassing.

Article 10Non-deductible items in determining profit

Art. 10(1)#

The following are not deductible in determining profit:

a. direct or indirect distributions of profit not covered by Article 9, under whatever name or in whatever form they are made;

b. payments not covered by Article 9 that are made pursuant to articles of association, a foundation charter or another similar deed, unless by their nature they form part of the costs of an enterprise;

c. interest on members’ deposits with a cooperative or with an association on a cooperative basis, interest on shares in a mutual insurance society or in an association that acts as an insurer or bank on a mutual basis and, in general, all remuneration for the provision of capital by incorporators, shareholders, members, participants or beneficiaries in that capacity;

d. remuneration on a money loan, as well as changes in the value of the loan, if the loan has been entered into on such terms that it in fact functions as equity of the taxpayer;

e. corporate income tax, the minimum tax, the solidarity contribution, as well as taxes levied outside the Netherlands in any form on profit or on components of profit, if a scheme for the avoidance of double taxation applies to the taxpayer in respect of them or if the components of profit to which the tax levied outside the Netherlands relates are not included in taxable profit;

f. dividend tax levied on profits received, withholding tax levied on benefits received, gaming tax levied on prizes from games of chance, and bank tax levied on a balance sheet total;

g. the amounts of additional wages to be taken into account as described in Article 12a of the Wages Tax Act 1964, in situations involving a substantial interest in the taxpayer, unless the taxpayer makes it plausible that, on balance, a tax on income is levied on those amounts from the person receiving them under that Article that is reasonable by Dutch standards;

h. in the case of entities in which a public-law legal person has or has had an interest: taxes or duties levied by that legal person, to the extent that it is plausible that their introduction or amendment is or was aimed at reducing the base for the levying of taxes on profit or income. A taxpayer who wishes to obtain certainty on whether this point applies to it may submit a request to the inspector, who decides on it by a decision open to objection;

i. costs and expenses connected with a workspace, including its furnishings, for the benefit of a natural person who holds a substantial interest in the taxpayer as referred to in Chapter 4, with the exception of Articles 4.10 and 4.11, of the Income Tax Act 2001, or of a person related to that natural person as referred to in Article 3.92 of that Act, in his dwelling that does not form part of the assets of an enterprise or of the result from other activities, unless the costs and expenses consist of a reimbursement taxed as wages, or the workspace forms a part of the dwelling that is independent according to generally accepted standards and:

1º. where that person also has a workspace outside that dwelling at his disposal, he earns his taxable wages mainly in the workspace in that dwelling, or

2º. where that person does not also have a workspace outside that dwelling at his disposal, he earns his taxable wages mainly in or from the workspace in that dwelling and to a significant extent in the workspace in that dwelling;

j. the issue or grant of shares in the capital of the taxpayer or in that of an entity related to the taxpayer, of profit-sharing certificates in the taxpayer or in an entity related to the taxpayer, as well as of rights to acquire shares in the capital of, or profit-sharing certificates in, the taxpayer or an entity related to the taxpayer, or of rights equivalent to them, including rights, granted to employees whose annual wages exceed €728,000, whose value is determined mainly, directly or indirectly, by the change in value of those shares or profit-sharing certificates;

k. in the case of associations and foundations that have been admitted by Royal Decree, in accordance with the Housing Act, as institutions working in the interest of public housing: the contributions owed referred to in Article 58(2) of the Housing Act.

Original (Dutch)

Bij het bepalen van de winst komen niet in aftrek:

a. de niet onder artikel 9 vallende onmiddellijke of middellijke uitdelingen van winst, onder welke naam of in welke vorm ook gedaan;

b. de niet onder artikel 9 vallende uitkeringen welke worden gedaan ingevolge statuten, stichtingsbrief of andere soortgelijke akte, tenzij zij naar haar aard tot de kosten van een onderneming behoren;

c. renten op inleggelden van een coöperatie of van een vereniging op coöperatieve grondslag, renten op aandelen in een onderlinge waarborgmaatschappij of in een vereniging welke op onderlinge grondslag als verzekeraar of bank optreedt en, in het algemeen, alle vergoedingen voor kapitaalverstrekkingen door oprichters, aandeelhouders, leden, deelnemers of deelgerechtigden als zodanig;

d. vergoedingen op een geldlening alsmede waardemutaties van de lening, indien de lening onder zodanige voorwaarden is aangegaan dat deze feitelijk functioneert als eigen vermogen van de belastingplichtige;

e. de vennootschapsbelasting, de minimumbelasting, de solidariteitsbijdrage, alsmede belastingen die buiten Nederland in enige vorm naar de winst of bestanddelen van de winst worden geheven, indien voor de belastingplichtige ter zake daarvan een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is of indien de bestanddelen van de winst waarop de buiten Nederland geheven belasting betrekking heeft niet worden begrepen in de belastbare winst;

f. de wegens genoten winst geheven dividendbelasting, wegens genoten voordelen geheven bronbelasting, naar de prijzen van kansspelen geheven kansspelbelasting en naar een balanstotaal geheven bankenbelasting;

g. de bedragen aan meer in aanmerking te nemen loon als omschreven in artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964, in situaties van een aanmerkelijk belang in de belastingplichtige, behoudens indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat over die bedragen bij degene die deze bedragen volgens genoemd artikel geniet per saldo een belasting naar het inkomen wordt geheven die naar Nederlandse maatstaven redelijk is;

h. bij lichamen waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon een belang heeft of heeft gehad: door die rechtspersoon geheven belastingen of rechten voorzover aannemelijk is dat de invoering of wijziging daarvan is of was gericht op het verminderen van de grondslag voor de heffing van belastingen naar de winst of het inkomen. De belastingplichtige diezekerheid wenst omtrent de vraag of dit onderdeel ten aanzien van hem toepassing vindt, kan een verzoek indienen bij de inspecteur, die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist;

i. kosten en lasten die verband houden met een werkruimte, de inrichting daaronder begrepen, ten behoeve van een natuurlijk persoon die een aanmerkelijk belang als bedoeld in hoofdstuk 4, uitgezonderd de artikelen 4.10 en 4.11, van de Wet inkomstenbelasting 2001 in de belastingplichtige heeft, of van een daarmee verbonden persoon als bedoeld in artikel 3.92 van die wet, in zijn woning die niet tot het vermogen van een onderneming of tot het resultaat uit een werkzaamheid behoort, tenzij de kosten en lasten bestaan uit een vergoeding die als loon wordt belast dan wel de werkruimte een naar verkeersopvatting zelfstandig gedeelte van de woning vormt en:

1º. ingeval bedoeld persoon tevens een werkruimte buiten die woning ter beschikking heeft, hij zijn belastbaar loon hoofdzakelijk in de werkruimte in die woning verwerft, of

2º. ingeval bedoeld persoon niet tevens een werkruimte buiten die woning ter beschikking heeft, hij zijn belastbaar loon hoofdzakelijk in of vanuit de werkruimte in die woning verwerft en in belangrijke mate in de werkruimte in die woning verwerft;

j. uitreiking of toekenning van aandelen in het kapitaal van de belastingplichtige of in dat van een met de belastingplichtige verbonden lichaam, van winstbewijzen in de belastingplichtige of in een met de belastingplichtige verbonden lichaam, alsmede van rechten om aandelen in het kapitaal van of winstbewijzen in de belastingplichtige of een met de belastingplichtige verbonden lichaam te verwerven of van daarmee gelijk te stellen rechten, daaronder begrepen aan werknemers van wie het loon op jaarbasis meer bedraagt dan € 728.000 toegekende rechten waarvan de waarde hoofdzakelijk direct of indirect wordt bepaald door de waardeverandering van die aandelen of winstbewijzen;

k. bij verenigingen en stichtingen die op de voet van de Woningwet bij koninklijk besluit zijn toegelaten als instellingen die in het belang van de volkshuisvesting werkzaam zijn: de verschuldigde bijdragen, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van de Woningwet.

Art. 10(2)#

For the purposes of this Article, a dwelling also includes: a ship or caravan permanently tied to one location as referred to in Article 1(l) of the Rent Benefit Act (Wet op de huurtoeslag), as well as the appurtenances of a dwelling, ship or caravan.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder woning mede verstaan: een duurzaam aan een plaats gebonden schip of woonwagen als bedoeld in artikel 1, onder l, van de Wet op de huurtoeslag, alsmede de aanhorigheden van een woning, schip of woonwagen.

Art. 10(3)#

Rules are laid down by ministerial regulation to determine what is meant by employees and by annual wages for the purposes of paragraph 1(j).

Original (Dutch)

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter bepaling van hetgeen voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel j, wordt verstaan onder werknemers en onder het loon op jaarbasis.

Art. 10(4)#

At the beginning of the calendar year, the amount stated in paragraph 1(j) is replaced by ministerial regulation by another amount. This amount is calculated by multiplying the amount to be replaced by the table correction factor referred to in Article 10.2 of the Income Tax Act 2001 and then applying any rounding considered necessary. If such rounding was applied in the preceding calendar year, the replacement may be based on the unrounded amount.

Original (Dutch)

Bij het begin van het kalenderjaar wordt het in het eerste lid, onderdeel j, genoemde bedrag bij ministeriële regeling vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande kalenderjaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag.

Article 10aInterest on related-party debt linked to tainted transactions

Current wording: Stb. 2024, 435 and Stb. 2024, 434, in force 1 January 2025

Art. 10a(1)#

Also not deductible in determining profit is interest – including costs and currency results – in respect of debts owed, directly or indirectly, in law or in fact, to a related entity or related natural person, to the extent that those debts are connected, directly or indirectly, in law or in fact, with one of the following legal acts:

a. a profit distribution or a repayment of paid-up capital by the taxpayer, or by an entity related to it that is subject to this tax, to an entity or natural person related to it;

b. a capital contribution by the taxpayer, by an entity related to it that is subject to this tax, or by a natural person related to it who lives in the Netherlands, into an entity related to it;

c. the acquisition or extension of an interest by the taxpayer, by an entity related to it that is subject to this tax, or by a natural person related to it who lives in the Netherlands, in an entity that, after that acquisition or extension, is an entity related to it.

Original (Dutch)

Bij het bepalen van de winst komen mede niet in aftrek renten – kosten en valutaresultaten daaronder begrepen – ter zake van schulden rechtens dan wel in feite direct of indirect verschuldigd aan een verbonden lichaam of verbonden natuurlijk persoon, voor zover die schulden rechtens dan wel in feite direct of indirect verband houden met een van de volgende rechtshandelingen:

a. een winstuitdeling of een teruggaaf van gestort kapitaal door de belastingplichtige of door een met hem verbonden lichaam dat aan deze belasting is onderworpen, aan een met hem verbonden lichaam of verbonden natuurlijk persoon;

b. een kapitaalstorting door de belastingplichtige, door een met hem verbonden lichaam dat aan deze belasting is onderworpen of door een met hem verbonden natuurlijk persoon die in Nederland woont, in een met hem verbonden lichaam;

c. de verwerving of uitbreiding van een belang door de belastingplichtige, door een met hem verbonden lichaam dat aan deze belasting is onderworpen of door een met hem verbonden natuurlijk persoon die in Nederland woont, in een lichaam dat na deze verwerving of uitbreiding een met hem verbonden lichaam is.

Art. 10a(2)#

A connection as referred to in paragraph 1 between a debt and a legal act may also exist if the debt was entered into after the legal act was performed.

Original (Dutch)

Van een verband als bedoeld in het eerste lid tussen een schuld en een rechtshandeling kan ook sprake zijn indien de schuld is aangegaan na het verrichten van de rechtshandeling.

Art. 10a(3)#

Paragraph 1 does not apply:

a. if the taxpayer makes it plausible that the debt and, regardless of whether that debt is in fact owed to a person other than an entity or natural person related to the taxpayer, the legal act connected with it are based predominantly on business considerations; or

b. if the taxpayer makes it plausible that, on balance, a tax on profit or income that is reasonable by Dutch standards is levied on the interest from the person to whom the interest is owed, directly or indirectly, in law or in fact, and that there is no setting off of losses or of other entitlements from years preceding the year in which the debt was entered into as a result of which, on balance, no tax at that reasonable level is payable on the interest, except where the inspector makes it plausible that the debt was entered into with a view to setting off losses or other entitlements that arose in the year itself or will arise in the short term, or that the debt or the legal act connected with it is not based predominantly on business considerations. For the purposes of this point, a tax levied on profit is reasonable by Dutch standards if it results in a levy at a rate of at least 10% on a taxable profit determined according to Dutch standards, disregarding Article 12b.

Original (Dutch)

Het eerste lid vindt geen toepassing:

a. indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat aan de schuld en, ongeacht of die schuld in feite is verschuldigd aan een ander dan een met de belastingplichtige verbonden lichaam of met hem verbonden natuurlijk persoon, aan de daarmee verband houdende rechtshandeling in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag liggen; of

b. indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat over de rente bij degene aan wie de rente rechtens dan wel in feite direct of indirect is verschuldigd, per saldo een belasting naar de winst of het inkomen wordt geheven welke naar Nederlandse maatstaven redelijk is en dat er geen sprake is van verrekening van verliezen of van andersoortige aanspraken uit jaren voorafgaande aan het jaar waarin de schuld is aangegaan waardoor over de rente per saldo geen heffing naar bedoelde redelijke maatstaven is verschuldigd, behoudens ingeval de inspecteur aannemelijk maakt dat de schuld is aangegaan met het oog op het verrekenen van verliezen of andersoortige aanspraken welke in het jaar zelf zijn ontstaan dan wel op korte termijn zullen ontstaan of dat aan de schuld of aan de daarmee verband houdende rechtshandeling niet in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag liggen. Voor de toepassing van dit onderdeel is een naar de winst geheven belasting naar Nederlandse maatstaven redelijk indien deze resulteert in een heffing naar een tarief van ten minste 10% over een naar Nederlandse maatstaven bepaalde belastbare winst, waarbij artikel 12b buiten toepassing blijft.

Art. 10a(4)#

For the purposes of this Article and Articles 10, 12bb, 13, 13a, 13b, 13ba, 13d, 13e, 13j, 13k, 14, 14a, 15ac, 15g, 15i, 15j, 17a, 20a, 25, 28, 28b, 33, 33b and 34d, the following are regarded as an entity related to the taxpayer:

a. an entity in which the taxpayer has an interest of at least one third;

b. an entity that has an interest of at least one third in the taxpayer;

c. an entity in which a third party has an interest of at least one third, where that third party also has an interest of at least one third in the taxpayer, an interest held by the partner or a minor child of a natural person being attributed to that person, and a child also including a child of a partner and a foster child;

d. an entity that forms part of a fiscal unity as referred to in Articles 15 and 15a together with the taxpayer.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van dit artikel en de artikelen 10, 12bb, 13, 13a, 13b, 13ba, 13d, 13e, 13j, 13k, 14, 14a, 15ac, 15g, 15i, 15j, 17a, 20a, 25, 28, 28b, 33, 33b en 34d wordt als een met de belastingplichtige verbonden lichaam aangemerkt:

a. een lichaam waarin de belastingplichtige voor ten minste een derde gedeelte belang heeft;

b. een lichaam dat voor ten minste een derde gedeelte belang heeft in de belastingplichtige;

c. een lichaam waarin een derde voor ten minste een derde gedeelte belang heeft, terwijl deze derde tevens voor ten minste een derde gedeelte belang heeft in de belastingplichtige, waarbij een belang dat wordt gehouden door de partner of een minderjarig kind van een natuurlijk persoon aan die persoon wordt toegerekend, waarbij onder een kind mede wordt verstaan een kind van een partner alsmede een pleegkind;

d. een lichaam dat met de belastingplichtige deel uitmaakt van een fiscale eenheid als bedoeld in de artikelen 15 en 15a.

Art. 10a(5)#

The following is regarded as a natural person related to the taxpayer:

a. for the purposes of this Article: a natural person who has an interest of at least one third in the taxpayer or in an entity related to it;

b. for the purposes of Articles 13b, 13ba and 25: a natural person who, alone or together with his partner, has an interest of at least one third in the taxpayer or in an entity related to it, as well as the partner of that person and a relative by blood or marriage in the direct line of that person, a foster child, a partner of a foster child and a foster parent being treated as relatives by blood or marriage.

Original (Dutch)

Als een met de belastingplichtige verbonden natuurlijk persoon wordt aangemerkt:

a. voor de toepassing van dit artikel: een natuurlijk persoon die voor tenminste een derde gedeelte een belang heeft in de belastingplichtige of in een met hem verbonden lichaam;

b. voor de toepassing van de artikelen 13b, 13ba en 25: een natuurlijk persoon die, al dan niet tezamen met zijn partner, voor tenminste een derde gedeelte een belang heeft in de belastingplichtige of in een met hem verbonden lichaam, alsmede de partner van deze persoon en een bloed- of aanverwant in de rechte lijn van deze persoon, waarbij een pleegkind, een partner van een pleegkind en een pleegouder worden gelijkgesteld met bloedof aanverwanten.

Art. 10a(6)#

For the purposes of paragraphs 1 to 3, an entity related to the taxpayer also includes an entity that has an interest in the taxpayer and that, together with one or more other entities forming a cooperating group with that entity, has an interest of at least one third in the taxpayer, such an entity or such other entities also including limited partnerships, entities incorporated or formed under the law of another state that have a legal form comparable to a limited partnership, and entities as referred to in Article 2.14bis(2), opening words and point (b), of the Income Tax Act 2001. For the purposes of paragraphs 1 to 3, an entity related to a taxpayer also includes an entity in which the entities forming part of the cooperating group referred to in the first sentence jointly have an interest of at least one third, such an entity or such entities also including limited partnerships, entities incorporated or formed under the law of another state that have a legal form comparable to a limited partnership, and entities as referred to in Article 2.14bis(2), opening words and point (b), of the Income Tax Act 2001.

Original (Dutch)

Als een met de belastingplichtige verbonden lichaam wordt voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid mede aangemerkt een lichaam dat een belang heeft in de belastingplichtige en dat samen met een of meer andere lichamen die met dat lichaam een samenwerkende groep vormen voor ten minste een derde gedeelte belang heeft in de belastingplichtige, waarbij onder een dergelijk lichaam of dergelijke andere lichamen mede worden verstaan commanditaire vennootschappen, lichamen opgericht of aangegaan naar het recht van een andere staat die een met een commanditaire vennootschap vergelijkbare rechtsvorm hebben en lichamen als bedoeld in artikel 2.14bis, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001. Als een met een belastingplichtige verbonden lichaam wordt voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid mede aangemerkt een lichaam waarin de lichamen die deel uitmaken van de samenwerkende groep, bedoeld in de eerste volzin, gezamenlijk voor ten minste een derde gedeelte belang hebben, waarbij onder een dergelijk lichaam of dergelijke lichamen mede worden verstaan commanditaire vennootschappen, lichamen opgericht of aangegaan naar het recht van een andere staat die een met een commanditaire vennootschap vergelijkbare rechtsvorm hebben en lichamen als bedoeld in artikel 2.14bis, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Art. 10a(7)#

If the taxpayer forms part of a fiscal unity as referred to in Article 15(1) or (2), an entity related to that taxpayer as referred to in paragraph 4 or 6 is also regarded as an entity related to the other taxpayers forming part of that fiscal unity.

Original (Dutch)

Een met de belastingplichtige verbonden lichaam als bedoeld in het vierde of zesde lid wordt, indien die belastingplichtige deel uitmaakt van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, tevens aangemerkt als een met de andere van die fiscale eenheid deel uitmakende belastingplichtigen verbonden lichaam.

Art. 10a(8)#

To the extent that the application of paragraph 1 in respect of a debt would result in a lower profit, paragraph 1 does not apply in respect of that debt.

Original (Dutch)

Voor zover de toepassing van het eerste lid met betrekking tot een schuld zou leiden tot een lagere winst, vindt het eerste lid geen toepassing met betrekking tot die schuld.

Art. 10a(9)#

For the purposes of paragraphs 1, 2, 3 and 5, an entity as referred to in paragraph 4(a) to (d) also includes a limited partnership, an entity incorporated or formed under the law of another state that has a legal form comparable to a limited partnership, and an entity as referred to in Article 2.14bis(2), opening words and point (b), of the Income Tax Act 2001.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van het eerste, tweede, derde en vijfde lid wordt onder lichaam als bedoeld in het vierde lid, onderdelen a tot en met d, mede verstaan een commanditaire vennootschap, een lichaam opgericht of aangegaan naar het recht van een andere staat dat een met een commanditaire vennootschap vergelijkbare rechtsvorm heeft en een lichaam als bedoeld in artikel 2.14bis, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Art. 10a(10)#

A legal act as referred to in paragraph 1(a), (b) and (c) performed by a limited partnership, an entity incorporated or formed under the law of another state that has a legal form comparable to a limited partnership, or an entity as referred to in Article 2.14bis(2), opening words and point (b), of the Income Tax Act 2001 is attributed, for the purposes of this Article, to its participants.

Original (Dutch)

Een rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, die wordt verricht door een commanditaire vennootschap, een lichaam opgericht of aangegaan naar het recht van een andere staat dat een met een commanditaire vennootschap vergelijkbare rechtsvorm heeft of een lichaam als bedoeld in artikel 2.14bis, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt voor de toepassing van dit artikel toegerekend aan haar, onderscheidenlijk zijn, participanten.

Art. 10a(11)#

For the purposes of paragraph 3(b), a tax levied on profit also includes a qualifying domestic top-up tax as referred to in Article 1.2 of the Minimum Tax Act 2024 (Wet minimumbelasting 2024), a qualifying income inclusion rule as referred to in that Article and a qualifying undertaxed profits rule as referred to in that Article.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van het derde lid, onderdeel b, worden onder een naar de winst geheven belasting mede verstaan een kwalificerende binnenlandse bijheffing als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet minimumbelasting 2024, een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel als bedoeld in dat artikel en een kwalificerende onderbelastewinstmaatregel als bedoeld in dat artikel.

Article 10bLong-term non-arm’s length loans from affiliates

Current wording: Stb. 2006, 631, in force 1 January 2007

Art. 10b#

If the taxpayer has obtained a money loan from an entity with which it is affiliated within the meaning of Article 8b that has no fixed repayment date or a repayment date more than 10 years after the time at which it was entered into, while, in law or in fact, no remuneration has been agreed on that loan or a remuneration substantially lower than what would have been agreed between independent parties, then remuneration on that loan and changes in the value of that loan are not deductible in determining profit. If the repayment date is deferred to a later time, for the purposes of the first sentence the money loan is deemed to have had that new repayment date from the time it was entered into.

Original (Dutch)

Indien de belastingplichtige van een lichaam waarmee hij is gelieerd in de zin van artikel 8b een geldlening heeft verkregen welke geen vaste aflossingsdatum heeft of een aflossingsdatum die meer dan 10 jaar is gelegen na het tijdstip van het aangaan daarvan, terwijl rechtens dan wel in feite geen vergoeding op die lening is overeengekomen of een vergoeding die in belangrijke mate lager is dan hetgeen in het economische verkeer door onafhankelijke partijen zou zijn overeengekomen, komen bij het bepalen van de winst vergoedingen op die lening en waardemutaties van die lening niet in aftrek. Bij verschuiving van de aflossingsdatum naar een later tijdstip wordt voor de toepassing van de eerste volzin de geldlening geacht vanaf het tijdstip van totstandkoming die nieuwe aflossingsdatum te hebben gehad.

Article 10cOwn shares bought back as temporary investment

Current wording: Stb. 2005, 603, in force 2 December 2005

Art. 10c(1)#

In determining profit, no account is taken of benefits in respect of own shares, and of shares in a company that has an interest of at least one third in the taxpayer, in each case acquired as a temporary investment.

Original (Dutch)

Bij het bepalen van de winst blijven buiten aanmerking voordelen uit hoofde van als tijdelijke belegging ingekochte eigen aandelen en aandelen in een vennootschap die voor tenminste een derde gedeelte belang heeft in de belastingplichtige.

Art. 10c(2)#

The buyback of own shares and of shares in a related company as referred to in Article 10a(7) of the Wages Tax Act 1964, with a view to meeting an option obligation towards staff of the taxpayer’s own enterprise or of the enterprise of the related company, is a temporary investment until three months after the option obligation lapses. To the extent that this temporary investment does not already fall within the scope of paragraph 1, that paragraph nevertheless applies.

Original (Dutch)

Inkoop van eigen aandelen en van aandelen in een verbonden vennootschap als bedoeld in artikel 10a, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, met het oog op de nakoming van een optieverplichting jegens personeel van de eigen onderneming of de onderneming van de verbonden vennootschap is een tijdelijke belegging tot drie maanden na het tenietgaan van de optieverplichting. Voorzover deze tijdelijke belegging nog niet onder de werkingssfeer van het eerste lid valt, is dat lid toch van toepassing.

Art. 10c(3)#

For the purposes of this Article, an option obligation means an obligation that is the counterpart of a right to acquire one or more shares or equivalent rights, or of a right equivalent to such a right.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een optieverplichting verstaan een verplichting die de tegenhanger is van een recht om een of meer aandelen of daarmee gelijk te stellen rechten te verwerven, of van een recht dat daarmee gelijk te stellen is.

Art. 10c(4)#

For the purposes of this Article, a share as referred to in paragraph 1 includes a right to acquire such a share as well as a right whose value is directly or indirectly connected with the change in value of such a share.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van dit artikel wordt met een aandeel als bedoeld in het eerste lid gelijk gesteld een recht om een zodanig aandeel te verwerven alsmede een recht waarvan de waarde direct of indirect verband houdt met de waardeverandering van een zodanig aandeel.

Article 10dRepealed

Repealed by: Stb. 2012, 668, in force 1 January 2013

Art. 10d#

Repealed.

Original (Dutch)

Vervallen

Article 11Supervisory director remuneration with substantial interest

Current wording: Stb. 2001, 639, in force 1 January 2002

Art. 11(1)#

In determining profit, remuneration granted to a supervisory director who is a natural person and who holds a substantial interest in the entity within the meaning of Article 4.6 or 4.7 of the Income Tax Act 2001, in respect of the performance of his duties, that exceeds €1,815 per year is deductible only for half, but for at least €1,815 and at most €9,076. If and to the extent that it is demonstrated that the remuneration granted in respect of the supervisory duties performed for the benefit of non-shareholders and in respect of ancillary participation in the management duties exceeds the amount deductible under the preceding sentence, that excess is also deductible.

Original (Dutch)

Bij het bepalen van de winst komt een aan een commissaris-natuurlijk persoon die in het lichaam een aanmerkelijk belang heeft in de zin van artikel 4.6 of 4.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001 ter zake van de uitoefening van zijn taak toegekende beloning, welke per jaar meer dan € 1815 bedraagt slechts voor de helft doch tot ten minste € 1815 en ten hoogste € 9076 in aftrek. Indien en voor zover wordt aangetoond dat de beloning toegekend ter zake van de toezichthoudende taak uitgeoefend ten behoeve van niet-aandeelhouders en ter zake van het bijkomstig deelhebben aan de bestuurstaak, het op grond van de vorige volzin in aftrek komende bedrag te boven gaat, komt dit meerdere mede in aftrek.

Art. 11(2)#

The part of a supervisory director’s remuneration that is not deductible under paragraph 1 is, if that remuneration accrues to an entity that holds a participation in the taxpayer as referred to in Article 13, regarded as a benefit derived from that participation.

Original (Dutch)

Het op grond van het eerste lid niet in aftrek komende gedeelte van een beloning van een commissaris wordt, indien die beloning ten goede komt aan een lichaam dat in de belastingplichtige een deelneming heeft als bedoeld is in artikel 13, aangemerkt als een voordeel uit hoofde van die deelneming.

Article 12Spending reserve for cultural and social entities

Current wording: Stb. 2011, 639, in force 1 January 2012

Art. 12(1)#

Entities designated as a cultural institution, as well as entities without shareholders or beneficiaries that serve a social interest and obtain their profit mainly with the help of volunteers, may form a spending reserve to reduce the costs to be taken into account referred to in paragraph 2, if and for as long as there is an intention to incur those costs.

Original (Dutch)

Lichamen die zijn aangemerkt als culturele instelling alsmede lichamen zonder aandeelhouders of deelgerechtigden die een sociaal belang behartigen en de winst hoofdzakelijk behalen met behulp van vrijwilligers, kunnen een bestedingsreserve vormen tot vermindering van de in aanmerking te nemen kosten bedoeld in het tweede lid, indien en zolang het voornemen bestaat tot het maken van die kosten.

Art. 12(2)#

The costs for which a spending reserve may be formed are the following, to be incurred in the year or in the following five years:

a. expenditure on the acquisition, production or improvement of business assets, with the exception of immovable property intended to be made available, directly or indirectly, mainly to third parties, whether or not for a short period, or

b. expenditure on projects.

Original (Dutch)

De kosten waarvoor een bestedingsreserve kan worden gevormd zijn de in het jaar of in de volgende vijf jaren te verrichten:

a. uitgaven ter zake van de aanschaf, voortbrenging of verbetering van bedrijfsmiddelen, met uitzondering van onroerende zaken die bestemd zijn om direct of indirect hoofdzakelijk al dan niet kortstondig ter beschikking te worden gesteld aan derden, of

b. uitgaven ter zake van projecten.

Art. 12(3)#

Paragraph 1 applies only to the extent that business activities are performed that are in line with the interest served by the entity or that consist of collecting used goods free of charge and then selling them for the sake of that interest. For this purpose, used goods means: all movable tangible property that, in its existing state or after repair, can be used or consumed again, with the exception of means of transport, works of art, collectors’ items, antiques, precious metals and precious stones.

Original (Dutch)

Het eerste lid is slechts van toepassing voorzover ondernemingsactiviteiten worden verricht die in de lijn liggen van het belang dat het lichaam behartigt of bestaan uit het inzamelen om niet en vervolgens verkopen van gebruikte goederen met het oog op dat belang. Daarbij wordt onder gebruikte goederen verstaan: alle roerende lichamelijke zaken die, in de staat waarin zij verkeren of na herstelling daarvan, opnieuw kunnen worden gebruikt of verbruikt, met uitzondering van vervoermiddelen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen, antiquiteiten, edele metalen en edelstenen.

Art. 12(4)#

In order to prevent serious distortion of competition, entities, groups of entities or activities may be excluded by ministerial regulation from the application of paragraph 1.

Original (Dutch)

Bij ministeriële regeling kunnen ter voorkoming van ernstige concurrentieverstoring, lichamen, groepen lichamen of activiteiten worden uitgezonderd van de toepassing van het eerste lid.

Art. 12(5)#

The amount to be added to the reserve and charged to the profit of a year may not exceed the profit obtained in the year before that addition.

Original (Dutch)

Het ten laste van de winst van een jaar aan de reserve toe te voegen bedrag beloopt ten hoogste de in het jaar behaalde winst vóór die toevoeging.

Art. 12(6)#

A spending reserve of a year is released to profit no later than in the fifth year after the year in which the reserve arose, except to the extent that the reserve was formed in respect of the acquisition, production or improvement of a business asset or in respect of a project:

a. whose nature requires a longer period, or

b. in respect of which the acquisition, production or improvement of the business asset or, respectively, the preparation of the project has begun, but further execution has been delayed by special circumstances.

Original (Dutch)

Een bestedingsreserve van een jaar wordt uiterlijk in het vijfde jaar na het jaar waarin de reserve is ontstaan, in de winst opgenomen, behalve voorzover de reserve is gevormd met betrekking tot de aanschaf, voortbrenging of verbetering van een bedrijfsmiddel of met betrekking tot een project:

a. waarvan uit de aard voortvloeit dat een langer tijdvak is vereist, of

b. waarbij aan de aanschaf, voortbrenging of verbetering van het bedrijfsmiddel respectievelijk voorbereiding van het project een begin van uitvoering is gegeven, maar verdere uitvoering is vertraagd door bijzondere omstandigheden.

Article 12aReinvestment reserve on change of ultimate interest

Current wording: Stb. 2023, 498, in force 1 January 2024

Art. 12a(1)#

If it is plausible that at any time the ultimate interest in the taxpayer has changed to a significant extent, the following rules apply, by way of derogation to that extent from Article 3.54 of the Income Tax Act 2001:

a. a reinvestment reserve already formed at the time of that change is added to profit immediately before that change;

b. after that change, a reinvestment reserve may be formed only in respect of business assets disposed of where the decision to dispose of them was taken after that change;

c. if a reinvestment reserve has been deducted from the acquisition or production costs of a business asset and the acquisition of that business asset is connected with that change, the book value of the business asset at the time immediately before that change is increased by the amount of that deduction, on the understanding that the acquisition of the business asset is in any event deemed to be connected with that change if the acquisition takes place in the six months preceding that change.

The first sentence does not apply if the taxpayer makes it plausible that, during the last three months preceding the change, less than half of its assets consisted of investments. If the acquisition of the business asset takes place in the six months preceding the change in the ultimate interest in the taxpayer, the first sentence, point (c), does not apply at the taxpayer’s request if it appears that the change is based on facts and circumstances that arose after the acquisition of the business asset and that are unconnected with that acquisition. The inspector decides on the request referred to in the third sentence by a decision open to objection.

Original (Dutch)

Indien aannemelijk is dat op enig tijdstip het uiteindelijke belang in de belastingplichtige in belangrijke mate is gewijzigd, gelden in afwijking in zoverre van artikel 3.54 van de Wet inkomstenbelasting 2001 de volgende regels:

a. een ten tijde van die wijziging reeds gevormde herinvesteringsreserve wordt direct voorafgaande aan die wijziging aan de winst toegevoegd;

b. na die wijziging kan een herinvesteringsreserve slechts worden gevormd ter zake van vervreemde bedrijfsmiddelen waarvan het besluit tot vervreemding is genomen na die wijziging;

c. is een herinvesteringsreserve in mindering gebracht op de aanschaffings- of voortbrengingskosten van een bedrijfsmiddel en houdt de verwerving van dit bedrijfsmiddel verband met die wijziging, dan wordt de boekwaarde van het bedrijfsmiddel op het tijdstip direct voorafgaande aan die wijziging verhoogd met het bedrag van deze vermindering, met dien verstande dat de verwerving van het bedrijfsmiddel in elk geval geacht wordt verband te houden met die wijziging indien de verwerving plaatsvindt in de zes maanden voorafgaande aan die wijziging.

De eerste volzin is niet van toepassing indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat gedurende de laatste drie maanden voorafgaande aan de wijziging zijn bezittingen voor minder dan de helft hebben bestaan uit beleggingen. Ingeval de verwerving van het bedrijfsmiddel plaatsvindt in de zes maanden voorafgaande aan de wijziging in het uiteindelijke belang in de belastingplichtige, vindt de eerste volzin, onderdeel c, op verzoek van de belastingplichtige geen toepassing indien blijkt dat aan die wijziging feiten en omstandigheden ten grondslag liggen die zijn opgekomen na de verwerving van het bedrijfsmiddel en die geen verband houden met die verwerving. De inspecteur beslist op het verzoek, bedoeld in de derde volzin, bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Art. 12a(2)#

For the purposes of paragraph 1, a change in the ultimate interest in the taxpayer is disregarded to the extent that:

a. the change results from a transfer under inheritance law or matrimonial property law; or

b. the change relates to an increase in the ultimate interest of a natural person or legal person who, at the beginning of the year in which the reinvestment reserve was formed, already held at least one third of the ultimate interest in the taxpayer.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van het eerste lid blijft een wijziging van het uiteindelijke belang in de belastingplichtige buiten aanmerking voorzover:

a. de wijziging voortvloeit uit een overgang krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht, of

b. de wijziging betrekking heeft op een uitbreiding van het uiteindelijke belang van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die bij het begin van het jaar waarin de herinvesteringsreserve is gevormd, reeds ten minste een derde deel van het uiteindelijke belang in de belastingplichtige had.

Art. 12a(3)#

Paragraph 1 does not apply if the taxpayer did not know and could not have known that the ultimate interest in the taxpayer had changed to a significant extent, provided that the change does not exceed what can be regarded as customary.

Original (Dutch)

Het eerste lid is niet van toepassing indien het de belastingplichtige niet bekend is of bekend had kunnen zijn dat het uiteindelijke belang in de belastingplichtige in belangrijke mate is gewijzigd, mits de wijziging niet uitgaat boven hetgeen als gebruikelijk kan worden aangemerkt.

Art. 12a(4)#

For the purposes of this Article:

a. investments also include cash and cash equivalents and immovable property intended to be made available, directly or indirectly, to persons other than entities related to the taxpayer as referred to in Article 10a(4);

b. in the case of a taxpayer carrying on an enterprise whose activities necessarily involve the investment of funds entrusted to it, otherwise than as equity, by entities or natural persons that are not related to it as referred to in Article 10a(4) or (5), respectively, the investments directly connected with those funds are not regarded as investments.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van dit artikel:

a. worden onder beleggingen mede begrepen liquide middelen alsmede onroerende zaken die zijn bestemd om direct of indirect ter beschikking te worden gesteld aan anderen dan met de belastingplichtige verbonden lichamen als bedoeld in artikel 10a, vierde lid;

b. worden, bij een belastingplichtige die een onderneming drijft waarvan de werkzaamheden noodzakelijkerwijs meebrengen dat gelden worden belegd die aan hem, anders dan als eigen vermogen, zijn toevertrouwd door lichamen of natuurlijke personen die niet met hem zijn verbonden als bedoeld in artikel 10a, vierde onderscheidenlijk vijfde lid, de beleggingen die rechtstreeks samenhangen met die gelden niet als belegging aangemerkt.

Article 12abisRepealed

Repealed by: Stb. 2020, 540, in force 1 January 2022

Art. 12abis#

Repealed.

Original (Dutch)

Vervallen

How to cite

Corporate Income Tax Act 1969 (Netherlands), Art. 7 (unofficial English translation, BCA EU Law Library), https://bcaeu.com/law-library/netherlands/corporate-income-tax-act-1969/determining-profit#art-7

Unofficial English translation by BCA EU, for information. Only the Dutch text has legal force. Article headings are editorial; chapter and division headings are the law’s own. Text checked against the consolidated version valid from 1 January 2026 on wetten.overheid.nl on 30 October 2026. This page is not legal or tax advice.

Setting up a Dutch holding or operating company?

We set up Dutch BVs, register them for corporate income tax and handle the returns, with the participation exemption and interest rules in mind from day one. Fixed fee agreed upfront.