Netherlands · Corporate tax

Dutch Corporate Income Tax Act, Arts. 12aa–12c: hybrid mismatches and the innovation box

The ATAD 2 hybrid mismatch rules, the innovation box for profits from qualifying intangibles, and the group interest box. Full English translation, with the Dutch original under every paragraph.

In force, version of 1 January 202616 articlesPart 3 of 9Official text: wetten.overheid.nl

Part 3 of 9 of the English translation of the Dutch Corporate Income Tax Act 1969. The overview has the card, a summary, our commentary and the amendment history.

Full text in English

Read:

Division 2.2a – Hybrid mismatchesAfdeling 2.2a – Hybridemismatches

Article 12aaDenial of deduction for hybrid mismatches

Current wording: Stb. 2021, 653, in force 1 January 2022

Art. 12aa(1)#

In determining profit, the following are also not deductible:

a. remuneration or payments under a financial instrument to the extent that they give rise to a deduction without inclusion within a reasonable period of time as a result of differences in the characterisation of the instrument or of the payments made under it;

b. remuneration or payments to a hybrid entity to the extent that they give rise to a deduction without inclusion as a result of differences in the allocation of that remuneration or those payments to that entity under the law of the state under whose law that entity is incorporated or in which that entity is established or registered and under the law of the state under whose law an entity is incorporated, or in which an entity is established or registered, which has a participation in the hybrid entity, or of which a natural person who has a participation in that entity is resident for tax purposes;

c. remuneration or payments to an entity with one or more permanent establishments to the extent that they give rise to a deduction without inclusion as a result of differences in the allocation of that remuneration or those payments between the head office and the permanent establishment of that entity or between two or more permanent establishments of that entity;

d. remuneration or payments to a disregarded permanent establishment to the extent that they give rise to a deduction without inclusion;

e. remuneration or payments by a hybrid entity to the extent that they give rise to a deduction without inclusion because the remuneration or payments are disregarded under the law of the payee state;

f. deemed payments between the head office and a permanent establishment or between two or more permanent establishments to the extent that they give rise to a deduction without inclusion because those deemed payments are disregarded under the law of the payee state;

g. remuneration, payments, expenses or losses to the extent that they give rise to a double deduction.

Original (Dutch)

Bij het bepalen van de winst komen mede niet in aftrek:

a. vergoedingen of betalingen uit hoofde van een financieel instrument voor zover die leiden tot een aftrek zonder betrekking in de heffing binnen een redelijke termijn als gevolg van verschillen in de kwalificatie van het instrument of de betalingen uit hoofde ervan;

b. vergoedingen of betalingen aan een hybride lichaam voor zover die leiden tot een aftrek zonder betrekking in de heffing als gevolg van verschillen in de toerekening van die vergoedingen of betalingen aan dat lichaam bij of krachtens de wet van de staat naar wiens recht dat lichaam is opgericht of waarin dat lichaam is gevestigd of geregistreerd en bij of krachtens de wet van de staat naar wiens recht een lichaam is opgericht, of waarin een lichaam is gevestigd of geregistreerd, dat een participatie heeft in het hybride lichaam of waarvan een natuurlijk persoon die een participatie heeft in dat lichaam fiscaal inwoner is;

c. vergoedingen of betalingen aan een lichaam met een of meer vaste inrichtingen voor zover die leiden tot een aftrek zonder betrekking in de heffing als gevolg van verschillen in de toerekening van die vergoedingen of betalingen tussen hoofdhuis en vaste inrichting van dat lichaam of tussen twee of meer vaste inrichtingen van dat lichaam;

d. vergoedingen of betalingen aan een buiten beschouwing blijvende vaste inrichting voor zover die leiden tot een aftrek zonder betrekking in de heffing;

e. vergoedingen of betalingen door een hybride lichaam voor zover die leiden tot een aftrek zonder betrekking in de heffing doordat de vergoedingen of betalingen bij of krachtens de wet van de staat van de ontvanger buiten beschouwing blijven;

f. veronderstelde betalingen tussen hoofdhuis en vaste inrichting of tussen twee of meer vaste inrichtingen voor zover die leiden tot een aftrek zonder betrekking in de heffing doordat die veronderstelde betalingen bij of krachtens de wet van de staat van de ontvanger buiten beschouwing blijven;

g. vergoedingen, betalingen, lasten of verliezen voor zover die leiden tot een dubbele aftrek.

Art. 12aa(2)#

Paragraph 1 applies only if the deduction without inclusion or the double deduction arises:

a. between the taxpayer and an entity or natural person affiliated with it;

b. between the head office and a permanent establishment;

c. between two or more permanent establishments of the same entity; or

d. under a structured arrangement.

Original (Dutch)

Het eerste lid is slechts van toepassing indien de aftrek zonder betrekking in de heffing of de dubbele aftrek ontstaat:

a. tussen de belastingplichtige en een aan hem gelieerd lichaam of gelieerde natuurlijk persoon;

b. tussen hoofdhuis en vaste inrichting;

c. tussen twee of meer vaste inrichtingen van hetzelfde lichaam; of

d. uit hoofde van een gestructureerde regeling.

Art. 12aa(3)#

Paragraph 1(e), (f) and (g) does not apply to the extent that the deduction is set off against an amount that is dual inclusion income. If the deduction referred to in paragraph 1(e), (f) and (g) (total deduction) exceeds the amount that is dual inclusion income and the total deduction consists of interest expenses in respect of loans as referred to in Article 15b or interest in respect of loans as referred to in Article 15bd (interest deduction) and other remuneration, payments, deemed payments, expenses or losses (other deduction), the interest deduction and the other deduction are set off against that amount in proportion to the total deduction.

Original (Dutch)

Het eerste lid, onderdelen e, f en g, is niet van toepassing voor zover de aftrek in mindering komt op een bedrag dat dubbel in aanmerking genomen inkomen is. Indien de aftrek, bedoeld in het eerste lid, onderdelen e, f en g (totale aftrek), hoger is dan het bedrag dat dubbel in aanmerking genomen inkomen is en de totale aftrek bestaat uit rentelasten ter zake van geldleningen als bedoeld in artikel 15b of renten ter zake van geldleningen als bedoeld in artikel 15bd (renteaftrek) en overige vergoedingen, betalingen, veronderstelde betalingen, lasten of verliezen (overige aftrek), komen de renteaftrek en de overige aftrek naar evenredigheid van de totale aftrek in mindering op dat bedrag.

Art. 12aa(4)#

If the Netherlands is the payer state, paragraph 1(g) does not apply to the extent that the deduction of the remuneration, payments, expenses or losses is denied by another state.

Original (Dutch)

Indien Nederland de staat van de betaler is, is het eerste lid, onderdeel g, niet van toepassing voor zover de aftrek van de vergoedingen, betalingen, lasten of verliezen door een andere staat wordt geweigerd.

Art. 12aa(5)#

Paragraph 1(a) applies only to the extent that no provision comparable to Article 13(17) is applied under the law of the payee state in respect of the remuneration or payments.

Original (Dutch)

Het eerste lid, onderdeel a, is slechts van toepassing voor zover bij of krachtens de wet van de staat van de ontvanger met betrekking tot de vergoedingen of betalingen geen met artikel 13, zeventiende lid, vergelijkbare bepaling wordt toegepast.

Art. 12aa(6)#

Paragraph 1(d) applies only to the extent that no provision comparable to Article 15e(9) is applied under the law of the payee state in respect of the remuneration or payments.

Original (Dutch)

Het eerste lid, onderdeel d, is slechts van toepassing voor zover bij of krachtens de wet van de staat van de ontvanger met betrekking tot de vergoedingen of betalingen geen met artikel 15e, negende lid, vergelijkbare bepaling wordt toegepast.

Article 12abInclusion in profit of hybrid mismatch payments

Current wording: Stb. 2021, 653, in force 1 January 2022

Art. 12ab(1)#

In determining profit, the profit also includes remuneration, payments and deemed payments as referred to in Article 12aa(1)(a), (b), (c), (e) and (f) made by an entity or natural person affiliated with the taxpayer, between the head office and a permanent establishment, between two or more permanent establishments of the same entity or under a structured arrangement, provided that no provision comparable to Article 12aa is applied under the law of the payer state in respect of that remuneration, those payments or those deemed payments, as the case may be. To the extent that remuneration, payments or deemed payments are included in profit under the first sentence, the participation exemption, the participation credit and the object exemption for foreign business profits do not apply to that remuneration, those payments or those deemed payments, as the case may be.

Original (Dutch)

Bij het bepalen van de winst worden mede tot de winst gerekend vergoedingen, betalingen en veronderstelde betalingen als bedoeld in artikel 12aa, eerste lid, onderdelen a, b, c, e en f, door een aan de belastingplichtige gelieerd lichaam of gelieerde natuurlijk persoon, tussen hoofdhuis en vaste inrichting, tussen twee of meer vaste inrichtingen van hetzelfde lichaam of uit hoofde van een gestructureerde regeling mits bij of krachtens de wet van de staat van de betaler met betrekking tot die vergoedingen, betalingen, onderscheidenlijk veronderstelde betalingen, geen met artikel 12aa vergelijkbare bepaling wordt toegepast. Voor zover vergoedingen, betalingen of veronderstelde betalingen ingevolge de eerste zin tot de winst worden gerekend, vinden ten aanzien van die vergoedingen, betalingen, onderscheidenlijk veronderstelde betalingen, de deelnemingsvrijstelling, de deelnemingsverrekening en de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten geen toepassing.

Art. 12ab(2)#

For the purposes of paragraph 1, the first sentence of Article 12aa(3) applies mutatis mutandis. If remuneration, payments or deemed payments as referred to in Article 12aa(1)(e) and (f) which are also included in profit under the first sentence of paragraph 1 (total income) exceed the amount that is dual inclusion income and the total income consists of interest income in respect of loans as referred to in Article 15b (interest income) and other remuneration, payments or deemed payments (other income), the interest income and the other income are set off against the amount that is dual inclusion income in proportion to the total income.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van het eerste lid is artikel 12aa, derde lid, eerste zin, van overeenkomstige toepassing. Indien vergoedingen, betalingen of veronderstelde betalingen als bedoeld in artikel 12aa, eerste lid, onderdelen e en f, die ingevolge het eerste lid, eerste zin, mede tot de winst worden gerekend (totale inkomsten), hoger zijn dan het bedrag dat dubbel in aanmerking genomen inkomen is en de totale inkomsten bestaan uit rentebaten ter zake van geldleningen als bedoeld in artikel 15b (rentebaten) en overige vergoedingen, betalingen of veronderstelde betalingen (overige inkomsten), komen de rentebaten en de overige inkomsten naar evenredigheid van de totale inkomsten in mindering op het bedrag dat dubbel in aanmerking genomen inkomen is.

Art. 12ab(3)#

Paragraph 1 applies only if, in respect of the remuneration, payments or deemed payments referred to in that paragraph, the Netherlands is regarded as the payee state.

Original (Dutch)

Het eerste lid is slechts van toepassing indien ten aanzien van de vergoedingen, betalingen of veronderstelde betalingen, bedoeld in dat lid, Nederland als staat van de ontvanger wordt aangemerkt.

Article 12acDefinitions for the hybrid mismatch rules

Current wording: Stb. 2021, 653, in force 1 January 2022

Art. 12ac(1)#

For the purposes of this Division and the provisions based on it:

a. deduction without inclusion means: the situation in which, without the application of Article 12aa or 12ab, remuneration, payments or deemed payments may, in law or in fact, directly or indirectly, be deducted from the base of a tax levied on profit and in which that remuneration, those payments or those deemed payments are not included in a tax levied on profit in the state in which that remuneration, those payments or those deemed payments are received or are treated as being received under the law of any other state (payee state), whereby remuneration or payments under a financial instrument are not regarded as included in a tax levied on profit to the extent that an entity or natural person, in respect of that remuneration or those payments, as the case may be, qualifies, owing to the manner in which that remuneration or those payments, as the case may be, are characterised under the law of the payee state, for a tax exemption, a reduced tax rate or a tax credit or refund other than a credit or refund, as the case may be, of withholding taxes;

b. disregarded permanent establishment means: a permanent establishment under the law of the head office state which is not treated as a permanent establishment under the law of the state in which the head office state treats that permanent establishment as being located;

c. double deduction means: the situation in which, without the application of Article 12aa, the same remuneration, payments, expenses or losses may, in law or in fact, directly or indirectly, be deducted from the base of a tax levied on profit under the law of the state in which that remuneration or those payments have their source, those expenses are incurred or those losses are suffered (payer state) and under the law of one or more other states;

d. dual inclusion income means: any item of income that is included in a tax levied on profit under the law of the states between which a deduction without inclusion or a double deduction arises;

e. financial instrument means: any instrument that gives rise to a return on a loan or a comparable agreement or on equity, as well as a hybrid transfer;

f. structured arrangement means: an arrangement involving a deduction without inclusion or a double deduction where the tax advantage resulting from it is priced into the terms of that arrangement, or an arrangement that has been designed to produce a deduction without inclusion or a double deduction, unless the taxpayer or an entity or natural person affiliated with it could not reasonably be expected to be aware of that outcome and the taxpayer, or the affiliated entity or affiliated natural person, as the case may be, does not share in the value of the tax advantage resulting from it;

g. hybrid entity means: an entity or arrangement that is regarded as a taxpayer for a tax levied on profit under the law of one state and whose profit is regarded under the law of another state as the profit of one or more other entities or natural persons;

h. hybrid transfer means: an arrangement to transfer a financial instrument where the underlying return on the transferred financial instrument is treated for tax purposes of the states concerned as derived by more than one of the parties to that arrangement.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. aftrek zonder betrekking in de heffing: de situatie waarbij zonder toepassing van de artikelen 12aa of 12ab vergoedingen, betalingen of veronderstelde betalingen rechtens dan wel in feite direct of indirect in aftrek kunnen worden gebracht op de grondslag van een naar de winst geheven belasting en waarbij die vergoedingen, betalingen of veronderstelde betalingen niet in een naar de winst geheven belasting worden betrokken in de staat waarin die vergoedingen, betalingen of veronderstelde betalingen worden ontvangen of worden beschouwd als te zijn ontvangen bij of krachtens de wet van enige andere staat (staat van de ontvanger), waarbij vergoedingen of betalingen uit hoofde van een financieel instrument niet worden beschouwd als te zijn betrokken in een naar de winst geheven belasting voor zover een lichaam of een natuurlijk persoon met betrekking tot die vergoedingen, onderscheidenlijk betalingen, vanwege de wijze waarop die vergoedingen, onderscheidenlijk betalingen, bij of krachtens de wet van de staat van de ontvanger worden gekwalificeerd in aanmerking komt voor een belastingvrijstelling, een verlaagd belastingtarief of een verrekening of teruggave van belasting die geen verrekening, onderscheidenlijk teruggave, is van bronbelastingen;

b. buiten beschouwing blijvende vaste inrichting: een vaste inrichting bij of krachtens de wet van de staat van het hoofdhuis die niet als vaste inrichting wordt beschouwd bij of krachtens de wet van de staat waarin de staat van het hoofdhuis die vaste inrichting beschouwt als te zijn gelegen;

c. dubbele aftrek: de situatie waarbij zonder toepassing van artikel 12aa dezelfde vergoedingen, betalingen, lasten of verliezen rechtens dan wel in feite direct of indirect in aftrek kunnen worden gebracht op de grondslag van een naar de winst geheven belasting bij of krachtens de wet van de staat waarin die vergoedingen of betalingen hun oorsprong vinden, die lasten zijn opgekomen of die verliezen zijn geleden (staat van de betaler) en bij of krachtens de wet van een of meer andere staten;

d. dubbel in aanmerking genomen inkomen: een inkomensbestanddeel dat bij of krachtens de wetten van de staten waartussen een aftrek zonder betrekking in de heffing of een dubbele aftrek ontstaat in een naar de winst geheven belasting is betrokken;

e. financieel instrument: elk instrument dat leidt tot rendement op een geldlening of daarmee vergelijkbare overeenkomst of op eigen vermogen, alsmede een hybride overdracht;

f. gestructureerde regeling: een regeling die betrekking heeft op een aftrek zonder betrekking in de heffing of dubbele aftrek en waarbij het belastingvoordeel daaruit in de voorwaarden van die regeling is ingeprijsd dan wel een regeling die zodanig is opgezet dat die resulteert in een aftrek zonder betrekking in de heffing of dubbele aftrek, tenzij van de belastingplichtige of een aan hem gelieerd lichaam of gelieerde natuurlijk persoon niet redelijkerwijs mag worden verwacht dat hij, onderscheidenlijk het gelieerde lichaam of de gelieerde natuurlijk persoon, zich bewust is van dit resultaat en hij, onderscheidenlijk het gelieerde lichaam of de gelieerde natuurlijk persoon, geen profijt trekt uit het belastingvoordeel dat daaruit voortvloeit;

g. hybride lichaam: een lichaam dat of regeling die bij of krachtens de wet van een staat als een belastingplichtige voor een naar de winst geheven belasting wordt beschouwd waarvan de winst bij of krachtens de wet van een andere staat als de winst van een of meer andere lichamen of natuurlijke personen wordt beschouwd;

h. hybride overdracht: een overeenkomst voor het overdragen van een financieel instrument waarbij de onderliggende opbrengst van het overgedragen financiële instrument voor belastingdoeleinden van de betrokken staten wordt behandeld alsof deze is verkregen door meer dan een van de partijen bij die overeenkomst.

Art. 12ac(2)#

For the purposes of this Division and the provisions based on it, the following are regarded as an entity or natural person affiliated with the taxpayer:

a. an affiliated entity or affiliated natural person as referred to in Article 13ab(8) or (9);

b. an entity or natural person that has an interest in the taxpayer and that, together with one or more entities or natural persons with which that entity or that natural person, as the case may be, forms a cooperating group as referred to in Article 10a(6), has an interest as referred to in Article 13ab(10) in the taxpayer;

c. an entity in which entities or natural persons forming part of a cooperating group as referred to in Article 10a(6) jointly have an interest as referred to in Article 13ab(10), where those entities or natural persons, as the case may be, also jointly have an interest as referred to in Article 13ab(10) in the taxpayer;

d. an entity in which an interest as referred to in Article 13ab(10) is held by entities or natural persons which, together with the taxpayer, form a cooperating group as referred to in Article 10a(6);

e. an entity that belongs to a group as referred to in Article 24b of Book 2 of the Civil Code (Burgerlijk Wetboek) or a similar foreign arrangement to which the taxpayer also belongs.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt als een aan de belastingplichtige gelieerd lichaam of gelieerde natuurlijk persoon aangemerkt:

a. een gelieerd lichaam of gelieerde natuurlijk persoon als bedoeld in artikel 13ab, achtste of negende lid;

b. een lichaam dat of een natuurlijk persoon die een belang heeft in de belastingplichtige en dat, onderscheidenlijk die, samen met een of meer lichamen of natuurlijke personen die met dat lichaam, onderscheidenlijk die natuurlijk persoon, een samenwerkende groep als bedoeld in artikel 10a, zesde lid, vormen een belang als bedoeld in artikel 13ab, tiende lid, heeft in de belastingplichtige;

c. een lichaam waarin lichamen of natuurlijke personen die deel uitmaken van een samenwerkende groep als bedoeld in artikel 10a, zesde lid, gezamenlijk een belang als bedoeld in artikel 13ab, tiende lid, hebben en die lichamen, onderscheidenlijk natuurlijke personen, tevens gezamenlijk een belang als bedoeld in artikel 13ab, tiende lid, hebben in de belastingplichtige;

d. een lichaam waarin een belang als bedoeld in artikel 13ab, tiende lid, wordt gehouden door lichamen of natuurlijke personen die samen met de belastingplichtige een samenwerkende groep als bedoeld in artikel 10a, zesde lid, vormen;

e. een lichaam dat tot een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of een soortgelijke buitenlandse regeling behoort waartoe ook de belastingplichtige behoort.

Art. 12ac(3)#

For the purposes of Article 12aa(1)(a), remuneration or a payment is regarded as included within a reasonable period of time if:

a. the remuneration or payment, as the case may be, is included in a tax levied on profit in the payee state in the tax period that begins within twelve months of the end of the payer’s tax period in which the deduction was taken into account; or

b. it may reasonably be expected that the remuneration or payment, as the case may be, will be included in a tax levied on profit in the payee state in a future tax period and the terms of payment are those that would have been agreed between independent parties.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van artikel 12aa, eerste lid, onderdeel a, wordt een vergoeding of betaling beschouwd als te zijn betrokken in de heffing binnen een redelijke termijn indien:

a. de vergoeding, onderscheidenlijk betaling, in de staat van de ontvanger in de heffing wordt betrokken van een naar de winst geheven belasting in het belastingtijdvak dat begint binnen twaalf maanden na het einde van het belastingtijdvak van de betaler waarin de aftrek in aanmerking is genomen; of

b. redelijkerwijs kan worden verwacht dat de vergoeding, onderscheidenlijk betaling, in de staat van de ontvanger in een toekomstig belastingtijdvak in een naar de winst geheven belasting wordt betrokken en betalingsvoorwaarden gelden die door onafhankelijke partijen zouden zijn overeengekomen.

Article 12adDenial of deduction for imported mismatches

Current wording: Stb. 2021, 653, in force 1 January 2022

Art. 12ad(1)#

In determining profit, remuneration or payments are also not deductible to the extent that, in law or in fact, directly or indirectly, through a transaction or series of transactions between entities or natural persons affiliated with the taxpayer, or in the context of a structured arrangement, they serve to fund deductible expenditure to which Article 12aa would apply in the Netherlands if the Netherlands had been the payer state.

Original (Dutch)

Bij het bepalen van de winst komen mede niet in aftrek vergoedingen of betalingen voor zover die rechtens dan wel in feite direct of indirect door middel van een transactie of reeks transacties tussen aan de belastingplichtige gelieerde lichamen of gelieerde natuurlijk personen, of in het kader van een gestructureerde regeling, dienen ter financiering van aftrek van kosten waarop in Nederland artikel 12aa van toepassing zou zijn, indien Nederland de staat van de betaler was geweest.

Art. 12ad(2)#

Paragraph 1 does not apply to the extent that, in one of the states involved in the transaction or series of transactions, a provision comparable to paragraph 1 or a provision comparable to Article 12aa or 12ab is applied in respect of remuneration or payments.

Original (Dutch)

Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in een van de bij de transactie of reeks transacties betrokken staten met betrekking tot vergoedingen of betalingen een met het eerste lid vergelijkbare bepaling wordt toegepast of een met de artikelen 12aa of 12ab vergelijkbare bepaling wordt toegepast.

Article 12aeTax residency mismatches of dual-resident taxpayers

Current wording: Stb. 2020, 542, in force 1 January 2021

Art. 12ae(1)#

If a resident taxpayer is also treated by another state as resident for tax purposes in that state, no deduction of remuneration, payments, expenses or losses is allowed to the extent that the deduction concerns remuneration, payments, expenses or losses, as the case may be, which is also allowed by that other state and that deduction is not set off against dual inclusion income.

Original (Dutch)

Indien een binnenlandse belastingplichtige tevens door een andere staat als fiscaal inwoner van die staat wordt aangemerkt, wordt geen aftrek van vergoedingen, betalingen, lasten of verliezen toegestaan voor zover dit een aftrek betreft voor vergoedingen, betalingen, lasten, onderscheidenlijk verliezen, die tevens wordt toegestaan door die andere staat en die aftrek niet wordt afgezet tegen dubbel in aanmerking genomen inkomen.

Art. 12ae(2)#

If the other state referred to in paragraph 1 is a Member State of the European Union and a convention for the avoidance of double taxation has been concluded with that state, the deduction is not denied if, for the purposes of a convention for the avoidance of double taxation concluded with that Member State, the resident taxpayer is not resident for tax purposes in that Member State.

Original (Dutch)

Indien de andere staat, bedoeld in het eerste lid, een lidstaat van de Europese Unie is en met die staat een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting is gesloten, wordt de aftrek niet geweigerd indien de binnenlandse belastingplichtige voor de toepassing van een met die lidstaat gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting geen fiscaal inwoner is van die lidstaat.

Art. 12ae(3)#

If the deduction, before it is set off against dual inclusion income as referred to in paragraph 1 (total deduction), exceeds the amount that is dual inclusion income and the total deduction consists of interest expenses in respect of loans as referred to in Article 15b or interest in respect of loans as referred to in Article 15bd (interest deduction) and other remuneration, payments, deemed payments, expenses or losses (other deduction), the interest deduction and the other deduction are set off against that amount in proportion to the total deduction.

Original (Dutch)

Indien de aftrek, voordat deze wordt afgezet tegen dubbel in aanmerking genomen inkomen als bedoeld in het eerste lid (totale aftrek), hoger is dan het bedrag dat dubbel in aanmerking genomen inkomen is en de totale aftrek bestaat uit rentelasten ter zake van geldleningen als bedoeld in artikel 15b of renten ter zake van geldleningen als bedoeld in artikel 15bd (renteaftrek) en overige vergoedingen, betalingen, veronderstelde betalingen, lasten of verliezen (overige aftrek), worden de renteaftrek en de overige aftrek naar evenredigheid van de totale aftrek afgezet tegen dat bedrag.

Article 12afLater deduction of dual inclusion income

Current wording: Stb. 2020, 542, in force 1 January 2021

Art. 12af(1)#

In determining profit, an amount of dual inclusion income is deductible to the extent that, in any earlier year, no deduction was allowed in respect of remuneration, payments, deemed payments, expenses or losses under Article 12aa(1)(e), (f) or (g), or Article 12ae, or to the extent that remuneration, payments or deemed payments as referred to in Article 12aa(1)(e) or (f) were also included in profit under Article 12ab(1). The deduction referred to in the first sentence is taken into account only once in respect of the dual inclusion income referred to in the first sentence.

Original (Dutch)

Bij het bepalen van de winst komt een bedrag van dubbel in aanmerking genomen inkomen in aftrek voor zover in enig eerder jaar geen aftrek is toegestaan ten aanzien van vergoedingen, betalingen, veronderstelde betalingen, lasten of verliezen op grond van artikel 12aa, eerste lid, onderdelen e, f of g, of artikel 12ae dan wel voor zover op grond van artikel 12ab, eerste lid, vergoedingen, betalingen of veronderstelde betalingen als bedoeld in artikel 12aa, eerste lid, onderdelen e of f, mede tot de winst zijn gerekend. Met de aftrek, bedoeld in de eerste zin, wordt ten aanzien van het dubbel in aanmerking genomen inkomen, bedoeld in de eerste zin, slechts eenmaal rekening gehouden.

Art. 12af(2)#

If the total of the remuneration, payments, deemed payments, expenses or losses in respect of which no deduction was allowed in earlier years as referred to in paragraph 1 (total deduction) consists of interest expenses in respect of loans as referred to in Article 15b or interest in respect of loans as referred to in Article 15bd (interest deduction) and other remuneration, payments, deemed payments, expenses or losses (other deduction), the amount of dual inclusion income that is deductible through the application of paragraph 1 is deemed to consist of interest deduction and other deduction in proportion to the total deduction.

Original (Dutch)

Indien het totaal aan vergoedingen, betalingen, veronderstelde betalingen, lasten of verliezen ten aanzien waarvan in eerdere jaren geen aftrek is toegestaan als bedoeld in het eerste lid (totale aftrek) bestaat uit rentelasten ter zake van geldleningen als bedoeld in artikel 15b of renten ter zake van geldleningen als bedoeld in artikel 15bd (renteaftrek) en overige vergoedingen, betalingen, veronderstelde betalingen, lasten of verliezen (overige aftrek), wordt het bedrag van dubbel in aanmerking genomen inkomen dat door de toepassing van het eerste lid in aftrek komt, geacht naar evenredigheid van de totale aftrek te bestaan uit renteaftrek en overige aftrek.

Art. 12af(3)#

If the total of the remuneration, payments or deemed payments which were also included in profit in earlier years as referred to in paragraph 1 (total income) consists of interest income in respect of loans as referred to in Article 15b (interest income) and other remuneration, payments or deemed payments (other income), the amount of dual inclusion income that is deductible through the application of paragraph 1 is deemed to consist of interest income and other income in proportion to the total income.

Original (Dutch)

Indien het totaal aan vergoedingen, betalingen of veronderstelde betalingen die in eerdere jaren mede tot de winst zijn gerekend als bedoeld in het eerste lid (totale inkomsten) bestaat uit rentebaten ter zake van geldleningen als bedoeld in artikel 15b (rentebaten) en overige vergoedingen, betalingen of veronderstelde betalingen (overige inkomsten), wordt het bedrag van dubbel in aanmerking genomen inkomen dat door de toepassing van het eerste lid in aftrek komt, geacht naar evenredigheid van de totale inkomsten te bestaan uit rentebaten en overige inkomsten.

Article 12agRecord-keeping under the hybrid mismatch rules

Inserted by: Stb. 2019, 508, in force 1 January 2020

Art. 12ag(1)#

A taxpayer must include in its records information showing to what extent and in what manner this Division applies, in respect of a year, to remuneration, a payment, a deemed payment, an expense or a loss.

Original (Dutch)

Een belastingplichtige neemt in zijn administratie gegevens op waaruit blijkt in hoeverre en op welke wijze ten aanzien van een vergoeding, betaling, veronderstelde betaling, last of verlies deze afdeling met betrekking tot een jaar van toepassing is.

Art. 12ag(2)#

If the taxpayer does not comply, or does not fully comply, with the obligation referred to in paragraph 1, the inspector may, where he suspects that this Division applies, request the taxpayer to demonstrate that this Division does not apply to the remuneration, the payment, the deemed payment, the expense or the loss.

Original (Dutch)

Ingeval de belastingplichtige niet of niet volledig voldoet aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, kan de inspecteur bij het vermoeden dat deze afdeling van toepassing is de belastingplichtige verzoeken te doen blijken dat ten aanzien van de vergoeding, de betaling, de veronderstelde betaling, de last of het verlies deze afdeling niet van toepassing is.

Art. 12ag(3)#

Further rules on the application of paragraph 1 may be laid down by ministerial regulation.

Original (Dutch)

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het eerste lid.

Division 2.3 – Innovation boxAfdeling 2.3 – Innovatiebox

Article 12bReduced taxation of qualifying innovation benefits

Current wording: Stb. 2020, 540, in force 1 January 2021

Art. 12b#

The qualifying benefits from a qualifying intangible asset developed by the taxpayer itself are, if the taxpayer so elects in the tax return for a year, taken into account at 9/H of their amount with effect from that year. In this formula, H stands for the percentage of the highest rate referred to in Article 22 applicable for the year in which the qualifying benefit was derived. The first sentence applies only to the extent that the taxpayer’s balance of qualifying benefits from qualifying intangible assets is positive.

Original (Dutch)

De kwalificerende voordelen uit hoofde van een door de belastingplichtige zelf voortgebracht kwalificerend immaterieel activum worden, indien hij daarvoor bij de aangifte over een jaar kiest, met ingang van dat jaar in aanmerking genomen voor 9/H gedeelte. Daarbij staat H voor het percentage van het hoogste tarief, bedoeld in artikel 22, geldend voor het jaar waarin het kwalificerende voordeel is genoten. De eerste volzin vindt slechts toepassing voor zover het saldo van de kwalificerende voordelen uit kwalificerende immateriële activa bij de belastingplichtige positief is.

Article 12baQualifying intangible assets and smaller taxpayers

Current wording: Stb. 2017, 518, in force 1 January 2018

Art. 12ba(1)#

For the purposes of this Division and the provisions based on it, a qualifying intangible asset means:

a. for smaller taxpayers: an intangible asset that has resulted from research and development work for which an R&D declaration (S&O-verklaring) has been issued to the taxpayer as referred to in the Wage Tax and National Insurance Contributions (Reduced Remittance) Act (Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen);

b. for a taxpayer not falling under point (a): an intangible asset that has resulted from research and development work for which an R&D declaration has been issued to the taxpayer as referred to in the Wage Tax and National Insurance Contributions (Reduced Remittance) Act and:

1°. in respect of which a patent or plant breeder’s right has been granted to the taxpayer;

2°. in respect of which a patent or plant breeder’s right has been applied for by the taxpayer;

3°. which takes the form of software;

4°. in respect of which the taxpayer has been authorised to market and use a non-chemical method as referred to in Article 18 of the Plant Protection Products and Biocides Act (Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden);

5°. in respect of which a marketing authorisation for a medicinal product has been granted to the taxpayer in a Member State of the European Union;

6°. in respect of which a supplementary protection certificate has been granted to the taxpayer by the Netherlands Patent Office (Octrooicentrum Nederland);

7°. in respect of which a registered utility model for the protection of innovation has been granted to the taxpayer; or

8°. which is connected with an intangible asset as referred to in points 1° to 7°.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder een kwalificerend immaterieel activum:

a. voor kleinere belastingplichtigen: een immaterieel activum dat is voortgevloeid uit speur- en ontwikkelingswerk waarvoor aan de belastingplichtige een S&O-verklaring is afgegeven als bedoeld in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen;

b. voor een niet onder onderdeel a vallende belastingplichtige: een immaterieel activum dat is voortgevloeid uit speur- en ontwikkelingswerk waarvoor aan de belastingplichtige een S&O-verklaring is afgegeven als bedoeld in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen en:

1°. ter zake waarvan aan de belastingplichtige een octrooi of kwekersrecht is verleend;

2°. ter zake waarvan door de belastingplichtige een octrooi of kwekersrecht is aangevraagd;

3°. dat de vorm heeft van programmatuur;

4°. ter zake waarvan de belastingplichtige is toegelaten een niet-chemische methode als bedoeld in artikel 18 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden te verhandelen en te gebruiken;

5°. ter zake waarvan in een lidstaat van de Europese Unie aan de belastingplichtige een vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel is verleend;

6°. ter zake waarvan aan de belastingplichtige door het Octrooicentrum Nederland een aanvullend beschermingscertificaat is verleend;

7°. ter zake waarvan aan de belastingplichtige een geregistreerd gebruiksmodel ter bescherming van innovatie is toegekend; of

8°. dat samenhangt met een immaterieel activum als bedoeld in de onderdelen 1˚ tot en met 7˚.

Art. 12ba(2)#

A taxpayer is regarded as a smaller taxpayer for the purposes of paragraph 1 if:

a. the amount of the benefits that the taxpayer derives in the year and has derived in the four preceding years from intangible assets that have resulted from research and development work for which an R&D declaration has been issued to the taxpayer as referred to in the Wage Tax and National Insurance Contributions (Reduced Remittance) Act, increased by the costs of acquiring the benefits from those intangible assets in those years, is in aggregate less than €37,500,000; and

b. the net turnover within the meaning of Article 377 of Book 2 of the Civil Code, in the year and the four preceding years, of the taxpayer or, if the taxpayer forms part of a group as referred to in Article 24b of Book 2 of the Civil Code or a similar foreign arrangement, of the group of which the taxpayer forms part in those years, according to the annual accounts or the consolidated annual accounts, as the case may be, for those years, is in aggregate less than €250,000,000.

Original (Dutch)

Een belastingplichtige wordt voor de toepassing van het eerste lid aangemerkt als een kleinere belastingplichtige indien:

a. het bedrag van de voordelen die de belastingplichtige in het jaar geniet en in de vier voorafgaande jaren heeft genoten uit hoofde van immateriële activa die zijn voortgevloeid uit speur- en ontwikkelingswerk waarvoor aan de belastingplichtige een S&O-verklaring is afgegeven als bedoeld in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen, vermeerderd met de kosten ter verwerving van de voordelen uit deze immateriële activa in die jaren, tezamen lager is dan € 37.500.000; en

b. de netto-omzet, bedoeld in artikel 377 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, in het jaar en de vier voorafgaande jaren, van de belastingplichtige of, indien de belastingplichtige deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of een soortgelijke buitenlandse regeling, van de groep waar de belastingplichtige in die jaren deel van uitmaakt, volgens de jaarrekeningen, onderscheidenlijk de geconsolideerde jaarrekeningen, van die jaren, tezamen lager is dan € 250.000.000.

Art. 12ba(3)#

If, in any year, the taxpayer forms part of more than one group as referred to in Article 24b of Book 2 of the Civil Code or a similar foreign arrangement, the group with the largest net turnover in that year is taken into account for that year for the purposes of paragraph 2.

Original (Dutch)

Indien de belastingplichtige in enig jaar deel uitmaakt van meer dan één groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of een soortgelijke buitenlandse regeling, wordt voor de toepassing van het tweede lid voor dat jaar de groep in aanmerking genomen met de grootste netto-omzet in dat jaar.

Art. 12ba(4)#

For the purposes of this Division and the provisions based on it, a patent or plant breeder’s right, an application for a patent or plant breeder’s right, software, an authorisation as referred to in paragraph 1(b)(4°), a marketing authorisation as referred to in paragraph 1(b)(5°), a supplementary protection certificate as referred to in paragraph 1(b)(6°), or a registered utility model for the protection of innovation also includes: an exclusive licence to use a patent or plant breeder’s right, an application for a patent or plant breeder’s right, software, an authorisation as referred to in paragraph 1(b)(4°), a marketing authorisation as referred to in paragraph 1(b)(5°), a supplementary protection certificate as referred to in paragraph 1(b)(6°), or a registered utility model for the protection of innovation, as the case may be, in a specified manner, for a specified period or in a specified geographical area.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt onder een octrooi of kwekersrecht, een aanvraag voor een octrooi of kwekersrecht, programmatuur, een toelating als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 4°, een vergunning als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 5°, een aanvullend beschermingscertificaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 6°, of een geregistreerd gebruiksmodel ter bescherming van innovatie mede verstaan: een exclusieve licentie om een octrooi of kwekersrecht, een aanvraag voor een octrooi of kwekersrecht, programmatuur, een toelating als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 4°, een vergunning als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 5°, een aanvullend beschermingscertificaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 6°, onderscheidenlijk een geregistreerd gebruiksmodel ter bescherming van innovatie, te gebruiken op een bepaalde wijze, voor een bepaalde termijn of in een bepaald geografisch gebied.

Art. 12ba(5)#

If the research and development work referred to in paragraph 1 relates to the further development of an intangible asset that was not developed by the taxpayer itself, there is an intangible asset developed by the taxpayer itself only to the extent that the research and development work has led to a new intangible asset and the new intangible asset has resulted from that research and development work.

Original (Dutch)

Indien het speur- en ontwikkelingswerk, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op het doorontwikkelen van een immaterieel activum dat niet door de belastingplichtige zelf is voortgebracht, is slechts sprake van een immaterieel activum dat door de belastingplichtige zelf is voortgebracht voor zover dat speur- en ontwikkelingswerk heeft geleid tot een nieuw immaterieel activum en het nieuwe immateriële activum is voortgevloeid uit dat speur- en ontwikkelingswerk.

Art. 12ba(6)#

Trade marks, logos and comparable assets are not regarded as qualifying intangible assets.

Original (Dutch)

Als kwalificerende immateriële activa worden niet aangemerkt merken, logo’s en daarmee vergelijkbare vermogensbestanddelen.

Article 12bbCalculation of qualifying benefits and qualifying expenditure

Current wording: Stb. 2017, 518, in force 1 January 2018

Art. 12bb(1)#

The qualifying benefits from a qualifying intangible asset referred to in Article 12b are set at the K/T part, but not more than the whole, of the benefits from a qualifying intangible asset, after those benefits have been reduced by the threshold referred to in Article 12bc, where:

K: means the qualifying expenditure in the year itself and in all preceding years for the development of the qualifying intangible asset, multiplied by 1.3;

T: means the total expenditure in the year itself and in all preceding years for the development of the qualifying intangible asset.

Original (Dutch)

De kwalificerende voordelen uit hoofde van een kwalificerend immaterieel activum, bedoeld in artikel 12b, worden gesteld op K/T gedeelte, maar niet meer dan het geheel, van de voordelen uit hoofde van een kwalificerend immaterieel activum, na vermindering van deze voordelen met de drempel, bedoeld in artikel 12bc, waarbij wordt verstaan onder:

K: de kwalificerende uitgaven in het jaar zelf en in alle voorgaande jaren ten behoeve van het voortbrengen van het kwalificerende immateriële activum vermenigvuldigd met 1,3;

T: de totale uitgaven in het jaar zelf en in alle voorafgaande jaren ten behoeve van het voortbrengen van het kwalificerende immateriële activum.

Art. 12bb(2)#

The benefits from a qualifying intangible asset, the threshold and the fraction referred to in paragraph 1 are determined in the most appropriate manner having regard to the nature of the enterprise and of the research and development work that has led to the qualifying intangible asset.

Original (Dutch)

De voordelen uit hoofde van een kwalificerend immaterieel activum, de drempel en de breuk, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald op de meest passende wijze gezien de aard van de onderneming en van het speur- en ontwikkelingswerk dat heeft geleid tot het kwalificerende immateriële activum.

Art. 12bb(3)#

If, in the case of interrelated qualifying intangible assets, it is not reasonably possible to determine the benefits from those assets separately, the benefits, the threshold and the fraction referred to in paragraph 1 are determined per group of interrelated qualifying intangible assets.

Original (Dutch)

Indien het bij samenhangende kwalificerende immateriële activa redelijkerwijs niet mogelijk is de voordelen uit hoofde van die activa afzonderlijk te bepalen, worden de voordelen, de drempel en de breuk, bedoeld in het eerste lid, bepaald per groep van samenhangende kwalificerende immateriële activa.

Art. 12bb(4)#

If an intangible asset is regarded as a qualifying intangible asset by virtue of Article 12ba(4), there are qualifying benefits from that qualifying intangible asset as referred to in paragraph 1 only to the extent that those benefits result from the use of the exclusive licence.

Original (Dutch)

Indien een immaterieel activum met toepassing van artikel 12ba, vierde lid, wordt aangemerkt als een kwalificerend immaterieel activum, is slechts sprake van kwalificerende voordelen uit hoofde van dat kwalificerende immateriële activum als bedoeld in het eerste lid voor zover deze voordelen voortvloeien uit het gebruik van de exclusieve licentie.

Art. 12bb(5)#

For the purposes of this Division and the provisions based on it, the qualifying expenditure for the development of a qualifying intangible asset means the sum of:

a. the expenditure incurred by the taxpayer in connection with research and development work carried out by it for the qualifying intangible asset; and

b. the expenditure incurred by the taxpayer in connection with the direct or indirect outsourcing of research and development work for the qualifying intangible asset to an entity not related to the taxpayer.

Original (Dutch)

Onder de kwalificerende uitgaven ten behoeve van het voortbrengen van een kwalificerend immaterieel activum worden voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen verstaan de som van:

a. de uitgaven gedaan door de belastingplichtige in verband met door hem ten behoeve van het kwalificerende immateriële activum verricht speur- en ontwikkelingswerk; en

b. de uitgaven gedaan door de belastingplichtige in verband met het direct of indirect uitbesteden van speur- en ontwikkelingswerk ten behoeve van het kwalificerende immateriële activum aan een niet met de belastingplichtige verbonden lichaam.

Art. 12bb(6)#

For the purposes of this Division and the provisions based on it, expenditure in connection with the outsourcing of research and development work to an entity not related to the taxpayer also includes expenditure incurred by the taxpayer under a cooperation agreement for the development of a qualifying intangible asset for joint account.

Original (Dutch)

Onder de uitgaven in verband met het uitbesteden van speur- en ontwikkelingswerk aan een niet met de belastingplichtige verbonden lichaam vallen voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen mede uitgaven gedaan door de belastingplichtige in het kader van een samenwerkingsovereenkomst ten behoeve van het voor gemeenschappelijke rekening voortbrengen van een kwalificerend immaterieel activum.

Art. 12bb(7)#

For the purposes of this Division and the provisions based on it, the total expenditure for the development of a qualifying intangible asset means: all expenditure incurred by the taxpayer for research and development work for the development of the qualifying intangible asset.

Original (Dutch)

Onder de totale uitgaven ten behoeve van het voortbrengen van een kwalificerend immaterieel activum worden voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen verstaan: alle uitgaven gedaan door de belastingplichtige voor speur- en ontwikkelingswerk ten behoeve van het voortbrengen van het kwalificerende immateriële activum.

Art. 12bb(8)#

For the purposes of this Division and the provisions based on it, the following are not taken into account as expenditure: expenditure in respect of debts, expenditure in respect of premises and other expenditure that is not directly connected with the research and development work that has led to the intangible asset.

Original (Dutch)

Als uitgaven worden voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen niet in aanmerking genomen: uitgaven ter zake van schulden, uitgaven ter zake van huisvesting en andere uitgaven die niet direct verband houden met het speur- en ontwikkelingswerk dat heeft geleid tot het immateriële activum.

Article 12bcThreshold and balance of development costs

Inserted by: Stb. 2016, 544, in force 1 January 2017

Art. 12bc(1)#

The threshold referred to in Article 12bb(1) is equal to:

a. the balance of the development costs of the intangible asset still to be recouped, referred to in paragraph 2, at the end of the preceding year, increased by:

b. the development costs of the qualifying intangible asset for which the taxpayer has elected in the year to apply Article 12b, and further increased by:

c. the fair market value of the qualifying intangible asset, if the taxpayer has elected in the year to apply Article 12b to that qualifying intangible asset and the benefits formed, in any preceding year, part of the profit from another state to which Article 15e(1) applies, determined as at the time at which the benefits from that intangible asset ceased to form part of that profit, to the extent that that fair market value exceeds the development costs, and reduced by:

d. an amount equal to the qualifying benefits from the qualifying intangible asset, if that amount is negative, to the extent that Article 12b does not apply to that amount.

Original (Dutch)

De drempel, bedoeld in artikel 12bb, eerste lid, is gelijk aan:

a. het saldo van de nog in te lopen voortbrengingskosten, bedoeld in het tweede lid, van het immateriële activum aan het einde van het voorafgaande jaar, vermeerderd met:

b. de voortbrengingskosten van het kwalificerende immateriële activum waarvoor de belastingplichtige in het jaar heeft gekozen voor toepassing van artikel 12b, alsmede vermeerderd met:

c. de waarde in het economische verkeer van het kwalificerende immateriële activum, indien de belastingplichtige in het jaar heeft gekozen voor toepassing van artikel 12b op dat kwalificerende immateriële activum en de voordelen in enig voorafgaand jaar deel uitmaakten van de winst uit een andere staat waarop artikel 15e, eerste lid, van toepassing is, bepaald naar het moment waarop de voordelen uit dat immateriële activum niet langer deel uitmaakten van die winst, voor zover die waarde in het economische verkeer de voortbrengingskosten overtreft, en verminderd met:

d. een bedrag gelijk aan de kwalificerende voordelen uit hoofde van het kwalificerende immateriële activum, indien dat bedrag negatief is, voor zover artikel 12b geen toepassing vindt op dat bedrag.

Art. 12bc(2)#

Simultaneously with the issue of the assessment for the year, the inspector determines, by a decision open to objection, the balance of the development costs of the various intangible assets still to be recouped at the end of the year. The balance referred to in the first sentence is:

a. the amount determined for the intangible asset in accordance with this paragraph at the end of the preceding year, if such an amount has been determined, increased by:

b. the amounts referred to in paragraph 1(b) and (c), and reduced by:

c. the amount referred to in paragraph 1(d), and further reduced by:

d. the qualifying benefits derived in the year from the intangible asset which did not exceed the threshold for the year.

Original (Dutch)

De inspecteur stelt gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag over het jaar bij voor bezwaar vatbare beschikking vast het saldo van de nog in te lopen voortbrengingskosten van de verschillende immateriële activa aan het einde van het jaar. Het saldo, bedoeld in de eerste volzin, is:

a. het bedrag dat bij het einde van het voorafgaande jaar voor het immateriële activum op de voet van dit lid is vastgesteld, zo dat is vastgesteld, vermeerderd met:

b. de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, en verminderd met:

c. het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, alsmede verminderd met:

d. de in het jaar uit hoofde van het immateriële activum genoten kwalificerende voordelen die de drempel van het jaar niet te boven gingen.

Art. 12bc(3)#

If any fact gives grounds for presuming that the balance referred to in paragraph 2 has been determined too low, the inspector may revise the decision referred to in that paragraph by a decision open to objection. A fact that was known, or could reasonably have been known, to the inspector cannot constitute grounds for revision, except in cases where the taxpayer has acted in bad faith in respect of that fact. Article 16(2), opening words and (c), (3) and (4) of the General State Taxes Act (Algemene wet inzake rijksbelastingen) applies mutatis mutandis. Legal remedies against a decision as referred to in paragraph 2 may relate only to the amounts referred to in paragraph 2(b) and the reductions under paragraph 2(c) and (d).

Original (Dutch)

Indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat het saldo, bedoeld in het tweede lid, te laag is vastgesteld, kan de inspecteur de aldaar bedoelde beschikking herzien bij voor bezwaar vatbare beschikking. Een feit dat de inspecteur bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond voor herziening opleveren, behoudens in de gevallen waarin de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is. Artikel 16, tweede lid, aanhef en onderdeel c, derde en vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing. Rechtsmiddelen tegen een beschikking als bedoeld in het tweede lid kunnen uitsluitend betrekking hebben op de bedragen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en de verminderingen ingevolge het tweede lid, onderdelen c en d.

Article 12bdLump-sum option for qualifying benefits

Current wording: Stb. 2024, 435, in force 1 January 2025

Art. 12bd(1)#

By way of derogation from Article 12bb, for a taxpayer that has developed a qualifying intangible asset in the year or in one of the two preceding years and that so elects, the balance of the qualifying benefits from qualifying intangible assets is set, for the purposes of Article 12b, at 25% of the profit before the application of Article 12b, subject to a maximum of €25,000. The first sentence applies only if the profit referred to in it is positive.

Original (Dutch)

In afwijking van artikel 12bb wordt bij de belastingplichtige die in het jaar of in een van de twee voorafgaande jaren een kwalificerend immaterieel activum heeft voortgebracht en die hiervoor kiest, het saldo van de kwalificerende voordelen uit kwalificerende immateriële activa voor de toepassing van artikel 12b gesteld op 25% van de winst vóór toepassing van artikel 12b, met een maximum van € 25.000. De eerste volzin vindt slechts toepassing indien de aldaar bedoelde winst positief is.

Art. 12bd(2)#

If all the qualifying intangible assets to which Article 12b applies and which have been developed in the year or in one of the two preceding years form part of the assets of one or more collaborative arrangements of the taxpayer with one or more other taxpayers, the percentage referred to in paragraph 1 is set at the sum of the percentages applicable to each of those collaborative arrangements, but not higher than 25, the percentage applicable to a collaborative arrangement being set at 25 multiplied by the extent of the taxpayer’s entitlement to the benefits of that collaborative arrangement.

Original (Dutch)

Indien alle kwalificerende immateriële activa waarop artikel 12b toepassing vindt en die in het jaar of in een van de twee voorafgaande jaren zijn voortgebracht, deel uitmaken van het vermogen van een of meer samenwerkingsverbanden van de belastingplichtige met een of meer andere belastingplichtigen, wordt het percentage, genoemd in het eerste lid, gesteld op de som van de voor elk van die samenwerkingsverbanden geldende percentages, doch ten hoogste op 25, waarbij het voor een samenwerkingsverband geldende percentage wordt gesteld op 25 vermenigvuldigd met de mate van gerechtigheid van de belastingplichtige tot de voordelen van dat samenwerkingsverband.

Art. 12bd(3)#

Where a taxpayer’s qualifying benefits from qualifying intangible assets are determined on the basis of paragraph 1, the reduction referred to in Article 12bc(2)(d) is set at nil.

Original (Dutch)

Ingeval bij een belastingplichtige de kwalificerende voordelen uit kwalificerende immateriële activa op basis van het eerste lid worden bepaald, wordt de vermindering, bedoeld in artikel 12bc, tweede lid, onderdeel d, gesteld op nihil.

Article 12beRefused patent or plant breeder’s right application

Current wording: Stb. 2018, 505, in force 1 January 2019

Art. 12be(1)#

If, in any year, it is established, in respect of an intangible asset that has been regarded as a qualifying intangible asset by virtue of Article 12ba(1)(b), opening words and point 2°, and to which Article 12b applies, that the application for the patent or plant breeder’s right will not be granted:

a. the other provisions of this Division and the provisions based on it cease to apply to that intangible asset from that year, and

b. the part of the qualifying benefits from that intangible asset that, owing to the application of Article 12b, was not taken into account in the years preceding that year is taken into account as profit of the taxpayer in that year.

Original (Dutch)

Indien in enig jaar ter zake van een immaterieel activum dat met toepassing van artikel 12ba, eerste lid, onderdeel b, aanhef en onder 2°, als kwalificerend immaterieel activum is aangemerkt en waarop artikel 12b toepassing vindt, komt vast te staan dat de aanvraag voor het octrooi of kwekersrecht niet wordt toegewezen:

a. vinden vanaf dat jaar de overige bepalingen van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen ter zake van dat immateriële activum geen toepassing, en

b. wordt in dat jaar bij de belastingplichtige als winst in aanmerking genomen het gedeelte van de kwalificerende voordelen uit hoofde van dat immateriële activum dat in de aan dat jaar voorafgaande jaren door de toepassing van artikel 12b niet in aanmerking is genomen.

Art. 12be(2)#

Paragraph 1 applies mutatis mutandis in respect of an intangible asset that, under Article 12ba(1)(b), opening words and point 8°, is connected with an intangible asset as referred to in paragraph 1 and that has been regarded as a qualifying intangible asset by virtue of Article 12ba(1)(b), opening words and point 8°.

Original (Dutch)

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ter zake van een immaterieel activum dat ingevolge artikel 12ba, eerste lid, onderdeel b, aanhef en onder 8°, samenhangt met een immaterieel activum als bedoeld in het eerste lid en dat met toepassing van artikel 12ba, eerste lid, onderdeel b, aanhef en onder 8°, als kwalificerend immaterieel activum is aangemerkt.

Art. 12be(3)#

Paragraph 1 does not apply to the extent that the taxpayer demonstrates that the intangible asset referred to in that paragraph is, in the years referred to in paragraph 1(b), regarded as a qualifying intangible asset by virtue of Article 12ba(1)(a) or (b), opening words and point 1°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° or 8°.

Original (Dutch)

Het eerste lid vindt geen toepassing voor zover de belastingplichtige doet blijken dat het immateriële activum, bedoeld in dat lid, in de jaren, bedoeld in dat lid, onderdeel b, met toepassing van artikel 12ba, eerste lid, onderdeel a of onderdeel b, aanhef en onder 1°, 3°, 4°, 5°, 6˚, 7˚ of 8˚, als kwalificerend immaterieel activum wordt aangemerkt.

Article 12bfFurther rules for the innovation box

Inserted by: Stb. 2016, 544, in force 1 January 2017

Art. 12bf#

Further rules, including further conditions, may be laid down by or pursuant to order in council for the application of this Division. Rules may also be laid down for determining the qualifying benefits from a qualifying intangible asset and for determining which part of the tax levied by another state on qualifying benefits falling under Article 12b may, on the basis of arrangements for the avoidance of double taxation, be credited against the corporate income tax due.

Original (Dutch)

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels, waaronder nadere voorwaarden, worden gesteld voor de toepassing van deze afdeling. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld voor de bepaling van de kwalificerende voordelen uit hoofde van een kwalificerend immaterieel activum en voor de bepaling welk deel van de door een andere Mogendheid geheven belasting over kwalificerende voordelen die onder artikel 12b vallen, op basis van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, kan worden verrekend met de verschuldigde vennootschapsbelasting.

Article 12bgRecord-keeping for the innovation box

Inserted by: Stb. 2016, 544, in force 1 January 2017

Art. 12bg(1)#

If the taxpayer elects to apply Article 12b, it must, in addition to the records to be kept as referred to in Article 24(1) of the Wage Tax and National Insurance Contributions (Reduced Remittance) Act, include in its records information showing:

a. that it holds one or more qualifying intangible assets developed by itself;

b. the amount of the qualifying benefits it derives from qualifying intangible assets;

c. the manner in which the benefits referred to in point (b) are determined in the most appropriate manner.

Original (Dutch)

Indien de belastingplichtige kiest voor toepassing van artikel 12b neemt hij, in aanvulling op de bij te houden administratie, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, in zijn administratie gegevens op waaruit blijkt:

a. dat hij een of meer kwalificerende immateriële activa bezit die door hem zelf zijn voortgebracht;

b. tot welk bedrag hij kwalificerende voordelen geniet uit hoofde van kwalificerende immateriële activa;

c. op welke wijze de voordelen, bedoeld in onderdeel b, worden bepaald op de meest passende wijze.

Art. 12bg(2)#

A taxpayer as referred to in Article 12ba(1)(a) must also include in its records information showing that the requirements referred to in that point are met.

Original (Dutch)

Een belastingplichtige als bedoeld in artikel 12ba, eerste lid, onderdeel a, neemt in zijn administratie tevens gegevens op waaruit blijkt dat aan de vereisten, bedoeld in dat onderdeel, wordt voldaan.

Art. 12bg(3)#

If the benefits, the threshold and the fraction referred to in Article 12bb are determined per group of interrelated qualifying intangible assets, the taxpayer must include in its records information showing that it is not reasonably possible to determine the benefits from each qualifying intangible asset separately.

Original (Dutch)

Indien de voordelen, de drempel, en de breuk, bedoeld in artikel 12bb, worden bepaald per groep van samenhangende kwalificerende immateriële activa, neemt de belastingplichtige in zijn administratie gegevens op waaruit blijkt dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om de voordelen uit hoofde van elk kwalificerend immaterieel activum afzonderlijk te bepalen.

Division 2.4 – Group interest boxAfdeling 2.4 – Groepsrentebox

Article 12cGroup interest box for intra-group interest

Inserted by: Stb. 2006, 631

Art. 12c(1)#

At the joint request of the taxpayer and all entities related to it within the meaning of paragraph 5 that are subject to corporate income tax, the group interest balance referred to in paragraph 3 is taken into account, for the taxpayer and for those related entities, at 5/H of its amount in determining profit. In this formula, H stands for the percentage of the highest rate referred to in Article 22 applicable for the year of the group interest balance.

Original (Dutch)

Op gezamenlijk verzoek van de belastingplichtige en alle met hem verbonden lichamen in de zin van het vijfde lid die zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting, wordt bij hem en bij die verbonden lichamen het groepsrentesaldo als bedoeld in het derde lid bij het bepalen van de winst in aanmerking genomen voor 5/H gedeelte. Daarbij staat H voor het percentage van het hoogste tarief, bedoeld in artikel 22, geldend voor het jaar van het groepsrentesaldo.

Art. 12c(2)#

The application of paragraph 1 begins with effect from the year for which the request referred to in that paragraph has been made and ends with effect from the year in which there is no longer a joint request by the taxpayer and all entities related to it within the meaning of paragraph 5 that are subject to corporate income tax. The application of paragraph 1 may end at the request of the taxpayer after it has applied to the taxpayer for at least three years.

Original (Dutch)

De toepassing van het eerste lid vangt aan met ingang van het jaar waarvoor het in dat lid bedoelde verzoek is gedaan en eindigt met ingang van het jaar waarin niet langer sprake is van een gezamenlijk verzoek van de belastingplichtige en alle met hem verbonden lichamen in de zin van het vijfde lid die zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting. De toepassing van het eerste lid kan eindigen op verzoek van de belastingplichtige nadat dit gedurende ten minste drie jaren op hem van toepassing is geweest.

Art. 12c(3)#

The group interest balance of a year of the taxpayer is the amount of interest credited to profit in that year in respect of loans granted to related entities within the meaning of paragraph 5, reduced by the amount of interest charged to profit in that year in respect of loans owed, directly or indirectly, to related entities within the meaning of paragraph 5. Where the amount of interest credited to profit exceeds the amount of interest charged to profit, there is a positive group interest balance.

Original (Dutch)

Het groepsrentesaldo van een jaar van de belastingplichtige is het bedrag aan rente dat in dat jaar ten bate van de winst komt ter zake van geldleningen verstrekt aan verbonden lichamen in de zin van het vijfde lid, verminderd met het bedrag aan rente dat in dat jaar ten laste van de winst komt ter zake van geldleningen direct of indirect verschuldigd aan verbonden lichamen in de zin van het vijfde lid. Ingeval het bedrag aan rente dat ten bate van de winst komt, uitgaat boven het bedrag aan rente dat ten laste van de winst komt, is sprake van een positief groepsrentesaldo.

Art. 12c(4)#

A positive group interest balance of a year qualifies for the application of paragraph 1 only to the extent that that balance does not exceed an amount equal to the percentage specified below of the average equity of that year, determined on the basis of the position at the beginning and at the end of the year, that average equity being set at not less than nil. The percentage taken is the percentage of tax interest (heffingsrente) calculated in accordance with Article 30f(6) of the General State Taxes Act, applicable for the quarter in which the year ends.

Original (Dutch)

Een positief groepsrentesaldo van een jaar komt slechts in aanmerking voor de toepassing van het eerste lid voor zover dit saldo niet uitgaat boven een bedrag ter grootte van het hierna aangeduide percentage van het gemiddeld eigen vermogen van dat jaar bepaald naar de stand bij het begin en het einde van het jaar, waarbij dat gemiddelde vermogen ten minste op nihil wordt gesteld. Als percentage wordt genomen het op de voet van artikel 30f, zesde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen berekende percentage van de heffingsrente, geldend voor het kwartaal waarin het jaar eindigt.

Art. 12c(5)#

For the purposes of this Article, an entity related to the taxpayer means:

a. an entity in which the taxpayer has an interest of more than 50%;

b. an entity that has an interest of more than 50% in the taxpayer;

c. an entity in which a third party has an interest of more than 50%, where that third party also has an interest of more than 50% in the taxpayer. For this purpose, an interest held by the spouse or a minor child of a natural person is attributed to that natural person. An unmarried adult who may qualify as a partner under Article 1.2 of the Income Tax Act 2001 (Wet inkomstenbelasting 2001) is treated as equivalent to a spouse. A child also includes a child of a spouse and a foster child.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een met de belastingplichtige verbonden lichaam verstaan:

a. een lichaam waarin de belastingplichtige voor meer dan 50% belang heeft;

b. een lichaam dat voor meer dan 50% belang heeft in de belastingplichtige;

c. een lichaam waarin een derde voor meer dan 50% belang heeft, terwijl deze derde tevens voor meer dan 50% belang heeft in de belastingplichtige. Daarbij wordt een belang dat wordt gehouden door de echtgenoot of een minderjarig kind van een natuurlijk persoon aan die persoon toegerekend. Met een echtgenoot wordt gelijkgesteld de ongehuwde meerderjarige die ingevolge artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 kan kwalificeren als partner. Onder een kind wordt mede verstaan een kind van een echtgenoot alsmede een pleegkind.

Art. 12c(6)#

For the purposes of this Article:

a. loan means a receivable or debt arising from a loan agreement or from a comparable agreement;

b. interest in respect of loans granted to a related entity within the meaning of paragraph 5 also includes the income from short-term investments to the extent that the taxpayer makes it plausible that they are held with a view to the acquisition of participations;

c. loans granted to related entities within the meaning of paragraph 5 do not include loans which are directly or indirectly connected with the disposal of assets to a related entity within the meaning of paragraph 5, unless the taxpayer makes it plausible that the loan and the disposal, taken together, are based predominantly on business considerations;

d. interest in respect of loans granted to related entities within the meaning of paragraph 5 or in respect of loans owed, directly or indirectly, to related entities within the meaning of that paragraph also includes the costs in respect of those loans;

e. loans owed, directly or indirectly, to related entities within the meaning of paragraph 5 also include a loan owed to an unrelated entity or to a natural person where the funds obtained from that loan have been used, by way of a capital contribution, to obtain income to which paragraph 1 applies, unless the taxpayer makes it plausible that the loan and the capital contribution, taken together, are based predominantly on business considerations.

Original (Dutch)

Voor de toepassing van dit artikel wordt:

a. onder geldlening verstaan een vordering of schuld die voortvloeit uit een overeenkomst van geldlening of uit een daarmee vergelijkbare overeenkomst;

b. onder rente ter zake van geldleningen verstrekt aan een verbonden lichaam in de zin van het vijfde lid, mede begrepen de opbrengsten van kortlopende beleggingen voor zover de belastingplichtige aannemelijk maakt dat deze worden aangehouden met het oog op de verwerving van deelnemingen;

c. onder geldleningen verstrekt aan verbonden lichamen in de zin van het vijfde lid, niet begrepen geldleningen welke direct of indirect verband houden met de vervreemding van activa aan een verbonden lichaam in de zin van het vijfde lid, tenzij de belastingplichtige aannemelijk maakt dat aan de geldlening en de vervreemding in onderling verband in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag liggen;

d. onder rente ter zake van geldleningen verstrekt aan verbonden lichamen in de zin van het vijfde lid of ter zake van geldleningen direct of indirect verschuldigd aan verbonden lichamen in de zin van dat lid, mede begrepen de kosten ter zake van die leningen;

e. onder geldleningen direct of indirect verschuldigd aan verbonden lichamen in de zin van het vijfde lid, mede begrepen een geldlening die is verschuldigd aan een niet verbonden lichaam of aan een natuurlijk persoon, ingeval de uit die lening verkregen middelen via een kapitaalstorting zijn aangewend ter verkrijging van opbrengsten waarop het eerste lid van toepassing is, tenzij de belastingplichtige aannemelijk maakt dat aan de geldlening en de kapitaalstorting in onderling verband in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag liggen.

Art. 12c(7)#

At the request of a cooperating group of unrelated entities, the Minister may authorise the inspector, subject to conditions to be set by the Minister, to treat the entities belonging to that group as related to one another for the purposes of this Article.

Original (Dutch)

Onze Minister kan op verzoek van een samenwerkende groep van niet-verbonden lichamen de inspecteur machtigen, onder door Onze Minister te stellen voorwaarden, de lichamen die tot deze groep behoren voor de toepassing van dit artikel als met elkaar verbonden aan te merken.

Art. 12c(8)#

At the request of a group of related entities, the Minister may authorise the inspector, subject to conditions to be set by the Minister, to treat the entities belonging to an independent part of the group as unrelated to the entities belonging to another independent part of the group for the purposes of this Article.

Original (Dutch)

Onze Minister kan op verzoek van een groep van verbonden lichamen de inspecteur machtigen, onder door Onze Minister te stellen voorwaarden, de lichamen die tot een zelfstandig onderdeel van de groep behoren voor de toepassing van dit artikel als niet-verbonden lichamen aan te merken met de lichamen die behoren tot een ander zelfstandig onderdeel van de groep.

Art. 12c(9)#

Further rules, including further conditions, may be laid down by or pursuant to order in council for the application of this Article. Rules may also be laid down for determining which part of the tax levied by another state on benefits falling under this Article may, on the basis of arrangements for the avoidance of double taxation, be credited against the corporate income tax due.

Original (Dutch)

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels, waaronder nadere voorwaarden, worden gesteld voor de toepassing van dit artikel. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld voor de bepaling welk deel van de door een andere Mogendheid geheven belasting over voordelen die onder dit artikel vallen, op basis van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, kan worden verrekend met de verschuldigde vennootschapsbelasting.

How to cite

Corporate Income Tax Act 1969 (Netherlands), Art. 12aa (unofficial English translation, BCA EU Law Library), https://bcaeu.com/law-library/netherlands/corporate-income-tax-act-1969/hybrids-innovation-box#art-12aa

Unofficial English translation by BCA EU, for information. Only the Dutch text has legal force. Article headings are editorial; chapter and division headings are the law’s own. Text checked against the consolidated version valid from 1 January 2026 on wetten.overheid.nl on 30 October 2026. This page is not legal or tax advice.

Setting up a Dutch holding or operating company?

We set up Dutch BVs, register them for corporate income tax and handle the returns, with the participation exemption and interest rules in mind from day one. Fixed fee agreed upfront.