Dutch Corporate Income Tax Act, Arts. 15–15a: fiscal unity
Tax consolidation of a parent and its 95% subsidiaries: conditions, joining and leaving, losses and the anti-abuse rules. Full English translation, with the Dutch original under every paragraph.
Part 6 of 9 of the English translation of the Dutch Corporate Income Tax Act 1969. The overview has the card, a summary, our commentary and the amendment history.
Full text in English
Division 2.9 – Fiscal unityAfdeling 2.9 – Fiscale eenheid
Article 15Fiscal unity of parent company and subsidiaries
Current wording: Stb. 2023, 508, in force 1 January 2025
If a taxpayer (parent company) holds the full legal and economic ownership of at least 95% of the shares in the paid-up nominal capital of another taxpayer (subsidiary), and this holding represents at least 95% of the voting rights under the articles of association in the subsidiary and in all cases entitles it to at least 95% of the profits and at least 95% of the assets of the subsidiary, the tax is, at the request of both taxpayers, levied from them as if they were one taxpayer, in the sense that the activities and assets of the subsidiary form part of the activities and assets of the parent company. The tax is levied from the parent company. In that case the taxpayers together are regarded as a fiscal unity. A fiscal unity may include more than one subsidiary.
Original (Dutch)
Ingeval een belastingplichtige (moedermaatschappij) de gehele juridische en economische eigendom bezit van ten minste 95% van de aandelen in het nominaal gestorte kapitaal van een andere belastingplichtige (dochtermaatschappij) en dit bezit ten minste 95% van de statutaire stemrechten in de dochtermaatschappij vertegenwoordigt en in alle gevallen recht geeft op ten minste 95% van de winst en ten minste 95% van het vermogen van de dochtermaatschappij, wordt op verzoek van beide belastingplichtigen de belasting van hen geheven alsof er één belastingplichtige is, in die zin dat de werkzaamheden en het vermogen van de dochtermaatschappij deel uitmaken van de werkzaamheden en het vermogen van de moedermaatschappij. De belasting wordt geheven bij de moedermaatschappij. De belastingplichtigen tezamen worden in dat geval aangemerkt als fiscale eenheid. Van een fiscale eenheid kan meer dan één dochtermaatschappij deel uitmaken.
If a top company holds the full legal and economic ownership of at least 95% of the shares in the paid-up nominal capital of two taxpayers, and this holding represents at least 95% of the voting rights under the articles of association in each of those taxpayers and in all cases entitles it to at least 95% of the profits and at least 95% of the assets of each of those taxpayers, the tax is, at the request of both taxpayers, levied from them as if they were one taxpayer, in the sense that the activities and assets of the one taxpayer form part of the activities and assets of the other taxpayer. The latter taxpayer is regarded as the parent company and the other taxpayer as the subsidiary. The request must state which taxpayer is to be regarded as the parent company. A taxpayer whose shares are held by another company forming part of the same fiscal unity cannot act as parent company. The second, third and fourth sentences of paragraph 1 apply mutatis mutandis. The taxpayer regarded as the parent company from the formation of the fiscal unity closes its financial year at the time immediately preceding the formation of the fiscal unity.
Original (Dutch)
Ingeval een topmaatschappij de gehele juridische en economische eigendom bezit van ten minste 95% van de aandelen in het nominaal gestorte kapitaal van twee belastingplichtigen en dit bezit ten minste 95% van de statutaire stemrechten in elk van die belastingplichtigen vertegenwoordigt en in alle gevallen recht geeft op ten minste 95% van de winst en ten minste 95% van het vermogen van elk van die belastingplichtigen, wordt op verzoek van beide belastingplichtigen de belasting van hen geheven alsof er één belastingplichtige is, in die zin dat de werkzaamheden en het vermogen van de ene belastingplichtige deel uitmaken van de werkzaamheden en het vermogen van de andere belastingplichtige. De laatstgenoemde belastingplichtige wordt aangemerkt als moedermaatschappij en de andere belastingplichtige als dochtermaatschappij. Bij het verzoek wordt aangegeven welke belastingplichtige als moedermaatschappij wordt aangemerkt. Een belastingplichtige waarvan aandelen worden gehouden door een andere maatschappij die deel uitmaakt van dezelfde fiscale eenheid, kan niet als moedermaatschappij optreden. Het eerste lid, tweede, derde en vierde volzin, is van overeenkomstige toepassing. De vanaf de totstandkoming van de fiscale eenheid als moedermaatschappij aangemerkte belastingplichtige sluit op het tijdstip direct voorafgaande aan de totstandkoming van de fiscale eenheid haar boekjaar af.
A holding as referred to in paragraph 1 or 2 also includes an indirect holding of shares, provided that these shares are held directly by:
a. one or more taxpayers forming part of the fiscal unity, or
b. one or more intermediate companies.
Original (Dutch)
Onder een bezit als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt mede verstaan een middellijk bezit van aandelen, mits deze aandelen onmiddellijk worden gehouden door:
a. een of meer belastingplichtigen die van de fiscale eenheid deel uitmaken, of
b. een of meer tussenmaatschappijen.
Paragraph 1 or 2 applies only if:
a. the periods over which the tax is levied coincide for both taxpayers, on the understanding that a part of a financial year that is regarded as a separate year under Article 7(4) is not regarded as a separate period for the purposes of this point;
b. the same provisions apply to both taxpayers for determining profit, or the rules laid down pursuant to the second sentence of paragraph 7 are complied with;
c. both taxpayers are established in the Netherlands and, if the Tax Arrangement for the Kingdom (Belastingregeling voor het Koninkrijk), the Tax Arrangement for the country of the Netherlands (Belastingregeling voor het land Nederland) or a convention for the avoidance of double taxation applies to a taxpayer, that taxpayer is also deemed to be established in the Netherlands under that arrangement or that convention respectively, or the conditions laid down in and pursuant to paragraph 8 are met;
d. the parent company referred to in paragraph 1 is a public limited company (NV), a private limited liability company (BV), a cooperative, a mutual insurance society or a taxpayer as referred to in Article 2(1)(d), or an entity comparable in legal form thereto that has been incorporated or formed under the law applicable on the BES islands or the law of Aruba, Curaçao, Sint Maarten, a Member State of the European Union or a state in relation to which a convention for the avoidance of double taxation concluded with the Netherlands applies that contains a provision prohibiting discrimination on grounds of nationality for entities that are otherwise in the same circumstances as entities incorporated under Dutch law;
e. the parent company referred to in paragraph 2 and each subsidiary is an NV or a BV, or an entity comparable in legal form thereto that has been incorporated or formed under the law of a country, tax jurisdiction within the Kingdom or state referred to in point (d);
f. the parent company does not hold the shares in the subsidiary, or the top company does not hold the shares in the parent company and the subsidiary, as trading stock, whether indirectly or directly.
Note. In point (b), paragraph 7 as currently in force consists of a single sentence; the reference to its second sentence is reproduced as it stands in the Dutch text.
Original (Dutch)
Het eerste of tweede lid vindt slechts toepassing indien:
a. de tijdvakken waarover de belasting wordt geheven voor beide belastingplichtigen samenvallen, met dien verstande dat een gedeelte van een boekjaar dat ingevolge artikel 7, vierde lid, als afzonderlijk jaar wordt aangemerkt voor de toepassing van dit onderdeel niet als afzonderlijk tijdvak wordt aangemerkt;
b. voor het bepalen van de winst bij beide belastingplichtigen dezelfde bepalingen van toepassing zijn of is voldaan aan de krachtens het zevende lid, tweede volzin, gegeven regels;
c. beide belastingplichtigen in Nederland zijn gevestigd en ingeval op een belastingplichtige de Belastingregeling voor het Koninkrijk, de Belastingregeling voor het land Nederland dan wel een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is, die belastingplichtige tevens volgens die regeling onderscheidenlijk dat verdrag geacht wordt in Nederland te zijn gevestigd of is voldaan aan de in en krachtens het achtste lid gestelde voorwaarden;
d. de moedermaatschappij, bedoeld in het eerste lid, een naamloze vennootschap, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, een coöperatie, een onderlinge waarborgmaatschappij of een belastingplichtige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, is, dan wel een daarmee qua rechtsvorm vergelijkbaar lichaam dat is opgericht of aangegaan naar het op de BES eilanden geldende recht dan wel het recht van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, een lidstaat van de Europese Unie of een staat in de relatie waarmee een met Nederland gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is waarin een bepaling is opgenomen die discriminatie naar nationaliteit verbiedt voor lichamen die overigens in dezelfde omstandigheden verkeren als naar Nederlands recht opgerichte lichamen;
e. de moedermaatschappij, bedoeld in het tweede lid, en iedere dochtermaatschappij een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid is, dan wel een daarmee qua rechtsvorm vergelijkbaar lichaam dat is opgericht of aangegaan naar het recht van een in onderdeel d bedoeld land, bedoeld heffingsgebied binnen het Rijk of bedoelde staat;
f. de moedermaatschappij de aandelen in de dochtermaatschappij, dan wel de topmaatschappij de aandelen in de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij, niet, middellijk of onmiddellijk, als voorraad houdt.
An intermediate company means: an NV or a BV, or an entity comparable in legal form thereto that has been incorporated or formed under the law of a country, tax jurisdiction within the Kingdom or state referred to in paragraph 4(d):
a. which, under the tax legislation of another Member State of the European Union or of another state that is a party to the Agreement on the European Economic Area, is established there and is not deemed, under a convention in the field of double taxation concluded by that Member State or State with a third state, to be established in a state that is not a member of the European Union and is not a party to the Agreement on the European Economic Area;
b. which would be subject to the tax in the Netherlands if it were established in the Netherlands;
c. which does not carry on an enterprise through a permanent establishment in the Netherlands as referred to in paragraph 8; and
d. of which the full legal and economic ownership of at least 95% of the shares in the paid-up nominal capital is held by taxpayers forming part of the fiscal unity, by a top company or by other companies that can be regarded as an intermediate company, and that holding represents at least 95% of the voting rights under the articles of association in the company or entity and in all cases entitles the holder to at least 95% of the profits and at least 95% of the assets of the company or entity.
Original (Dutch)
Onder een tussenmaatschappij wordt verstaan: een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid dan wel een daarmee qua rechtsvorm vergelijkbaar lichaam dat is opgericht of aangegaan naar het recht van een in het vierde lid, onderdeel d, bedoeld land, bedoeld heffingsgebied binnen het Rijk of bedoelde staat:
a. die, onderscheidenlijk dat, volgens de fiscale wetgeving van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte aldaar is gevestigd en niet, volgens een door die lidstaat of staat met een derde staat gesloten verdrag op het gebied van dubbele belastingheffing, geacht wordt te zijn gevestigd in een staat die geen lid is van de Europese Unie en geen partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
b. die, onderscheidenlijk dat, in Nederland aan de heffing van de belasting zou zijn onderworpen indien die, onderscheidenlijk dat, in Nederland zou zijn gevestigd;
c. die, onderscheidenlijk dat, geen onderneming drijft met behulp van een in Nederland aanwezige vaste inrichting als bedoeld in het achtste lid; en
d. waarvan de gehele juridische en economische eigendom van ten minste 95% van de aandelen in het nominaal gestorte kapitaal wordt gehouden door belastingplichtigen die van de fiscale eenheid deel uitmaken, door een topmaatschappij of door andere maatschappijen die als tussenmaatschappij kunnen worden aangemerkt, en dat bezit ten minste 95% van de statutaire stemrechten in de vennootschap of het lichaam vertegenwoordigt en in alle gevallen recht geeft op ten minste 95% van de winst en ten minste 95% van het vermogen van de vennootschap of het lichaam.
A top company means: an NV, a BV, a cooperative or a mutual insurance society, or an entity comparable in legal form thereto that has been incorporated or formed under the law of a country, tax jurisdiction within the Kingdom or state referred to in paragraph 4(d), which meets the conditions referred to in paragraph 5(a), (b) and (c).
Original (Dutch)
Onder een topmaatschappij wordt verstaan: een naamloze vennootschap, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, een coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij, dan wel een daarmee qua rechtsvorm vergelijkbaar lichaam dat is opgericht of aangegaan naar het recht van een in het vierde lid, onderdeel d, bedoeld land, bedoeld heffingsgebied binnen het Rijk of bedoelde staat, die, onderscheidenlijk dat, voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het vijfde lid, onderdelen a, b en c.
Rules may be laid down by or pursuant to order in council under which taxpayers to whom different provisions apply for determining profit may together form a fiscal unity.
Original (Dutch)
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven volgens welke belastingplichtigen bij wie voor het bepalen van de winst niet dezelfde bepalingen van toepassing zijn tezamen een fiscale eenheid kunnen vormen.
A taxpayer that is not established in the Netherlands and carries on an enterprise through a permanent establishment in the Netherlands may, by way of derogation from paragraph 4(c) and subject to conditions to be laid down by order in council, form part of a fiscal unity to the extent that the right to tax the profit derived from that enterprise is allocated to the Netherlands having regard to the Tax Arrangement for the Kingdom, the Tax Arrangement for the country of the Netherlands or a convention for the avoidance of double taxation, if the place of effective management of the taxpayer is located:
a. in another Member State of the European Union or in another state that is a party to the Agreement on the European Economic Area, or
b. on the BES islands or in Aruba, Curaçao, Sint Maarten or a state other than one referred to in point (a) in relation to which a convention for the avoidance of double taxation concluded with the Netherlands applies that contains a provision prohibiting discrimination against permanent establishments, provided that:
1°. if this taxpayer forms part of the fiscal unity as parent company, the shareholding in the subsidiary belongs to the assets of this taxpayer’s permanent establishment in the Netherlands, and,
2°. if this taxpayer forms part of the fiscal unity as subsidiary, a subsidiary of the taxpayer may belong to the fiscal unity only if the shares in that subsidiary are attributable to the assets of this taxpayer’s permanent establishment in the Netherlands.
By way of derogation from paragraphs 1 and 2, the conditions referred to in the first sentence may also relate to the question of the extent to which the activities and assets of the subsidiary form part of the activities and assets of the parent company.
Original (Dutch)
Een belastingplichtige die niet in Nederland is gevestigd en een onderneming drijft met behulp van een in Nederland aanwezige vaste inrichting, kan, in afwijking van het vierde lid, onderdeel c, onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden deel uitmaken van een fiscale eenheid voor zover het heffingsrecht over de uit die onderneming genoten winst met inachtneming van de Belastingregeling voor het Koninkrijk, de Belastingregeling voor het land Nederland dan wel een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting aan Nederland toekomt, indien de plaats van de werkelijke leiding van de belastingplichtige is gelegen:
a. in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of
b. op de BES eilanden dan wel in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een andere staat dan bedoeld in onderdeel a in de relatie waarmee een met Nederland gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is waarin een bepaling is opgenomen die discriminatie van vaste inrichtingen verbiedt, waarbij:
1°. indien deze belastingplichtige als moedermaatschappij deel uitmaakt van de fiscale eenheid, het aandelenbezit in de dochtermaatschappij behoort tot het vermogen van de in Nederland aanwezige vaste inrichting van deze belastingplichtige, en,
2°. indien deze belastingplichtige als dochtermaatschappij deel uitmaakt van de fiscale eenheid, een dochtermaatschappij van de belastingplichtige alleen tot de fiscale eenheid kan behoren ingeval de aandelen in die dochtermaatschappij aan het vermogen van de in Nederland aanwezige vaste inrichting van deze belastingplichtige zijn toe te rekenen.
In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen de voorwaarden, bedoeld in de eerste volzin, mede betrekking hebben op de vraag voor welk deel de werkzaamheden en het vermogen van de dochtermaatschappij deel uitmaken van de werkzaamheden en het vermogen van de moedermaatschappij.
The fiscal unity is formed at a time to be specified by the taxpayers in the request referred to in paragraph 1 or 2, but not earlier than three months before the time at which the request is made.
Original (Dutch)
De fiscale eenheid komt tot stand op een door de belastingplichtigen in het verzoek, bedoeld in het eerste of tweede lid, aan te geven tijdstip, doch niet eerder dan drie maanden voor het tijdstip waarop het verzoek is gedaan.
The fiscal unity ends:
a. if the requirements laid down by or pursuant to this Article are no longer met;
b. if the taxpayer referred to in paragraph 8 moves its place of effective management to the Netherlands;
c. if the taxpayer moves its place of effective management abroad, leaving behind a permanent establishment in the Netherlands;
d. if the parent company referred to in paragraph 2 is no longer regarded as the parent company of the fiscal unity, unless the company that is regarded as the parent company immediately thereafter has only begun to form part of the fiscal unity from that moment;
e. if, in a fiscal unity with a top company, another top company takes the place of that top company or the top company becomes liable to tax;
f. if, in a fiscal unity without a top company, the fiscal unity can no longer continue with respect to a taxpayer without a top company;
g. if, in a fiscal unity with a top company, a top company is no longer necessary with respect to a taxpayer for the existence of the fiscal unity;
h. at the joint request of the parent company and the subsidiary, with effect from the time stated in the request but not earlier than with effect from the date on which the request is filed; on the understanding that, if the fiscal unity is ended with respect to one or more subsidiaries, the fiscal unity is not thereby also ended with respect to the other taxpayers.
Original (Dutch)
De fiscale eenheid eindigt:
a. indien niet langer aan de bij of krachtens dit artikel gestelde vereisten wordt voldaan;
b. indien de belastingplichtige, bedoeld in het achtste lid, de plaats van werkelijke leiding verplaatst naar Nederland;
c. indien de belastingplichtige de plaats van werkelijke leiding verplaatst naar het buitenland met achterlating van een vaste inrichting in Nederland;
d. indien de moedermaatschappij, bedoeld in het tweede lid, niet langer als moedermaatschappij van de fiscale eenheid wordt aangemerkt, tenzij de maatschappij die direct daaropvolgend als moedermaatschappij wordt aangemerkt pas vanaf dat moment deel is gaan uitmaken van de fiscale eenheid;
e. indien bij een fiscale eenheid met een topmaatschappij een andere topmaatschappij in de plaats komt van die topmaatschappij of de topmaatschappij belastingplichtig wordt;
f. indien bij een fiscale eenheid zonder topmaatschappij de fiscale eenheid met betrekking tot een belastingplichtige niet langer kan voortbestaan zonder een topmaatschappij;
g. indien bij een fiscale eenheid met een topmaatschappij een topmaatschappij met betrekking tot een belastingplichtige niet langer nodig is voor het bestaan van de fiscale eenheid;
h. op gezamenlijk verzoek van de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij met ingang van het in het verzoek genoemde tijdstip doch niet eerder dan met ingang van de datum van indiening van het verzoek; met dien verstande dat indien de fiscale eenheid ten aanzien van één of meer dochtermaatschappijen wordt beëindigd, de fiscale eenheid daardoor niet eveneens ten aanzien van de andere belastingplichtigen wordt beëindigd.
If a parent company as referred to in paragraph 2 or a subsidiary begins to form part of a fiscal unity in the course of its financial year and this unity ends with respect to that company in the same financial year, no fiscal unity is deemed to have been formed with respect to that company for the intervening period. The preceding sentence applies mutatis mutandis to an existing fiscal unity that begins to form part of another fiscal unity in the course of its financial year and is separated from the latter unity in the same financial year.
Original (Dutch)
Indien een moedermaatschappij als bedoeld in het tweede lid of een dochtermaatschappij in de loop van haar boekjaar deel gaat uitmaken van een fiscale eenheid en deze eenheid ten aanzien van die maatschappij nog in hetzelfde boekjaar eindigt, wordt voor de tussenliggende periode ten aanzien van die maatschappij geacht geen fiscale eenheid tot stand te zijn gekomen. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op een bestaande fiscale eenheid die in de loop van haar boekjaar deel gaat uitmaken van een andere fiscale eenheid en nog in hetzelfde boekjaar uit laatstgenoemde eenheid wordt ontvoegd.
The request referred to in paragraphs 1, 2 and 10(h) must be made to the inspector responsible for the assessment of the parent company. The inspector decides on the request by a decision open to objection.
Original (Dutch)
Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, tweede lid en tiende lid, onderdeel h, wordt gedaan bij de inspecteur belast met de aanslagregeling van de moedermaatschappij. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
If, when making the request referred to in paragraph 1 or 2, the taxpayer already forms part of a fiscal unity as parent company, this request is deemed also to have been made on behalf of the other taxpayers forming part of that fiscal unity.
Original (Dutch)
Ingeval de belastingplichtige bij het doen van het in het eerste of tweede lid bedoelde verzoek reeds als moedermaatschappij deel uitmaakt van een fiscale eenheid wordt dit verzoek geacht mede te zijn gedaan namens de andere belastingplichtigen die van die fiscale eenheid deel uitmaken.
Further rules may be laid down by or pursuant to order in council to secure the levying and collection of the tax in view of the fact that the taxpayers referred to in paragraph 1 or 2 form a fiscal unity for the purposes of this Act. Those rules also include rules on:
a. the situation where the parent company does not hold all the shares in the subsidiary;
b. the continuation of a fiscal unity with respect to a taxpayer where there is a circumstance as referred to in paragraph 10(b), (c), (d), (e), (f) or (g);
c. the application of Articles 13ab, 13d(11) and (12), 15ab to 15af, 15aha, 15ahb, 15ak, 15b(5) and 23e;
d. the calculation of the reductions for the avoidance of double taxation in respect of foreign results;
e. the application of the object exemption for foreign business profits;
f. the application of the innovation box;
g. the application of the participation credit;
h. the application of the credit for foreign business profits;
i. the situation where a company whose shares are held by a top company or an intermediate company forms part of a fiscal unity;
j. the situation where a taxpayer as referred to in paragraph 8 forms part of a fiscal unity.
Original (Dutch)
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven tot verzekering van de heffing en invordering van de belasting met het oog op de omstandigheid dat de in het eerste of tweede lid bedoelde belastingplichtigen voor de toepassing van deze wet een fiscale eenheid vormen. Onder die regels worden mede begrepen regels voor:
a. de omstandigheid dat de moedermaatschappij niet alle aandelen in de dochtermaatschappij bezit;
b. de voortzetting van een fiscale eenheid ten aanzien van een belastingplichtige ingeval sprake is van een omstandigheid als bedoeld in het tiende lid, onderdelen b, c, d, e, f of g;
c. de toepassing van de artikelen 13ab, 13d, elfde en twaalfde lid, 15ab tot en met 15af, 15aha, 15ahb, 15ak, 15b, vijfde lid, en 23e;
d. de berekening van de verminderingen ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten;
e. de toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten;
f. de toepassing van de innovatiebox;
g. de toepassing van de deelnemingsverrekening;
h. de toepassing van de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten;
i. de omstandigheid dat een maatschappij waarvan de aandelen door een topmaatschappij of een tussenmaatschappij worden gehouden, deel uitmaakt van een fiscale eenheid;
j. de omstandigheid dat een belastingplichtige als bedoeld in het achtste lid deel uitmaakt van een fiscale eenheid.
An order in council adopted pursuant to paragraphs 7, 8 and 14 does not enter into force earlier than eight weeks after the date of issue of the Bulletin of Acts and Decrees (Staatsblad) in which it has been published. Both Houses of the states General must be notified of the publication without delay.
Original (Dutch)
Een krachtens het zevende, achtste en veertiende lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
By way of derogation, to that extent, from paragraphs 1 and 2, Articles 10a, 13(9) to (15) and (17), 13a, 15ba and 20a, having regard to all provisions connected with them, are applied as if there were no fiscal unity within the meaning of this Article. To the extent that, as a result of the application of the first sentence, profit arises at a company and that profit would not arise at the fiscal unity without the application of that sentence, that profit is taken into account in determining the profit of the fiscal unity.
Original (Dutch)
In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid worden de artikelen 10a, 13, negende tot en met vijftiende en zeventiende lid, 13a, 15ba en 20a, met inachtneming van alle regelingen die daarmee verband houden, toegepast als ware er geen fiscale eenheid in de zin van dit artikel. Voor zover door de toepassing van de eerste zin bij een maatschappij winst tot uitdrukking komt en die winst zonder toepassing van die zin niet tot uitdrukking zou komen bij de fiscale eenheid, wordt die winst bij het bepalen van de winst van de fiscale eenheid in aanmerking genomen.
For the purposes of paragraph 16, the losses referred to in Article 20a mean the losses attributable to a taxpayer as if there were no fiscal unity within the meaning of this Article. To the extent that, as a result of the application of the first sentence, the losses can no longer be carried forward, those losses cannot be carried forward and set off against the taxable profit of the taxpayer in which the ultimate interest has changed to a significant extent as referred to in Article 20a. The first and second sentences apply mutatis mutandis with respect to the set-off of losses against the taxable profits or domestic incomes of preceding years referred to in Article 20a(9).
Original (Dutch)
Voor de toepassing van het zestiende lid worden onder de verliezen, bedoeld in artikel 20a, verstaan de verliezen toerekenbaar aan een belastingplichtige als ware er geen fiscale eenheid in de zin van dit artikel. Voor zover door de toepassing van de eerste zin de verliezen niet langer voorwaarts verrekenbaar zijn, kunnen die verliezen niet voorwaarts worden verrekend met de belastbare winst van de belastingplichtige waarin het uiteindelijke belang in belangrijke mate is gewijzigd als bedoeld in artikel 20a. De eerste en tweede zin zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de verrekening van verliezen met de belastbare winsten of binnenlandse inkomens uit voorafgaande jaren, bedoeld in artikel 20a, negende lid.
For the purposes of paragraph 16, the net interest expense amounts referred to in Article 15ba mean the net interest expense amounts attributable to a taxpayer as if there were no fiscal unity within the meaning of this Article. To the extent that, as a result of the application of the first sentence, the net interest expense amounts can no longer be carried forward to the following year, those net interest expense amounts cannot be deducted in determining the profit of the taxpayer in which the ultimate interest has changed to a significant extent as referred to in Article 15ba.
Original (Dutch)
Voor de toepassing van het zestiende lid worden onder de saldi aan renten, bedoeld in artikel 15ba, verstaan de saldi aan renten toerekenbaar aan een belastingplichtige als ware er geen fiscale eenheid in de zin van dit artikel. Voor zover door de toepassing van de eerste zin de saldi aan renten niet langer kunnen worden voortgewenteld naar het volgende jaar, kunnen die saldi aan renten niet in aftrek komen bij het bepalen van de winst van de belastingplichtige waarin het uiteindelijke belang in belangrijke mate is gewijzigd als bedoeld in artikel 15ba.
Article 15aaDefinitions for the fiscal unity provisions
Current wording: Stb. 2021, 651, in force 1 January 2022
For the purposes of Articles 15ab to 15al:
a. company means: a taxpayer forming part of a fiscal unity;
b. joining time means: the time with effect from which a taxpayer forms part of a fiscal unity;
c. separation time means: the time at which a fiscal unity is ended with respect to a taxpayer otherwise than by the dissolution and liquidation of a subsidiary.
Original (Dutch)
Voor de toepassing van de artikelen 15ab tot en met 15al wordt verstaan onder:
a. maatschappij: een belastingplichtige die deel uitmaakt van een fiscale eenheid;
b. het voegingstijdstip: het tijdstip met ingang waarvan een belastingplichtige deel uitmaakt van een fiscale eenheid;
c. het ontvoegingstijdstip: het tijdstip waarop een fiscale eenheid ten aanzien van een belastingplichtige anders dan door ontbinding en vereffening van een dochtermaatschappij wordt beëindigd.
If, without the application of Article 3.54 of the Income Tax Act 2001 (Wet inkomstenbelasting 2001), the book profit realised on the disposal of an asset has been rolled over to another asset in accordance with sound business practice, the reservation of that profit, and its writing off against the acquisition or production costs of the other asset, are deemed, for the purposes of Articles 15ab to 15aj, to have taken place with the application of Article 3.54 of the Income Tax Act 2001.
Original (Dutch)
Indien zonder toepassing van artikel 3.54 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij de vervreemding van een goed de boekwinst die daarbij tot uitdrukking komt ingevolge goed koopmansgebruik is doorgeschoven naar een ander goed, wordt voor de toepassing van de artikelen 15ab tot en met 15aj het reserveren van deze winst, alsmede de afboeking daarvan op de aanschaffingskosten of voortbrengingskosten van het andere goed, geacht te hebben plaatsgevonden met toepassing van artikel 3.54 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Article 15abValuation and liquidation losses on joining
Current wording: Stb. 2020, 540, in force 1 January 2022
At the time immediately preceding the time of joining of a subsidiary, the parent company records its interest in that subsidiary at fair market value or, if other subsidiaries are joined at the same time, the parent company and the subsidiaries joined at the same time record their interest in that subsidiary at fair market value.
Original (Dutch)
Op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van voeging van een dochtermaatschappij stelt de moedermaatschappij haar belang, dan wel indien gelijktijdig ook andere dochtermaatschappijen worden gevoegd, stellen de moedermaatschappij en de gelijktijdig gevoegde dochtermaatschappijen hun belang in die dochtermaatschappij te boek op de waarde in het economische verkeer.
If, at the time of joining of a company, the assets of that company include a participation whose enterprise has been wholly or almost wholly discontinued, or in respect of which a decision to that effect has been taken, or if, at the time of joining of a company, the assets of that company include an enterprise to which Article 13e applies, a liquidation loss in respect of the participation is, without prejudice to Articles 13d and 13e, deductible only to the extent that the profit of the fiscal unity, disregarding that liquidation loss, is attributable to that company.
Original (Dutch)
Indien op het tijdstip van voeging van een maatschappij tot het vermogen van die maatschappij een deelneming behoort waarvan de onderneming geheel of nagenoeg geheel is gestaakt, dan wel daartoe is besloten, of indien op het tijdstip van voeging van een maatschappij tot het vermogen van die maatschappij een onderneming behoort waarop het bepaalde in artikel 13e van toepassing is, komt, onverminderd het bepaalde in de artikelen 13d en 13e, een liquidatieverlies uit hoofde van de deelneming slechts in aftrek voorzover de winst van de fiscale eenheid, zonder rekening te houden met dat liquidatieverlies, aan die maatschappij is toe te rekenen.
To the extent that a liquidation loss has not been taken into account in a year by virtue of paragraph 2, it is deducted successively from, and up to no more than, the positive taxable amounts of the preceding year and the following years of:
a. the company concerned, in the years in which it did not or does not form part of the fiscal unity; or, as the case may be,
b. the fiscal unity, to the extent that the profit of the fiscal unity is attributable to that company.
In applying the first sentence, a liquidation loss is deducted in a year only up to an amount of €1,000,000 plus 50% of the taxable profit of that year of that company or, as the case may be, of the fiscal unity to the extent that that profit is attributable to that company, after that profit has been reduced by an amount of €1,000,000.
Original (Dutch)
Voorzover een liquidatieverlies in een jaar ingevolge het tweede lid niet in aanmerking is genomen, wordt het achtereenvolgens in mindering gebracht op en ten hoogste tot de positieve belastbare bedragen van het daaraan voorafgaande jaar en de volgende jaren, van:
a. de desbetreffende maatschappij, in de jaren waarin deze geen deel uitmaakte of uitmaakt van de fiscale eenheid; onderscheidenlijk
b. de fiscale eenheid, voor zover de winst van de fiscale eenheid aan die maatschappij is toe te rekenen.
Bij de toepassing van de eerste zin wordt een liquidatieverlies in een jaar slechts in mindering gebracht tot een bedrag van € 1.000.000 vermeerderd met 50% van de belastbare winst van dat jaar van die maatschappij, onderscheidenlijk van de fiscale eenheid voor zover die winst aan die maatschappij is toe te rekenen, nadat die winst is verminderd met een bedrag van € 1.000.000.
Liquidation losses are deducted in the order in which they arose and in which the positive taxable amounts arose.
Original (Dutch)
Het in mindering brengen van liquidatieverliezen vindt plaats in de volgorde waarin deze zijn ontstaan en de positieve belastbare bedragen zijn ontstaan.
To the extent that a liquidation loss is deducted under paragraph 3 from the taxable amount of the preceding year referred to in that paragraph, the assessment for that year will be revised. No tax interest is paid on the amount of the revision.
Original (Dutch)
Voorzover een liquidatieverlies ingevolge het derde lid in het voorafgaande jaar als bedoeld in dat lid op het belastbare bedrag in mindering wordt gebracht, zal de aanslag over dat jaar worden herzien. Over het bedrag van de herziening wordt geen belastingrente vergoed.
Receivables from another company that belong to the assets of a company are recorded by that company, at the time immediately preceding the time at which the fiscal unity is formed with respect to these companies, at their going-concern value or, if lower, their nominal value. At the first-mentioned time, the debts of the other company to which the receivables relate are also recorded at the same value as that at which those receivables are recorded under the preceding sentence.
Original (Dutch)
De tot het vermogen van een maatschappij behorende schuldvorderingen op een andere maatschappij worden op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de fiscale eenheid ten aanzien van deze maatschappijen tot stand komt door die maatschappij gesteld op de bedrijfswaarde of, indien dat lager is, de nominale waarde. Tevens worden op het eerstgenoemde tijdstip de schulden van de andere maatschappij waarop de schuldvorderingen betrekking hebben, gesteld op dezelfde waarde als waarop die schuldvorderingen ingevolge de vorige volzin worden gesteld.
Paragraph 6 does not apply to the extent that an amount has already been taken into account under Article 13b or 13ba in respect of the receivable at the company holding the receivable or at a related entity as referred to in Article 10a(4).
Original (Dutch)
Het zesde lid is niet van toepassing voor zover met betrekking tot de schuldvordering reeds een bedrag op de voet van de artikelen 13b of 13ba in aanmerking is genomen bij de maatschappij die de schuldvordering houdt of bij een met hem verbonden lichaam als bedoeld in artikel 10a, vierde lid.
Article 15acSpecial rules for the profit of a fiscal unity
Current wording: Stb. 2024, 434 and Stb. 2023, 508, in force 1 January 2025
In determining the profit of a fiscal unity, for the purposes of Article 11, directors’ profit shares (tantièmes) and salaries granted by a subsidiary to persons other than the parent company are deemed to have been granted as such by the parent company.
Original (Dutch)
Bij het bepalen van de winst van een fiscale eenheid worden voor de toepassing van artikel 11 tantièmes en salarissen, door een dochtermaatschappij toegekend aan anderen dan de moedermaatschappij, geacht als zodanig te zijn toegekend door de moedermaatschappij.
Article 8(4) does not apply in determining the profit of a fiscal unity, except to the extent that it is made plausible that the benefits referred to in that paragraph would not have formed part of the profit of the debtor if it had not formed part of the fiscal unity. To the extent that losses of the debtor, through a prior decline in value of the waived rights, have led at another company to an amount of negative benefits on a receivable, or a similar asset, that has not been taken into account by virtue of paragraph 7, the amount of benefits that does not form part of the profit under Article 8(4) is, after the application of the first sentence, increased by the aforementioned amount of negative benefits, but not beyond the amount of the benefits from the waiver of the rights.
Original (Dutch)
Artikel 8, vierde lid, vindt bij het bepalen van de winst van een fiscale eenheid geen toepassing, behoudens voor zover aannemelijk wordt gemaakt dat de in dat lid bedoelde voordelen niet tot de winst van de schuldenaar zouden hebben behoord indien deze geen deel zou hebben uitgemaakt van de fiscale eenheid. Voor zover verliezen van de schuldenaar, via een voorafgaande waardedaling van de prijsgegeven rechten, bij een andere maatschappij hebben geleid tot een bedrag aan negatieve voordelen op een schuldvordering, of een soortgelijk vermogensbestanddeel, dat op grond van het zevende lid niet in aanmerking is genomen, wordt het bedrag aan voordelen dat op grond van artikel 8, vierde lid, niet tot de winst behoort, na toepassing van de eerste zin, verhoogd met het hiervoor bedoelde bedrag aan negatieve voordelen, doch ten hoogste tot het bedrag van de voordelen uit het prijsgeven van de rechten.
Article 9(1)(f) does not apply to a cooperative that forms part of a fiscal unity as parent company.
Original (Dutch)
Ten aanzien van een coöperatie die als moedermaatschappij van een fiscale eenheid deel uitmaakt vindt artikel 9, eerste lid, onderdeel f, geen toepassing.
The reduction of tax under provisions for the avoidance of double taxation is calculated as if the companies of the fiscal unity were one taxpayer.
Original (Dutch)
De vermindering van belasting ingevolge voorschriften ter voorkoming van dubbele belasting wordt berekend alsof de maatschappijen van de fiscale eenheid één belastingplichtige zijn.
If the profit of the fiscal unity includes profit from a foreign enterprise or from immovable property situated abroad, and that profit would, for the purposes of the object exemption for foreign business profits, be taken into account at an amount different from the combined amount that would have been taken into account in the absence of the fiscal unity, the profit from another state is taken into account at the amount that that profit would have totalled in the absence of the fiscal unity. To the extent that, in the absence of the fiscal unity, Article 10(1)(d) would apply to financing costs attributable to the foreign enterprise or to the immovable property situated abroad, the first sentence is applied as if Article 10(1)(d) did not apply to them.
Original (Dutch)
Indien tot de winst van de fiscale eenheid winst uit een buitenlandse onderneming of uit een in het buitenland gelegen onroerende zaak behoort en die winst voor de toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten tot een ander bedrag in aanmerking zou worden genomen dan het gezamenlijke bedrag dat in aanmerking zou zijn genomen bij afwezigheid van de fiscale eenheid, wordt de winst uit een andere staat tot het bedrag in aanmerking genomen dat die winst zou hebben belopen bij afwezigheid van de fiscale eenheid. Voor zover bij afwezigheid van de fiscale eenheid artikel 10, eerste lid, onderdeel d, op financieringskosten, toerekenbaar aan de buitenlandse onderneming of de in het buitenland gelegen onroerende zaak, van toepassing zou zijn, wordt de eerste volzin toegepast alsof artikel 10, eerste lid, onderdeel d, daarop niet van toepassing zou zijn.
If a subsidiary has been acquired wholly or partly in exchange for an obligation as referred to in the first sentence of Article 13(6), changes in the value of that obligation are disregarded in determining the profit of the fiscal unity. The first sentence applies mutatis mutandis to adjustments of the price at which a subsidiary was acquired as referred to in the second sentence of Article 13(6).
Original (Dutch)
Ingeval een dochtermaatschappij geheel of ten dele is verkregen tegen een verplichting als bedoeld in artikel 13, zesde lid, eerste volzin, blijven de waardeveranderingen van die verplichting bij het bepalen van de winst van de fiscale eenheid buiten aanmerking. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing bij aanpassingen van de prijs waartegen een dochtermaatschappij is verkregen als bedoeld in artikel 13, zesde lid, tweede volzin.
Negative benefits on a receivable, or a similar asset, held by a taxpayer against:
a. an entity that has at any time been regarded as an intermediate company as referred to in Article 15(5), or as a top company as referred to in Article 15(6), of a fiscal unity of which the taxpayer forms or has formed part;
b. an entity as referred to in Article 15(8) that forms or has formed part of the same fiscal unity as the taxpayer;
c. an entity that is or has at any time been related to the taxpayer;
are taken into account only to the extent that they are not connected, in law or in fact, directly or indirectly, with negative amounts of profit of the fiscal unity attributable to another company that belongs or has belonged to the same fiscal unity as the taxpayer. To the extent that a decline in value of a receivable, or a similar asset, has not been taken into account in determining profit by virtue of the first sentence and that decline in value has not been taken into account in the application of Article 8(4) at another entity, a subsequent increase in value of that receivable or that asset is likewise not taken into account in determining profit.
Original (Dutch)
Negatieve voordelen op een schuldvordering, of een soortgelijk vermogensbestanddeel, van een belastingplichtige op:
a. een lichaam dat op enig tijdstip is aangemerkt als een tussenmaatschappij als bedoeld in artikel 15, vijfde lid, of een topmaatschappij als bedoeld in artikel 15, zesde lid, van een fiscale eenheid waarvan de belastingplichtige deel uitmaakt of deel heeft uitgemaakt;
b. een lichaam als bedoeld in artikel 15, achtste lid, dat deel uitmaakt of deel heeft uitgemaakt van eenzelfde fiscale eenheid als de belastingplichtige;
c. een lichaam dat met de belastingplichtige verbonden is of op enig tijdstip is geweest;
worden slechts in aanmerking genomen voor zover deze niet rechtens dan wel in feite, direct of indirect verband houden met aan een andere maatschappij, die tot dezelfde fiscale eenheid behoort of heeft behoord als de belastingplichtige, toe te rekenen negatieve bedragen aan winst van de fiscale eenheid. Voor zover een waardevermindering van een schuldvordering, of een soortgelijk vermogensbestanddeel, op grond van de eerste volzin niet in aanmerking is genomen bij het bepalen van de winst en met die waardevermindering geen rekening is gehouden bij de toepassing van artikel 8, vierde lid, bij een ander lichaam, wordt een latere waardestijging van die schuldvordering of dat vermogensbestanddeel eveneens niet in aanmerking genomen bij het bepalen van de winst.
Article 15adRepealed
Repealed by: Stb. 2018, 505, in force 1 January 2019
Article 15aeSet-off of pre-joining losses
Current wording: Stb. 2021, 652, in force 1 January 2022
For the purposes of Article 20(2):
a. losses incurred by a company before its joining time (pre-joining losses) are set off against the taxable profit of the fiscal unity to the extent that this profit is attributable to that company;
b. a loss of the fiscal unity is set off against the taxable profit derived by a company before its joining time to the extent that the loss is attributable to that company;
c. if an existing fiscal unity is extended or if an existing fiscal unity is included in a new fiscal unity – a loss of that existing fiscal unity incurred before that joining time is set off against the taxable profit of the fiscal unity to the extent that this profit is attributable to the companies that belonged to the existing fiscal unity immediately before that joining time;
d. if an existing fiscal unity is extended or if an existing fiscal unity is included in a new fiscal unity – a loss of the fiscal unity incurred after that joining time is set off against the taxable profit of the existing fiscal unity to the extent that this loss is attributable to the companies that belonged to the existing fiscal unity immediately before that joining time.
Original (Dutch)
Voor de toepassing van artikel 20, tweede lid, vindt:
a. de verrekening van door een maatschappij voor haar voegingstijdstip geleden verliezen (voorvoegingsverliezen) met de belastbare winst van de fiscale eenheid plaats voorzover deze winst aan die maatschappij is toe te rekenen;
b. de verrekening van een verlies van de fiscale eenheid met de voor het voegingstijdstip van een maatschappij genoten belastbare winst van die maatschappij plaats voorzover het verlies aan die maatschappij is toe te rekenen;
c. indien een bestaande fiscale eenheid wordt uitgebreid of indien een bestaande fiscale eenheid wordt opgenomen in een nieuwe fiscale eenheid – de verrekening van een voor dat voegingstijdstip geleden verlies van die bestaande fiscale eenheid met de belastbare winst van de fiscale eenheid plaats voorzover deze winst is toe te rekenen aan de maatschappijen die direct voorafgaande aan dat voegingstijdstip tot de bestaande fiscale eenheid behoorden;
d. indien een bestaande fiscale eenheid wordt uitgebreid of indien een bestaande fiscale eenheid wordt opgenomen in een nieuwe fiscale eenheid – de verrekening van een na dat voegingstijdstip geleden verlies van de fiscale eenheid met de belastbare winst van de bestaande fiscale eenheid plaats voorzover dit verlies is toe te rekenen aan de maatschappijen die direct voorafgaande aan dat voegingstijdstip tot de bestaande fiscale eenheid behoorden.
Paragraph 1(a) does not apply to the extent that the profit of the fiscal unity relates to assets that a company has acquired from another company which formed part of the fiscal unity at the time of that acquisition, and that profit would have been attributed to that other company under Article 15ah(2) if the fiscal unity had not been ended with respect to that other company, except where Article 15ai(1) or (2) has been applied in respect of those assets.
Original (Dutch)
Het eerste lid, onderdeel a, vindt geen toepassing voorzover de winst van de fiscale eenheid betrekking heeft op vermogensbestanddelen die door een maatschappij zijn verkregen van een andere maatschappij die ten tijde van die verkrijging van de fiscale eenheid deel uitmaakte en die winst op de voet van artikel 15ah, tweede lid, aan die andere maatschappij zou zijn toegerekend indien de fiscale eenheid niet ten aanzien van die andere maatschappij zou zijn beëindigd, behoudens indien met betrekking tot die vermogensbestanddelen artikel 15ai, eerste of tweede lid, toepassing heeft gevonden.
With respect to the set-off referred to in paragraph 1, “the taxpayer” in Article 20a is to be read as: the company or, as the case may be, the existing fiscal unity that is extended, or the existing fiscal unity that is included in a new fiscal unity.
Original (Dutch)
Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde verrekening wordt in artikel 20a voor «de belastingplichtige» gelezen: de maatschappij, onderscheidenlijk de bestaande fiscale eenheid die wordt uitgebreid, of de bestaande fiscale eenheid die wordt opgenomen in een nieuwe fiscale eenheid.
In the carry-forward of losses of a fiscal unity or of pre-joining losses of the parent company, pre-joining losses of subsidiaries are disregarded in determining which year qualifies as the oldest year for the purposes of Article 20a(1).
Original (Dutch)
Bij de voorwaartse verrekening van verliezen van een fiscale eenheid of voorvoegingsverliezen van de moedermaatschappij worden voorvoegingsverliezen van dochtermaatschappijen buiten beschouwing gelaten bij de vraag welk jaar voor de toepassing van artikel 20a, eerste lid, als oudste jaar kwalificeert.
For the purposes of Article 20a(4), activities that, after the beginning of the oldest year referred to in paragraph 1 of that Article, have been transferred within a fiscal unity from one company to another company are, for as long as the fiscal unity between those companies exists, still taken into account at the transferring company.
Original (Dutch)
Voor de toepassing van artikel 20a, vierde lid, worden de werkzaamheden die na het begin van het oudste jaar, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, binnen een fiscale eenheid van de ene maatschappij zijn overgedragen aan een andere maatschappij, gedurende het bestaan van de fiscale eenheid tussen die maatschappijen nog in aanmerking genomen bij de overdragende maatschappij.
For the purposes of paragraph 1, the profit of the fiscal unity attributable to a subsidiary joined with effect from its incorporation is regarded as profit of the companies that incorporated that subsidiary, in proportion to their capital contribution. If the first sentence applies and a company that incorporated the subsidiary joined with effect from its incorporation has losses as referred to in the first sentence of Article 34i, the activities and assets of that subsidiary are, for the purposes of that Article, regarded as the activities and assets of that other company, in proportion to its capital contribution.
Original (Dutch)
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aan een met ingang van haar oprichting gevoegde dochtermaatschappij toe te rekenen winst van de fiscale eenheid aangemerkt als winst van de maatschappijen die deze dochtermaatschappij hebben opgericht, naar rato van hun kapitaalinbreng. Indien de eerste zin toepassing vindt en bij een maatschappij die de met ingang van haar oprichting gevoegde dochtermaatschappij heeft opgericht sprake is van verliezen als bedoeld in artikel 34i, eerste zin, worden voor de toepassing van dat artikel de werkzaamheden en het vermogen van deze dochtermaatschappij aangemerkt als de werkzaamheden en het vermogen van die andere maatschappij, naar rato van haar kapitaalinbreng.
Article 15afLosses of a subsidiary leaving the unity
Current wording: Stb. 2018, 505, in force 1 January 2019
From the separation time of a subsidiary, for the purposes of Article 20(2), the following losses are set off against the taxable profit derived by that subsidiary after that time:
a. the pre-joining losses of that company; and
b. the losses of the fiscal unity attributable to that subsidiary.
Original (Dutch)
Vanaf het tijdstip van ontvoeging van een dochtermaatschappij worden voor de toepassing van artikel 20, tweede lid, de volgende verliezen verrekend met de door die dochtermaatschappij na dat tijdstip genoten belastbare winst:
a. de voorvoegingsverliezen van die maatschappij; en
b. de verliezen van de fiscale eenheid die aan die dochtermaatschappij zijn toe te rekenen.
Paragraph 1(b) applies only if that company and the parent company so request and to the extent that it is made plausible that these losses are attributable to that subsidiary.
Original (Dutch)
Het eerste lid, onderdeel b, vindt slechts toepassing indien die maatschappij en de moedermaatschappij daarom verzoeken en voorzover aannemelijk wordt gemaakt dat deze verliezen aan die dochtermaatschappij zijn toe te rekenen.
The request referred to in paragraph 2 must be made in the tax return of the parent company for the last year in which the subsidiary still forms part of the fiscal unity. The inspector determines the loss of the fiscal unity attributable to the subsidiary by a decision open to objection. Article 20b(3) applies mutatis mutandis.
Original (Dutch)
Het in het tweede lid bedoelde verzoek wordt gedaan bij de aangifte van de moedermaatschappij over het laatste jaar waarin de dochtermaatschappij nog deel uitmaakt van de fiscale eenheid. De inspecteur stelt het aan de dochtermaatschappij toe te rekenen verlies van de fiscale eenheid vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Artikel 20b, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
By way of derogation, to that extent, from paragraph 1, no set-off takes place against the taxable profit of the separated subsidiary to the extent that that profit relates to assets that that company acquired from another company with which it formed part of the fiscal unity at the time of that acquisition, and that profit would not have been attributed to the separated subsidiary under Article 15ah(2) if the fiscal unity had not been ended with respect to that company.
Original (Dutch)
In afwijking in zoverre van het eerste lid vindt geen verrekening plaats met de belastbare winst van de ontvoegde dochtermaatschappij voorzover die winst betrekking heeft op vermogensbestanddelen die door die maatschappij zijn verkregen van een andere maatschappij waarmee het ten tijde van die verkrijging van de fiscale eenheid deel uitmaakte en die winst op de voet van artikel 15ah, tweede lid, niet aan de ontvoegde dochtermaatschappij zou zijn toegerekend indien de fiscale eenheid niet ten aanzien van die maatschappij zou zijn beëindigd.
Paragraph 4 does not apply if Article 15ai(1) or (2) has been applied in respect of the assets referred to there.
Original (Dutch)
Het vierde lid vindt geen toepassing indien met betrekking tot de daar bedoelde vermogensbestanddelen artikel 15ai, eerste of tweede lid, toepassing heeft gevonden.
From the separation time referred to in paragraph 1, the losses that are set off under that paragraph against the taxable profit of the separated subsidiary are not set off against the profit of the fiscal unity or, as the case may be, of the parent company.
Original (Dutch)
Vanaf het in het eerste lid bedoelde ontvoegingstijdstip vindt met de winst van de fiscale eenheid onderscheidenlijk de moedermaatschappij geen verrekening plaats van de verliezen die ingevolge dat lid worden verrekend met de belastbare winst van de ontvoegde dochtermaatschappij.
With respect to a separated subsidiary that may set off losses of the fiscal unity under paragraph 1(b), “the taxpayer” in Article 20a is to be read as: the company.
Original (Dutch)
Ten aanzien van een ontvoegde dochtermaatschappij die op de voet van het eerste lid, onderdeel b, verliezen van de fiscale eenheid mag verrekenen, wordt in artikel 20a voor «de belastingplichtige» gelezen: de maatschappij.
Article 15agPre-joining losses after the unity ends
Current wording: Stb. 2016, 479, in force 9 December 2016
From the ending of the fiscal unity with respect to the parent company, for the purposes of Article 20(2), pre-joining losses of that parent company are not set off against the taxable profit derived by it after that time to the extent that that profit relates to assets that it acquired from a subsidiary during the existence of the fiscal unity and that profit would not have been attributed to the parent company under Article 15ah(2) if the fiscal unity with that subsidiary had not been ended.
Original (Dutch)
Vanaf de beëindiging van de fiscale eenheid ten aanzien van de moedermaatschappij worden voor de toepassing van artikel 20, tweede lid, voorvoegingsverliezen van die moedermaatschappij niet verrekend met de door haar na dat tijdstip genoten belastbare winst voor zover die winst betrekking heeft op vermogensbestanddelen die door haar tijdens het bestaan van de fiscale eenheid zijn verkregen van een dochtermaatschappij en die winst op de voet van artikel 15ah, tweede lid, niet aan de moedermaatschappij zou zijn toegerekend indien de fiscale eenheid met die dochtermaatschappij niet zou zijn beëindigd.
Paragraph 1 does not apply if Article 15ai(1) or (2) has been applied in respect of the assets.
Original (Dutch)
Het eerste lid vindt geen toepassing indien met betrekking tot de vermogensbestanddelen artikel 15ai, eerste of tweede lid, toepassing heeft gevonden.
Article 15ahProfit attributable to a company
Current wording: Stb. 2021, 651, in force 1 January 2022
For the purposes of Articles 13d(12) and (13), 15ab(2), 15ac(7), 15ae and 15ak(5), the profit of the fiscal unity attributable to a company means the profit of that company calculated as if it did not form part of the fiscal unity, to the extent that this profit is reflected in the fiscal unity and having regard to paragraphs 2 and 3.
Original (Dutch)
Voor de toepassing van de artikelen 13d, twaalfde en dertiende lid, 15ab, tweede lid, 15ac, zevende lid, 15ae en 15ak, vijfde lid, wordt onder de aan een maatschappij toe te rekenen winst van de fiscale eenheid verstaan de winst van die maatschappij berekend alsof zij geen deel uitmaakt van de fiscale eenheid, voorzover deze winst bij de fiscale eenheid tot uitdrukking komt en met inachtneming van het tweede en derde lid.
If, in any year, a company (transferee) has acquired an asset from another company (transferor) belonging to the fiscal unity:
a. in determining the profit attributable to the transferee, the depreciation on the transferred asset is calculated on the basis of its fair market value at the time of the transfer;
b. in determining the profit attributable to the transferor, the difference between the amount of depreciation taken into account at the transferee under point (a) in respect of the transferred asset and the amount of depreciation reflected in the fiscal unity in respect of that transferred asset is included in the profit of the transferor;
c. in determining the profit attributable to the transferee, hidden reserves realised in respect of the transferred asset are disregarded to the extent that they already existed at the time of the acquisition and have not already been attributed to the transferor under point (b);
d. the amount disregarded under point (c) in determining the profit attributable to the transferee is attributed to the transferor.
Original (Dutch)
Ingeval in enig jaar door een maatschappij (overnemer) een vermogensbestanddeel is verkregen van een andere maatschappij (overdrager) die tot de fiscale eenheid behoort:
a. wordt bij het bepalen van de aan de overnemer toe te rekenen winst, de afschrijving op het overgedragen vermogensbestanddeel berekend op basis van de waarde in het economische verkeer ten tijde van de overdracht;
b. wordt bij het bepalen van de aan de overdrager toe te rekenen winst, het verschil tussen het bedrag van de afschrijving dat met betrekking tot het overgedragen vermogensbestanddeel ingevolge onderdeel a bij de overnemer in aanmerking wordt genomen en het bedrag van de afschrijving dat met betrekking tot dat overgedragen vermogensbestanddeel bij de fiscale eenheid tot uitdrukking komt, gerekend tot de winst van de overdrager;
c. blijven bij het bepalen van de aan de overnemer toe te rekenen winst, buiten aanmerking de met betrekking tot het overgedragen vermogensbestanddeel gerealiseerde stille reserves voor zover deze ten tijde van de verkrijging reeds aanwezig waren, en niet reeds op grond van onderdeel b aan de overdrager zijn toegerekend;
d. wordt het bedrag dat ingevolge onderdeel c buiten aanmerking blijft bij de bepaling van de aan de overnemer toe te rekenen winst, toegerekend aan de overdrager.
Furthermore, in determining the profit attributable to a company, positive or, as the case may be, negative benefits in respect of legal relationships between companies forming part of the fiscal unity that are not reflected in the profit of the fiscal unity are taken into account to the extent that positive benefits are reflected in the calculation of the profit attributable to the one company and negative benefits of the same amount arise in the calculation of the profit attributable to the other company.
Original (Dutch)
Voorts worden bij het bepalen van de aan een maatschappij toe te rekenen winst, positieve onderscheidenlijk negatieve voordelen ter zake van rechtsverhoudingen tussen maatschappijen die van de fiscale eenheid deel uitmaken en die niet in de winst van de fiscale eenheid tot uitdrukking komen, in aanmerking genomen voorzover bij de berekening van de aan de ene maatschappij toe te rekenen winst positieve voordelen tot uitdrukking komen en ten belope van hetzelfde bedrag bij de berekening van de aan de andere maatschappij toe te rekenen winst negatieve voordelen staan.
If effect has been given to the intention to reinvest referred to in Article 3.54 of the Income Tax Act 2001 by a company of the fiscal unity other than the company that disposed of the business asset in respect of which the reinvestment reserve was formed, the business asset in which the reinvestment was made is, for the purposes of paragraph 2, deemed to have been acquired by the company that disposed of the business asset and to have been transferred immediately thereafter to that other company.
Original (Dutch)
Indien aan het voornemen tot herinvestering bedoeld in artikel 3.54 van de Wet inkomstenbelasting 2001, gevolg is gegeven door een andere maatschappij van de fiscale eenheid dan de maatschappij die het bedrijfsmiddel heeft vervreemd ter zake waarvan de herinvesteringsreserve is gevormd, wordt het bedrijfsmiddel waarin is geherinvesteerd voor de toepassing van het tweede lid geacht te zijn verworven door de maatschappij die het bedrijfsmiddel heeft vervreemd en onmiddellijk daarna te zijn overgedragen aan die andere maatschappij.
Article 15ahaDeduction of pre-joining interest
Current wording: Stb. 2018, 505, in force 1 January 2020
For the purposes of Article 15b(5), net interest expense amounts arising before the joining time of a company that have been carried forward to the following year (pre-joining interest) are deductible in determining the profit of the fiscal unity for a year to the extent that:
a. the fiscal unity has room in that year for deducting net interest expense amounts carried forward; and
b. that company makes it plausible that it would have room in that year for deducting net interest expense amounts carried forward if it did not form part of the fiscal unity.
Original (Dutch)
Voor de toepassing van artikel 15b, vijfde lid, komen de voor het voegingstijdstip van een maatschappij ontstane saldi aan renten die zijn voortgewenteld naar het volgende jaar (voorvoegingsrenten) in aftrek bij het bepalen van de winst van de fiscale eenheid van een jaar voor zover:
a. bij de fiscale eenheid in dat jaar ruimte bestaat voor het in aftrek brengen van voortgewentelde saldi aan renten; en
b. die maatschappij aannemelijk maakt dat er bij haar in dat jaar ruimte voor het in aftrek brengen van voortgewentelde saldi aan renten zou bestaan, indien zij geen deel zou uitmaken van de fiscale eenheid.
If an existing fiscal unity is extended or if an existing fiscal unity is included in a new fiscal unity, pre-joining interest of that existing fiscal unity is deductible in determining the profit of the fiscal unity for a year to the extent that:
a. the fiscal unity has room in that year for deducting net interest expense amounts carried forward; and
b. the companies that belonged to the existing fiscal unity immediately before that joining time make it plausible that there would be room in that year for deducting net interest expense amounts carried forward if they did not form part of the fiscal unity.
Original (Dutch)
Indien een bestaande fiscale eenheid wordt uitgebreid of indien een bestaande fiscale eenheid wordt opgenomen in een nieuwe fiscale eenheid, komen voorvoegingsrenten van die bestaande fiscale eenheid in aftrek bij het bepalen van de winst van de fiscale eenheid van een jaar voor zover:
a. bij de fiscale eenheid in dat jaar ruimte bestaat voor het in aftrek brengen van voortgewentelde saldi aan renten; en
b. de maatschappijen die direct voorafgaande aan dat voegingstijdstip tot de bestaande fiscale eenheid behoorden aannemelijk maken dat er in dat jaar ruimte voor het in aftrek brengen van voortgewentelde saldi aan renten zou bestaan, indien zij geen deel zouden uitmaken van de fiscale eenheid.
Paragraphs 1 and 2 do not apply to the extent that the room for deducting net interest expense amounts carried forward arises from legal acts that are predominantly aimed at increasing the possibility of deducting pre-joining interest. Legal acts are deemed to be predominantly aimed at increasing the possibility of deducting pre-joining interest if the legal act is not carried out for business reasons.
Original (Dutch)
Het eerste en tweede lid vinden geen toepassing voor zover de ruimte voor het in aftrek brengen van voortgewentelde saldi aan renten ontstaat door rechtshandelingen die in overwegende mate zijn gericht op het verruimen van de mogelijkheid om voorvoegingsrenten in aftrek te brengen. Rechtshandelingen worden geacht in overwegende mate te zijn gericht op het verruimen van de mogelijkheid om voorvoegingsrenten in aftrek te brengen indien de rechtshandeling niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen.
With respect to the deduction of pre-joining interest referred to in paragraphs 1 and 2, “the taxpayer” in Article 15ba is to be read as: the company or, as the case may be, the existing fiscal unity that is extended, or the existing fiscal unity that is included in a new fiscal unity.
Original (Dutch)
Met betrekking tot het in aftrek brengen van voorvoegingsrenten, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt in artikel 15ba voor de belastingplichtige gelezen: de maatschappij, onderscheidenlijk de bestaande fiscale eenheid die wordt uitgebreid, of de bestaande fiscale eenheid die wordt opgenomen in een nieuwe fiscale eenheid.
For the purposes of Article 15ba(2), activities that, after the beginning of the oldest year referred to in paragraph 1 of that Article, have been transferred within a fiscal unity from one company to another company are, for as long as the fiscal unity between those companies exists, still taken into account at the transferring company.
Original (Dutch)
Voor de toepassing van artikel 15ba, tweede lid, worden de werkzaamheden die na het begin van het oudste jaar, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, binnen een fiscale eenheid van de ene maatschappij zijn overgedragen aan een andere maatschappij, gedurende het bestaan van de fiscale eenheid tussen die maatschappijen nog in aanmerking genomen bij de overdragende maatschappij.
For the purposes of this Article, room for deducting net interest expense amounts carried forward means: the amount by which the highest of the amounts referred to in Article 15b(1) exceeds the net interest expense for the year.
Original (Dutch)
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ruimte voor het in aftrek brengen van voortgewentelde saldi aan renten verstaan: het bedrag waarmee het hoogste van de bedragen, bedoeld in artikel 15b, eerste lid, het saldo aan renten van het jaar overschrijdt.
Article 15ahbInterest carried forward on leaving the unity
Current wording: Stb. 2018, 505 and Stb. 2019, 512, in force 1 January 2020
From the separation time of a subsidiary, for the purposes of Article 15b(5), the following net interest expense amounts carried forward (separation interest) are taken into account in determining the profit derived by that subsidiary after that time:
a. the pre-joining interest of that company; and
b. the net interest expense amounts carried forward of the fiscal unity, to the extent that it is made plausible that those amounts would have arisen at that company if it had not formed part of the fiscal unity, disregarding the amount referred to in Article 15b(1)(b).
Original (Dutch)
Vanaf het ontvoegingstijdstip van een dochtermaatschappij worden voor de toepassing van artikel 15b, vijfde lid, de volgende voortgewentelde saldi aan renten (ontvoegingsrenten) in aanmerking genomen bij het bepalen van de door die dochtermaatschappij na dat tijdstip genoten winst:
a. de voorvoegingsrenten van die maatschappij; en
b. de voortgewentelde saldi aan renten van de fiscale eenheid voor zover aannemelijk wordt gemaakt dat die saldi bij die maatschappij zouden zijn ontstaan, indien zij geen deel zou hebben uitgemaakt van de fiscale eenheid, waarbij geen rekening wordt gehouden met het bedrag, genoemd in artikel 15b, eerste lid, onderdeel b.
Paragraph 1(b) applies only if the company referred to in that point and the parent company so request.
Original (Dutch)
Het eerste lid, onderdeel b, vindt slechts toepassing indien de maatschappij, bedoeld in dat onderdeel, en de moedermaatschappij daarom verzoeken.
By way of derogation from paragraph 1, separation interest is not taken into account in determining the profit of the separated subsidiary to the extent that the room for deducting net interest expense amounts carried forward arises from legal acts that are predominantly aimed at increasing the possibility of deducting separation interest. Legal acts are deemed to be predominantly aimed at increasing the possibility of deducting separation interest if the legal act is not carried out for business reasons.
Original (Dutch)
In afwijking van het eerste lid worden ontvoegingsrenten niet in aanmerking genomen bij het bepalen van de winst van de ontvoegde dochtermaatschappij voor zover de ruimte voor het in aftrek brengen van voortgewentelde saldi aan renten ontstaat door rechtshandelingen die in overwegende mate zijn gericht op het verruimen van de mogelijkheid om ontvoegingsrenten in aftrek te brengen. Rechtshandelingen worden geacht in overwegende mate te zijn gericht op het verruimen van de mogelijkheid om ontvoegingsrenten in aftrek te brengen, indien de rechtshandeling niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen.
The request referred to in paragraph 2 must be made in the tax return of the parent company for the last year in which the subsidiary still forms part of the fiscal unity. The inspector determines the net interest expense amounts carried forward of the fiscal unity attributable to the subsidiary by a decision open to objection. Article 15bb(2) applies mutatis mutandis in that respect. The net interest expense amounts carried forward referred to in the second sentence reduce the net interest expense amounts carried forward of the fiscal unity, and the inspector revises the decision referred to in Article 15b(5) accordingly.
Original (Dutch)
Het verzoek, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan bij de aangifte van de moedermaatschappij over het laatste jaar waarin de dochtermaatschappij nog deel uitmaakt van de fiscale eenheid. De inspecteur stelt de aan de dochtermaatschappij toe te rekenen voortgewentelde saldi aan renten van de fiscale eenheid vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Artikel 15bb, tweede lid, is daarbij van overeenkomstige toepassing. De voortgewentelde saldi aan renten, bedoeld in de tweede zin, verminderen de voortgewentelde saldi aan renten van de fiscale eenheid en de inspecteur herziet de beschikking, bedoeld in artikel 15b, vijfde lid, dienovereenkomstig.
From the separation time referred to in paragraph 1, net interest expense amounts carried forward that are taken into account under Article 15b(5) in determining the profit of the separated subsidiary are not taken into account in determining the profit of the fiscal unity or, as the case may be, of the parent company.
Original (Dutch)
Vanaf het ontvoegingstijdstip, bedoeld in het eerste lid, worden voortgewentelde saldi aan renten die ingevolge artikel 15b, vijfde lid, in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de winst van de ontvoegde dochtermaatschappij, niet in aanmerking genomen bij het bepalen van de winst van de fiscale eenheid, onderscheidenlijk de moedermaatschappij.
With respect to a separated subsidiary that, in applying the opening words and point (b) of paragraph 1, may take into account net interest expense amounts carried forward of the fiscal unity, “the taxpayer” in Article 15ba is to be read as: the company.
Original (Dutch)
Ten aanzien van een ontvoegde dochtermaatschappij die bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, voortgewentelde saldi aan renten van de fiscale eenheid in aanmerking mag nemen, wordt in artikel 15ba voor de belastingplichtige gelezen: de maatschappij.
Article 15aiIntra-group asset transfers on leaving the unity
Current wording: Stb. 2002, 618 and Stb. 2002, 617, in force 1 January 2003
If, in any year, a company (transferor) has transferred to another company (transferee) an asset whose fair market value at the time of the transfer was higher than its book value, that asset is recorded at fair market value at the time immediately preceding the separation time of that transferor or transferee. If the transferee has formed a reserve as referred to in Article 3.54 of the Income Tax Act 2001 in respect of an asset referred to in the preceding sentence, this reserve is included in the profit of the fiscal unity at the time immediately preceding the separation time referred to in the first sentence. If the reserve referred to in the second sentence has already been written off against the acquisition or production costs of a replacement business asset, that business asset is recorded at fair market value at the time immediately preceding the separation time referred to in the first sentence.
Original (Dutch)
Indien in enig jaar door een maatschappij (overdrager) een vermogensbestanddeel is overgedragen aan een andere maatschappij (overnemer) waarvan de waarde in het economische verkeer op het moment van de overdracht hoger was dan de boekwaarde, wordt op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het ontvoegingstijdstip van die overdrager of overnemer, dat vermogensbestanddeel te boek gesteld op de waarde in het economische verkeer. Indien met betrekking tot een in de vorige volzin bedoeld vermogensbestanddeel door de overnemer een reserve is gevormd als bedoeld in artikel 3.54 van de Wet inkomstenbelasting 2001, wordt deze reserve op het tijdstip onmiddellijk voorafgaande aan het in de eerste volzin bedoelde ontvoegingstijdstip opgenomen in de winst van de fiscale eenheid. Indien de reserve, bedoeld in de tweede volzin, reeds is afgeboekt op de aanschaffings- of voortbrengingskosten van een vervangend bedrijfsmiddel, wordt dat bedrijfsmiddel op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het in de eerste volzin bedoelde ontvoegingstijdstip te boek gesteld op de waarde in het economische verkeer.
By way of derogation from paragraph 1, the transferred asset is recorded, at the time immediately preceding the separation, at an amount equal to the fair market value of the asset at the time of the transfer, reduced by the depreciation between the time of the transfer and the separation time calculated in accordance with Article 15ah(2)(a), provided that the taxpayer makes the level of this amount plausible.
Original (Dutch)
In afwijking van het eerste lid wordt het overgedragen vermogensbestanddeel op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan de ontvoeging te boek gesteld op een bedrag gelijk aan de waarde in het economische verkeer van het vermogensbestanddeel ten tijde van de overdracht, verminderd met de afschrijving tussen het tijdstip van de overdracht en het ontvoegingstijdstip berekend overeenkomstig artikel 15ah, tweede lid, onderdeel a, mits de belastingplichtige de hoogte van dit bedrag aannemelijk maakt.
Paragraph 1 does not apply if:
a. the transfer took place in the normal course of business appropriate to the nature and size of the transferor and the transferee;
b. there was a transfer of an enterprise or an independent part of an enterprise in exchange for the issue by the transferee of its own shares, and at least three calendar years have elapsed since the time at which the transfer took place; or
c. at least six calendar years have elapsed since the time at which the transfer took place.
Original (Dutch)
Het eerste lid vindt geen toepassing ingeval:
a. de overdracht heeft plaatsgevonden in het kader van een bij de aard en omvang van de overdrager en de overnemer passende normale bedrijfsuitoefening;
b. sprake was van een overdracht van een onderneming of een zelfstandig onderdeel van een onderneming, tegen uitreiking door de overnemer van eigen aandelen, en na het tijdstip waarop de overdracht heeft plaatsgevonden ten minste drie kalenderjaren zijn verstreken; of
c. na het tijdstip waarop de overdracht heeft plaatsgevonden ten minste zes kalenderjaren zijn verstreken.
If effect has been given to the intention to reinvest as referred to in Article 3.54 of the Income Tax Act 2001 by a company of the fiscal unity other than the company that disposed of the business asset in respect of which the reinvestment reserve was formed, the business asset in which the reinvestment was made is, for the purposes of paragraph 1, deemed to have been acquired by the company that disposed of the business asset and to have been transferred immediately thereafter to the other company.
Original (Dutch)
Indien aan het voornemen tot herinvestering als bedoeld in artikel 3.54 van de Wet inkomstenbelasting 2001 gevolg is gegeven door een andere maatschappij van de fiscale eenheid dan de maatschappij die het bedrijfsmiddel heeft vervreemd ter zake waarvan de herinvesteringsreserve is gevormd, wordt het bedrijfsmiddel waarin is geherinvesteerd voor de toepassing van het eerste lid geacht te zijn verworven door de maatschappij die het bedrijfsmiddel heeft vervreemd en onmiddellijk daarna te zijn overgedragen aan de andere maatschappij.
For the purposes of Article 3.54 of the Income Tax Act 2001, the reinvestment reserve existing in the fiscal unity may be written off against the acquisition or production costs of the next reinvestment by the company that disposed of the business asset in respect of which the reserve was formed, instead of against those costs of the next reinvestment by a company of the fiscal unity.
Original (Dutch)
Voor de toepassing van artikel 3.54 van de Wet inkomstenbelasting 2001 mag de bij de fiscale eenheid aanwezige herinvesteringsreserve worden afgeboekt op de aanschaffings- of voortbrengingskosten van de eerstvolgende herinvestering door de maatschappij die het bedrijfsmiddel heeft vervreemd terzake waarvan de reserve is gevormd, in plaats van op die kosten van de eerstvolgende herinvestering door een maatschappij van de fiscale eenheid.
Paragraphs 1 and 2 do not apply with respect to a transferred asset to which Article 15c applies.
Original (Dutch)
Het eerste en tweede lid vinden geen toepassing met betrekking tot een overgedragen vermogensbestanddeel waarop artikel 15c van toepassing is.
Article 15ajReserves, receivables and shares on leaving
Current wording: Stb. 2020, 539, in force 1 January 2021
Reinvestment reserves as referred to in Article 3.54 of the Income Tax Act 2001 amount, at the time immediately preceding the separation time of a subsidiary, to no more than the amount that they would together have totalled at the parent company and the separated subsidiary under that Article 3.54 if the subsidiary had not formed part of the fiscal unity.
Original (Dutch)
Herinvesteringsreserves als bedoeld in artikel 3.54 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bedragen op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het ontvoegingstijdstip van een dochtermaatschappij niet meer dan hetgeen deze volgens het genoemde artikel 3.54 bij de moedermaatschappij en de ontvoegde dochtermaatschappij gezamenlijk zouden hebben belopen als de dochtermaatschappij geen deel zou hebben uitgemaakt van de fiscale eenheid.
Receivables from another company that belong to the assets of a company are recorded, at the time immediately preceding the separation time, at their nominal value or, if lower, their going-concern value. At the first-mentioned time, the debts of the other company to which the receivables relate are also recorded at their nominal value. If the receivable is recorded at a value lower than its nominal value, the future increase in value of this receivable is disregarded in determining the profit of the creditor to the extent that the creditor demonstrates that the decline in value of the receivable below its nominal value occurred during the period in which both companies formed part of the same fiscal unity, or has already been reversed earlier through the operation of Article 13b, 13ba or 15ab(6).
Original (Dutch)
De tot het vermogen van een maatschappij behorende schuldvorderingen op een andere maatschappij worden op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het ontvoegingstijdstip gesteld op de nominale waarde of, indien dat lager is, de bedrijfswaarde. Tevens worden op het eerstgenoemde tijdstip de schulden van de andere maatschappij waarop de schuldvorderingen betrekking hebben, gesteld op de nominale waarde. Indien de schuldvordering op een lagere waarde dan de nominale waarde is gesteld, blijft de toekomstige waarde-aangroei van deze vordering bij de bepaling van de winst van de schuldeiser buiten aanmerking, voorzover deze aantoont dat de waardedaling van de vordering beneden de nominale waarde heeft plaatsgevonden tijdens de periode dat beide maatschappijen deel uitmaakten van dezelfde fiscale eenheid, of reeds eerder is teruggenomen door de werking van de artikelen 13b, 13ba of 15ab, zesde lid.
If a subsidiary is separated in anticipation of its liquidation, at the time immediately preceding the separation time, successively:
a. the debts of that subsidiary are recorded at their going-concern value if this value is lower than the nominal value of the debt, and
b. the equalisation reserves as referred to in Article 3.53(1)(a) of the Income Tax Act 2001 and reinvestment reserves as referred to in paragraph 1(b) of that Article attributable to the subsidiary are added to the profit.
Original (Dutch)
Indien een dochtermaatschappij in het zicht van haar liquidatie wordt ontvoegd, worden op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het ontvoegingstijdstip achtereenvolgens:
a. de schulden van die dochtermaatschappij gesteld op de bedrijfswaarde als deze waarde lager is dan de nominale waarde van de schuld, en
b. de aan de dochtermaatschappij toe te rekenen egalisatiereserves als bedoeld in artikel 3.53, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en herinvesteringsreserves als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, van dat artikel aan de winst toegevoegd.
The reserves as referred to in Article 3.53(1)(a) and (b) of the Income Tax Act 2001 existing in the fiscal unity at the time immediately preceding the separation time are allocated between the parent company and the subsidiary at the separation time as follows:
a. an equalisation reserve is allocated to the various companies according to the extent to which the costs to which the reserve relates will be borne by those companies;
b. a reinvestment reserve is allocated to the company that disposed of the asset in respect of which the reserve was formed.
Original (Dutch)
De op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het ontvoegingstijdstip bij de fiscale eenheid aanwezige reserves als bedoeld in artikel 3.53, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden op het ontvoegingstijdstip als volgt over de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij verdeeld:
a. een egalisatiereserve wordt toegedeeld aan de verschillende maatschappijen naar de mate waarin de kosten waarop de reserve betrekking heeft, ten laste van die maatschappijen zullen komen;
b. een herinvesteringsreserve wordt toegedeeld aan de maatschappij die het vermogensbestanddeel heeft vervreemd ter zake waarvan de reserve is gevormd.
From the separation time of a company, that company takes the place of the fiscal unity with respect to what it continues after the separation, except to the extent that it is otherwise provided by or pursuant to this Act.
Original (Dutch)
Vanaf het ontvoegingstijdstip van een maatschappij treedt deze met betrekking tot hetgeen zij na de ontvoeging voortzet in de plaats van de fiscale eenheid, behoudens voorzover bij of krachtens deze wet anders is bepaald.
The shares in a subsidiary are recorded at the separation time at the amount paid determined under Article 13d(11).
Original (Dutch)
De aandelen in een dochtermaatschappij worden op het ontvoegingstijdstip teboekgesteld op het in artikel 13d, elfde lid, vastgestelde opgeofferde bedrag.
If, at the separation time of a company, the assets of that company include a participation whose enterprise has been wholly or almost wholly discontinued, or in respect of which a decision to that effect has been taken, and that participation was acquired from another company during the existence of the fiscal unity, the amount paid by that company for the participation is, at the separation time, set at no more than the fair market value of the participation at the time of its acquisition by that company.
Original (Dutch)
Indien op het ontvoegingstijdstip van een maatschappij tot het vermogen van die maatschappij een deelneming behoort waarvan de onderneming geheel of nagenoeg geheel is gestaakt, dan wel daartoe is besloten, en die deelneming tijdens het bestaan van de fiscale eenheid van een andere maatschappij is verkregen, wordt op het ontvoegingstijdstip het door die maatschappij voor de deelneming opgeofferde bedrag niet hoger gesteld dan de waarde in het economische verkeer van de deelneming op het tijdstip van verkrijging van de deelneming door die maatschappij.
Article 15akCredit of pre-joining withholding taxes
Inserted by: Stb. 2021, 651, in force 1 January 2022
For the purposes of Article 25a(4), withholding taxes levied before the joining time of a company that have been carried forward to the year beginning at the joining time (pre-joining withholding taxes) are credited against an assessment of the parent company for a year to the extent that:
a. the company has an amount of remaining pre-joining withholding taxes;
b. the parent company has room in that year for crediting withholding taxes carried forward; and
c. the company would have room in that year for crediting withholding taxes carried forward if it did not form part of the fiscal unity.
Original (Dutch)
Voor de toepassing van artikel 25a, vierde lid, worden de voor het voegingstijdstip van een maatschappij geheven voorheffingen die zijn voortgewenteld naar het jaar dat aanvangt op het voegingstijdstip (voorvoegingsvoorheffingen) verrekend met een aanslag van de moedermaatschappij van een jaar voor zover:
a. de maatschappij beschikt over een bedrag aan resterende voorvoegingsvoorheffingen;
b. bij de moedermaatschappij in dat jaar ruimte bestaat voor het verrekenen van voortgewentelde voorheffingen; en
c. bij de maatschappij in dat jaar ruimte voor het verrekenen van voortgewentelde voorheffingen zou bestaan, indien zij geen deel zou uitmaken van de fiscale eenheid.
If an existing fiscal unity is extended or if an existing fiscal unity is included in a new fiscal unity, pre-joining withholding taxes of that existing fiscal unity are, for the purposes of Article 25a(4), credited against the assessment of the parent company of the fiscal unity for a year to the extent that:
a. the existing fiscal unity has an amount of remaining pre-joining withholding taxes;
b. the parent company has room in that year for crediting withholding taxes carried forward; and
c. the existing fiscal unity would have room in that year for crediting withholding taxes carried forward if it had not been extended or had not been included in a new fiscal unity.
Original (Dutch)
Indien een bestaande fiscale eenheid wordt uitgebreid of indien een bestaande fiscale eenheid wordt opgenomen in een nieuwe fiscale eenheid, worden voor de toepassing van artikel 25a, vierde lid, voorvoegingsvoorheffingen van die bestaande fiscale eenheid verrekend met de aanslag van de moedermaatschappij van de fiscale eenheid van een jaar voor zover:
a. de bestaande fiscale eenheid beschikt over een bedrag aan resterende voorvoegingsvoorheffingen;
b. bij de moedermaatschappij in dat jaar ruimte bestaat voor het verrekenen van voortgewentelde voorheffingen; en
c. bij de bestaande fiscale eenheid in dat jaar ruimte voor het verrekenen van voortgewentelde voorheffingen zou bestaan, indien zij niet zou zijn uitgebreid of niet zou zijn opgenomen in een nieuwe fiscale eenheid.
For the purposes of paragraph 1(a) and paragraph 2(a), an amount of remaining pre-joining withholding taxes means: the positive amount remaining after the amount of pre-joining withholding taxes of the company or, as the case may be, of the existing fiscal unity existing at the joining time has been reduced by the amount of pre-joining withholding taxes of that company or, as the case may be, of that existing fiscal unity that has been credited against an assessment of the parent company in previous years.
Original (Dutch)
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, onderdeel a, wordt onder een bedrag aan resterende voorvoegingsvoorheffingen verstaan: het positieve bedrag dat resteert nadat het op het voegingstijdstip aanwezige bedrag aan voorvoegingsvoorheffingen van de maatschappij, onderscheidenlijk de bestaande fiscale eenheid, is verminderd met het bedrag aan voorvoegingsvoorheffingen van die maatschappij, onderscheidenlijk die bestaande fiscale eenheid, dat in voorgaande jaren is verrekend met een aanslag van de moedermaatschappij.
For the purposes of paragraph 1(b) and paragraph 2(b), room for crediting withholding taxes carried forward means: the amount of tax payable to the extent that that amount exceeds the withholding taxes in the year.
Original (Dutch)
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, onderdeel b, wordt onder ruimte voor het verrekenen van voortgewentelde voorheffingen verstaan: het bedrag aan te betalen belasting voor zover dat bedrag de voorheffingen in het jaar overschrijdt.
For the purposes of paragraph 1(c) and paragraph 2(c), room for crediting withholding taxes carried forward means: the amount of profit of the fiscal unity attributable to the company or, as the case may be, to the companies that belonged to the existing fiscal unity immediately before the joining time, reduced by a pre-joining loss of that company or, as the case may be, of those companies set off against the taxable profit of the fiscal unity, and multiplied by the percentage of the highest rate referred to in Article 22.
Original (Dutch)
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, en het tweede lid, onderdeel c, wordt onder ruimte voor het verrekenen van voortgewentelde voorheffingen verstaan: het bedrag aan winst van de fiscale eenheid dat is toe te rekenen aan de maatschappij, onderscheidenlijk de maatschappijen die direct voorafgaande aan het voegingstijdstip tot de bestaande fiscale eenheid behoorden, verminderd met een met de belastbare winst van de fiscale eenheid verrekend voorvoegingsverlies van die maatschappij, onderscheidenlijk die maatschappijen, en vermenigvuldigd met het percentage van het hoogste tarief, bedoeld in artikel 22.
By way of derogation from Article 25a(4) and Article 25b(1), the inspector does not determine an amount of pre-joining withholding taxes of the subsidiary or of the existing fiscal unity to be carried forward by a decision open to objection, and these withholding taxes are nevertheless creditable, having regard to this Article, during the period in which that company or, as the case may be, that existing fiscal unity forms part of the fiscal unity.
Original (Dutch)
In afwijking van artikel 25a, vierde lid, en artikel 25b, eerste lid, stelt de inspecteur een voort te wentelen bedrag aan voorvoegingsvoorheffingen van de dochtermaatschappij of de bestaande fiscale eenheid, niet bij voor bezwaar vatbare beschikking vast, en zijn deze voorheffingen met inachtneming van dit artikel wel verrekenbaar, gedurende de periode dat die maatschappij, onderscheidenlijk die bestaande fiscale eenheid, deel uitmaakt van de fiscale eenheid.
This Article applies mutatis mutandis to a fiscal unity as referred to in Article 15a, on the understanding that “parent company” is to be read as: central company.
Original (Dutch)
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15a, met dien verstande dat daarbij voor moedermaatschappij wordt gelezen: centrale maatschappij.
Article 15alWithholding taxes on leaving the unity
Inserted by: Stb. 2021, 651, in force 1 January 2022
From the separation time of a subsidiary, for the purposes of Article 25a(4), the following withholding taxes are credited against an assessment imposed on that subsidiary for the year beginning at the separation time:
a. the amount of remaining pre-joining withholding taxes, within the meaning of Article 15ak(3), of that subsidiary; and
b. the uncredited withholding taxes of the parent company attributable to that subsidiary.
Original (Dutch)
Vanaf het ontvoegingstijdstip van een dochtermaatschappij worden voor de toepassing van artikel 25a, vierde lid, de volgende voorheffingen verrekend met een aan die dochtermaatschappij opgelegde aanslag over het jaar dat aanvangt op het ontvoegingstijdstip:
a. het bedrag aan resterende voorvoegingsvoorheffingen in de zin van artikel 15ak, derde lid, van die dochtermaatschappij; en
b. de niet verrekende voorheffingen van de moedermaatschappij die aan die dochtermaatschappij zijn toe te rekenen.
By way of derogation from Article 25a(4) and Article 25b, the inspector does not determine the amount of remaining pre-joining withholding taxes referred to in paragraph 1(a) by a decision open to objection in the year beginning at the separation time, and these withholding taxes are nevertheless creditable in that year, having regard to the first and second sentences of Article 25a(4).
Original (Dutch)
In afwijking van artikel 25a, vierde lid, en artikel 25b, stelt de inspecteur het bedrag aan resterende voorvoegingsvoorheffingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in het jaar dat aanvangt op het ontvoegingstijdstip niet bij voor bezwaar vatbare beschikking vast, en zijn deze voorheffingen met inachtneming van artikel 25a, vierde lid, eerste en tweede zin, in dat jaar wel verrekenbaar.
Paragraph 1(b) applies only if:
a. the parent company and the subsidiary jointly make it plausible that those withholding taxes are attributable to the subsidiary;
b. a request for the attribution of withholding taxes to the subsidiary is made in the tax return of the parent company for the last year in which the subsidiary still forms part of the fiscal unity.
Original (Dutch)
Het eerste lid, onderdeel b, vindt slechts toepassing indien:
a. door de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij gezamenlijk aannemelijk wordt gemaakt dat die voorheffingen aan de dochtermaatschappij zijn toe te rekenen;
b. een verzoek tot het toerekenen van voorheffingen aan de dochtermaatschappij wordt gedaan bij de aangifte van de moedermaatschappij over het laatste jaar waarin de dochtermaatschappij nog deel uitmaakt van de fiscale eenheid.
Where paragraph 3 applies, the inspector determines the amount of withholding taxes attributable to the subsidiary by a decision open to objection. Article 25b(3) and (4) apply mutatis mutandis.
Original (Dutch)
Bij toepassing van het derde lid stelt de inspecteur het bedrag aan voorheffingen dat aan de dochtermaatschappij is toe te rekenen vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Artikel 25b, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
From the separation time, withholding taxes that are taken into account at the subsidiary under paragraph 1(b) are not taken into account at the parent company.
Original (Dutch)
Vanaf het ontvoegingstijdstip worden voorheffingen die ingevolge het eerste lid, onderdeel b, in aanmerking worden genomen bij de dochtermaatschappij, niet in aanmerking genomen bij de moedermaatschappij.
In objection and appeal proceedings against the decision referred to in Article 25b(1) that is determined at the same time as the assessment for the year beginning at the separation time, the subsidiary may also put forward grounds relating to its amount of remaining pre-joining withholding taxes as referred to in paragraph 1(a).
Original (Dutch)
Tegen de beschikking, bedoeld in artikel 25b, eerste lid, die gelijktijdig met de aanslag over het jaar dat aanvangt op het ontvoegingstijdstip wordt vastgesteld, kan de dochtermaatschappij in bezwaar en beroep ook gronden aandragen die betrekking hebben op haar bedrag aan resterende voorvoegingsvoorheffingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
Article 15aFiscal unity of cooperatives
Current wording: Stb. 2023, 508, in force 1 January 2025
At the request of a central company and all its member companies, and at the earliest with effect from the year in which the request is filed, the tax is levied from all these taxpayers as if they were one taxpayer, in the sense that the activities and assets of the member companies form part of the activities and assets of the central company. The tax is levied from the central company. In that case the taxpayers together are regarded as a fiscal unity.
Original (Dutch)
Van een centrale maatschappij en haar ledenmaatschappijen wordt, op verzoek van al deze belastingplichtigen en ten vroegste met ingang van het jaar waarin het verzoek is ingediend, de belasting van hen geheven alsof er één belastingplichtige is, in die zin dat de werkzaamheden en het vermogen van de ledenmaatschappijen deel uitmaken van de werkzaamheden en het vermogen van de centrale maatschappij. De belasting wordt geheven bij de centrale maatschappij. De belastingplichtigen tezamen worden in dat geval aangemerkt als fiscale eenheid.
Paragraph 1 applies only for as long as:
a. the activities of the member companies are carried out under the direction of the central company;
b. the activities of the companies are mutually interrelated, on the understanding that the companies in any event guarantee each other’s debts;
c. profit distributions to the members of the member companies are made on an equal basis;
d. the periods over which the tax is levied coincide for the companies;
e. the conditions to be laid down by the Minister are fulfilled.
Original (Dutch)
Het eerste lid vindt slechts toepassing zo lang:
a. de werkzaamheden van de ledenmaatschappijen plaatsvinden onder leiding van de centrale maatschappij;
b. de werkzaamheden van de maatschappijen elkaar over en weer aangaan, met dien verstande dat de maatschappijen in ieder geval onderling instaan voor elkaars schulden;
c. winstuitdelingen aan de leden van de ledenmaatschappijen plaatsvinden naar een gelijke maatstaf;
d. de tijdvakken waarover de belasting wordt geheven voor de maatschappijen samenvallen;
e. de door Onze Minister nader te stellen voorwaarden zijn vervuld.
The inspector decides on the request by a decision open to objection, which includes the conditions referred to in paragraph 2(e).
Original (Dutch)
De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking, waarin de in het tweede lid, onderdeel e, bedoelde voorwaarden zijn opgenomen.
Paragraph 1 does not apply if the same provisions – with the exception of Article 9(1)(f) – do not apply to the companies for determining profit, unless the Minister determines otherwise.
Original (Dutch)
Het eerste lid vindt geen toepassing ingeval voor het bepalen van de winst niet bij de maatschappijen dezelfde bepalingen – uitgezonderd artikel 9, eerste lid, onderdeel f – van toepassing zijn, tenzij Onze Minister anders bepaalt.
The conditions referred to in paragraph 2(e) may serve to secure the levying and collection of the tax in view of the fact that the taxpayers referred to in paragraph 1 form a fiscal unity for the purposes of this Act, and in view of the formation and ending of the fiscal unity. Those conditions also include conditions that may relate to the determination of the profit derived in a year, the permissible reserves, loss relief, the reductions for the avoidance of double taxation in respect of foreign results and the content and amendment of the articles of association of the companies, as well as the transfer and termination of membership rights in the central company.
Original (Dutch)
De in het tweede lid, onderdeel e, bedoelde voorwaarden kunnen strekken tot de verzekering van de heffing en invordering van de belasting met het oog op de omstandigheid dat de in het eerste lid bedoelde belastingplichtigen voor de toepassing van deze wet een fiscale eenheid vormen alsmede met het oog op de totstandkoming en beëindiging van de fiscale eenheid. Onder die voorwaarden worden mede begrepen voorwaarden die betrekking kunnen hebben op het bepalen van de in een jaar genoten winst, de toelaatbare reserves, de verrekening van verliezen, de verminderingen ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten en de inhoud en wijziging van de statuten van de maatschappijen alsmede de overdracht en beëindiging van lidmaatschapsrechten in de centrale maatschappij.
If the member companies form part of a fiscal unity with a central company, Article 9(1)(f) does not apply to that central company.
Original (Dutch)
Indien de ledenmaatschappijen deel uitmaken van een fiscale eenheid met een centrale maatschappij vindt met betrekking tot die centrale maatschappij artikel 9, eerste lid, onderdeel f, geen toepassing.
Article 15(14) applies mutatis mutandis.
Original (Dutch)
Artikel 15, veertiende lid, is van overeenkomstige toepassing.
In this Article:
a. central company means: a cooperative established in the Netherlands whose members are exclusively cooperatives established in the Netherlands;
b. member companies means: the members of a central company.
Original (Dutch)
Dit artikel verstaat onder:
a. centrale maatschappij: een in Nederland gevestigde coöperatie waarvan de leden uitsluitend zijn in Nederland gevestigde coöperaties;
b. ledenmaatschappijen: de leden van een centrale maatschappij.
This Article applies mutatis mutandis to mutual insurance societies.
Original (Dutch)
Dit artikel is op overeenkomstige wijze van toepassing op onderlinge waarborgmaatschappijen.
Article 15ac(5) applies mutatis mutandis.
Original (Dutch)
Het bepaalde in artikel 15ac, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
How to cite
Unofficial English translation by BCA EU, for information. Only the Dutch text has legal force. Article headings are editorial; chapter and division headings are the law’s own. Text checked against the consolidated version valid from 1 January 2026 on wetten.overheid.nl on 30 October 2026. This page is not legal or tax advice.
Setting up a Dutch holding or operating company?
We set up Dutch BVs, register them for corporate income tax and handle the returns, with the participation exemption and interest rules in mind from day one. Fixed fee agreed upfront.